VU Magazine 1984 - pagina 251
groep Ruimtelijke, Economie van de VU, en drs. J. G. de Wit, verkeerskundige van de TH-Deift. De auteurs voeren stevige kritiek aan tegen het Tarievenpian van minister Smit-Kroes. Het schiet te kort in het aanleggen van gangbare maatstaven als inzichtelijkheid en betrouwbaarheid van het cijfermateriaal dat het plan moet onderbouwen. Bovendien worden het doel en het middel in deze bezuinigingsronde met elkaar verward, aldus Van Gent en De Wit. Invoering van het profijtbeginsel bij het openbaar vervoer en terugschroeven van het financieringstekort op dit punt? Allemaal goed en wel, maar dan als doelstelling van het beleid, dat met het middel van de tariefsverhogingen wordt bereikt. In het Tarievenpian wordt de zaak echter omgedraaid en zijn de tariefsverhogingen geen middel meer, maar een doel op zich, dat niet is afgeleid uit een filosofie over de ideale inrichting van het openbaar vervoer, maar dat regelrecht voortkomt uit de algemene bezuinigingswoede van dit no-nonsense-kabinet. Rommeltje De zwaarste kritiek van de twee vervoersdeskundigen betreft echter, net als die van prof. Holtgrefe, het feit dat de minister, door het openbaar vervoer afzonderlijk aan te pakken, het ,,Structuurschema Verkeer en Vervoer" stilletjes loslaat; beleidsvoornemens die politiek Den Haag in 1976 aanvaardde als uitgangspunt vooreen samenhangend vervoersbeleid. En dat betekent in gewone-mensentaal, datde minister verzuimt om gelijktijdig met de tariefsverhogingen bij het openbaar vervoer ook de kosten van het autorijden aan te pakken. Want ook di'e wijze van vervoer wordt in zekere zin door de overheid gesubsidieerd, zoals de econoom D. J. Wolfson beargumenteert. De minister verwaarloost de ,,sturende rol, welke de autokosten kunnen spelen in het geïntegreerde vervoers- en verkeersbeleid", aldus Van Genten De Wit. Anders gezegd: wanneerje 't ene middel van vervoer duurder maakt en 't andere niet, dan wordt 't een rommeltje op de weg. Ook autorijden zou dus duurder moeten worden, zo luidt de strekking van dit betoog, en de prijs daarvan dient meer dan nu het geval is gekoppeld te worden aan hetwerkelijk gebruik. Hoe vaker en hoe verder men zich wenst te verplaatsen, des te meer zal men daarvoor moeten neertellen. Prijsmechanisch rijden heet dat. Mobiliteit Alle vervoer zou in deze visie duurder moeten worden? VU-Magazine13(1984)6iuni1984
„Volle bussen voller, lege leger..."
Prof. Holtgrefe: „Ik vind dat Je in het algemeen kunt stellen dat,,mobiliteit" te goedkoop is. Je krijgt weliswaar een geweldige weerstand als Je dat zo ongenuanceerd te berde brengt, maar toch is't zo. In de welvaartsperiode van de jaren zestig werd een én-én-politiek bedreven: er moest én openbaar vervoer komen én een weg. Elke gemeente met enig zelfrespect wilde een rondweg, een mooi station en goede busen tramverbindingen. Hetkon nietop. Dat is nu niet alleen uit economische overwegingen, maar vooral ook structureel gezien onmogelijk geworden. Het verzadigingspunt in de voorzieningen is zo onderhand wel bereikt en we zullen met het bestaande nu zo zuinig mogelijk moeten omspringen." Dat betekent tegelijk dus: geen afbraak van de huidige voorzieningen. Holtgrefe:,, Dat is juist." Kostschooleconomie Er wordt nu gezegd dat de mensen de auto weer worden ingejaagd. Vergeten worden degenen die zo'n ding nooit voor de deur hebben gehad en zich, zeker nu, er geen kunnen permitteren. Dat is de categorie die op het openbaar vervoer is aangewezen en nu tussen de wal en het schip raakt. Die categorie komt op een gegeven moment de deur niet meer uit. Prof. Holtgrefe: ,,De problemen zijn inderdaad het grootst voor degenen die niet de middelen hebben om zich anders dan met het openbaar vervoer te verplaatsen. Dat is ook altijd de achtergrond geweest van subsidiëring van het openbaar vervoer: het
mooter zijn voor de minst draagkrachtigen. Maar ais Je het openbaar vervoer in z'n totaliteit goedkoper maakt, dan profiteert iedereen daarvan. Diezelfde redenering geldt overigens ook voor de auto: maak je die duurder dan tref je de gewone man die net een auto heeft't eerst. Je zult dus moeten kiezen. Maak je het goedkoper, dan maak Je het voor iedereen goedkoper, ongeacht de draagkracht. Doe je echter het omgekeerde, dan tref je de zwakste steevast het eerst. Je moet Je dan wel afvragen of de vervoerssector nou een sector is om inkomenspolitiek te bedrijven; of je bepaalde goederen goedkoper moet gaan maken om een ongelijke verdeling van inkomens tegen te gaan. Voer je dat te ver door, dan krijg je een kostschooleconomie: iedereen krijgt zakgeld en een hele hoop dingen die Je goedkoop of bijna voor niets kunt krijgen. De vraag is ofje daarheen wilt." Plezierreisje Op die risico's valt nog wel wat af te dingen. Het punt is alleen dat het hier gaat om politfeke keuzen. Op dezelfde manier waarop je kunt verdedigen dat iedereen gratis in het ziekenfonds moet, kun je datzelfde volhouden voor het openbaar vervoer. Je kunt je belastingpolitiek zo inrichten dat zoiets realiseerbaar wordt, wanneer de politieke wil daartoe aanwezig is. En het gaat bij het openbaar vervoer, net als bij gezondheidszorg, toch niet om luxe goederen, maar faciliteiten die zowel voor de burger zelf als voor de samenleving als geheel zeer essentieel zijn?
205
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's