VU Magazine 1984 - pagina 196
zicht te krijgen. In welk kader ontdekken wij zoiets als natuurwetten? De overtuiging dat alles natuurwetmatig en mechanisch in zijn gang gaat? De opvatting dat slechts toevalsprocessen een rol spelen? Het inzicht dat natuurwetten voorlopige formuleringen zijn binnen een open veld van onderzoek dat raakvlakken heeft met andere wetenschappen en zelfs met wereldbeschouwing? Hoe beoordelen wij, wetenschappelijk, het werk van een kunstenaar? Vanuit de angsttoestanden die hij gehad blijkt te hebben? Of vanuit de sociale drang waaronder hij, binnen zijn sociale klasse, leefde? Of vanuit analyseerbare structuren (patronen, regels) die ver uitreiken boven de zeggingskracht van deze individuele kunstenaar en in elk geval ook iets zeggen over de wereld die deze kunstenaar trachtte te ontsluiten? Vooroordelen zichtbaar maken wil niet zeggen dat men hen uit de weg kan en moet ruimen. Wel dat men vanuit de wetenschap iets ten goede of ten kwade van die vooroordelen kan zeggen (b.v.: belemmeren of stimuleren zij goede wetenschapsbeoefening?). En omgekeerd dat men vanuit goede vooronderstellingen niet slechts de kijk der wetenschap op de dingen, maar ook ons dagelijks bekijken van zaken zoals Japanse tafels, gouden bedden, gedrag van medemensen, eigen motivaties kan zuiveren. Dat alles is niet zo eenvoudig. Er kunnen immers goede en verkeerde manieren van kijken zijn. En deze liggen voorbij, ja buiten de wetenschap, ook voorbij ons dagelijks inzicht op de dingen en gebeurtenissen. Het zijn met name de onmisbare zedelijke, sociale en religieuze vooronderstellingen die in het geding zijn. De discussie over godsdienstige overtuigingen als vruchtbare of juist remmende achtergrond van ons dagelijks bekijken der dingen is niet eenvoudig te beslissen. Een christelijke universiteit zal hierbij althans enige hulp en verheldering moeten kunnen bieden. Weer enkele voorbeelden: de zon zien. Er is een stam in Afrika waar de opgaande zon als Godheid vereerd wordt en de ondergaande zon als een andere Godheid. Hun zien van de zon is dus meer dan gewoon maar zien, het is een manier van kijken die duidelijk door religieuze vooronderstellingen bepaald is. Louter primitief vooroordeel? De Westerse reiziger die met hen in contact kwam probeerde hun religieus kijken tot onbevoordeeld zien terug te brengen: ,,Let nu eens goed op, dan zien jullie toch wèl dat het steeds dezelfde zon is die zijn baan
158
gaat?". ,,Nee", was het antwoord, ,,kijk maar goed, want dan zie je wel dat de ene zon naar boven klimt en de andere naar beneden gaat." leder der partijen was niet van haar standpunt af te brengen en meende precies te zien wat zij vanuit mythisch of wetenschappelijk wereldbeeld bekeek. In Noordwijk wandel je langs het strand bij zonsondergang, samen met een astronoom. ,,Kijk eens hoe prachtig de zon ondergaat en nog net boven de horizon uitkomt." Nuchter antwoord van de astronoom: ,,Het licht van de zon heeft ongeveer acht minuten nodig om tot ons te komen, dus is de zon, die je op dit moment nog meent te zien, in feite al enkele minuten geleden ondergegaan!" Ontnuchterende opmerking: wie heeft nu gelijk? Of spelen hier vooronderstellingen in mee en spreekt de astronoom vanuit een zuiver wetenschappelijk ingeperkt wereldbeeld, waarin, terecht, een nogal theoretische zon achter de horizon verdwenen is? In vele religies is de zon veel meer: soms zelfs een Godheid. Is het zicht op de zon van de Afrikaanse stam zoveel onjuister dan die van de astronoom? Of spreekt elk vanuit een eigen kader, een verschillende taal als het ware: de taal van religieus en dagelijks beleven naast de taal van formules over lichtsnelheden, afstanden, electromagnetische trillingen?
In het oude Babyion werd de zon als Godheid vereerd. In het Oude Testament vindt men soms een polemiek tegen' deze godsdienst, omdat de zon niet de ware God is. In Psam 19 wordt de zon in verheven taal bezongen als een bruidegom die uittrekt. In zoverre over de zon niets kwaads. Maar dan komt de polemische wending: de Thora, de Wet als Gods begeleiding van mensen, gaat er ver bovenuit. In de oude psalmberijming werd deze wending fraai geaccentueerd door de zinsnede ,,des Heren Wet nochthans; verspreidt volmaakter glans". Ook hier gaat het om vooronderstellingen, om vooroordelen. Polemisch worden sommige vooronderstellingen afgewezen en nieuwe worden er voor in de plaats gesteld. Maar de zon blijft boven de horizon: de horizon van dagelijkse ervaring die tevens er een is van religieuze geloofshouding. De grote vooronderstelling, achter ons dagelijks zien, maar evenzeer achter wetenschappelijke theorieën, is dat de wereld om ons heen zoiets is als een zinvol verhaal. Het gaat niet om chaos of om absurd levenslot of om onsamenhangende verdichtselen. Zien wordt tot echt kijken als men de zin leert ontdekken, de zin van een verhaal, een levensgeschiedenis, een oud document, een wetenschappelijk wereldbeeld. D
Japanse tafel: niet de poten zijn korter, maar de vloer is hoger...
vu-Magazine 13 (1984) 4 april 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's