VU Magazine 1984 - pagina 214
^
die effecten? ,,Alle kustgebieden zijn kwetsbaar, zeker als ze laag liggen. En dat is bij Nederland het geval. Het Noordzee-gebied is één groot bekken geworden door een steeds voortgaande daling. Nededand ligt op de rand van dat bekken. Dat heeft wel bepaalde gevolgen: de laatste twee miljoen jaar is Noord-Holland vijfhonderd meter gedaald. Ook de Noordzee daalt overigens, door de afbraakmiddelen uit de rivieren". Hoe is Nederland zélf ontstaan? ,,De Noordzee is de laatste vierduizend jaar steeds droger geworden. Daarvóór vulde de Noordzee zich door de stijging van de zeespiegel en breidde zich uit. De lage helft van Nederland verdronk, alleen de oude kernen in het zuiden en oosten bleven boven water. Er ontstond toen een nieuw kleilandschap met riet en dikke veenpakketten. De zee bouwt dus eigenlijk zelf in het overstroomde gebied. Als de zee niet al te snel stijgt, kan dit landschap zich gaan ontwikkelen. In de evenwichtssituatie komt een bepaald deel weer boven water. De mens gaat het proces beïnvloeden en de situatie raakt gefixeerd. Natuurlijk worden aanzienlijke delen van laag Nederland van tijd tot tijd weer door de zee terugveroverd." Typisch Amerikaans Een watersnoodramp als die van 1953, denkt u dat we daar nog eens een herhaling van krijgen? ,,Bij de bouw van de Deltawerken is de hoogte gebaseerd op berekeningen omtrent de bodemdaling. De statistische kans op herhaling van een dergelijke ramp, met een bepaalde veiligheidsmarge, is bijzonder klein. Tenzij er iets extreems gebeurt, zoals het afsmelten van heX poolijs. Op afzienbare termijn zal de situatie zo blijven. De oppervlakte van Nederland is sinds een jaar of duizend zo'n twee meter gezakt. Dat proces zal zich voortzetten en Nederland zal steeds dieper ten opzichte van de zeespiegel komen te liggen. Door de dijken kan het land zich namelijk niet met behulp van door de zee geleverde kleitabletten ophogen.
altijd uitgegaan van de evolutie van de aarde in plaats van schepping. Die discussie laaide tientalen jaren geleden nogal hoog op, met name aan de VU. De gemoederen zijn inmiddels wat bedaard. Hoe is die situatie nu op de VU? Prof. Roeleveld: ,,Er is misschien nog een kleine restgroep die uitgaat van de schepping van de aarde. Op de VU gaan we er niet meer van uit. Wij bedrijven wetenschap op dezelfde wijze als bij voorbeeld de biologen. Met dezelfde verantwoordelijkheid en dezelfde zorgvuldigheid. Wij komen dan ook tot dezelfde conclusies als geologen die aan andere universiteiten werken." In een oud artikel dat ik op de redactie van VU-magazine vond, stelt de schrij-
Een zelfde situatie doet zich voor aan de oostkust van Amerika. De Amerikanen hebben echter uitgerekend dat het verplaatsen van bij voorbeeld een stad als Boston naar het binnenland, goedkoper is dan andere oplossingen om binnendringen van het water te voorkomen. Typisch Amerikaans." Schepping of evolutie? Vanaf het begin van de oprichting van de subfaculteit geologie aan de VU is
172
„Oe tweede scheppingsdag", houtsnede van M. C. Escher uit 1925
ver dat de aarde een ,,schijnbare ouderdom" bezit. Daarmee bedoelt hij dat God de aarde op een zodanige wijze schiep dat de aarde ouder lijkt dan hij in werkelijkheid is. Wat vindt u van zo 'n verklaring? Prof. Roeleveld: ,,lk wil niet uitsluiten dat het waar is, maar ik vraag me wel af waarom God ons zo zou willen misleiden. Door het zoeken naar delfstoffen ben ik tot de overtuiging gekomen dat de aarde langzaam geëvolueerd is tot de huidige toestand. We beschikken tegenwoordig over zoveel technieken dat we dat ook vrij nauwkeurig kunnen vaststellen." Ook tijdens de forumdiscussie op de afsluitende dag kwam dit onderwerp ter sprake. Een vragensteller vroeg zich af of geologen in hun werk niet van de doelstelling van de VU ver- ) vreemden. Die ervaring hadden de forumleden zeker niet. Prof. dr. G. B. Engelen, hoogleraar in de hydrologie, vond dat je toch vanuit de wetenschap moest blijven kijken. Dan zie je dat mensen eigenlijk maar hele kleine wezentjes zijn, die onlosmakelijk met de schepping verbonden zijn. Ze vormen een deel van de stofkringloop. Dr. A. Breimer, deskundig op het gebied van de fossielen, meende dat dit werk juist het omgekeerde van vervreemding tot gevolg had. Het is werk waar je sterk gevoelsmatig bij be-
yU-Maaazine 13(1984) 5 mei 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's