VU Magazine 1984 - pagina 430
Roelf Haan
Wie formuleert het bevolkingsprobleem? Erzljn weinig thema's waarover met zoveel oppervlakkigheid wordt gesproken alshetvraagstukvande ,,te hoge" groei van de wereldbevolking. Dit hebben we weer kunnen meemaken rondom de in augustus in Mexico gehouden tweede Internationale Bevolkingsconferentie. Wat opviel was niet alleen de oppervlakkigheid, maar ook de geringe aandacht diedit gebeuren ten deel viel in de nieuwsberichten, de beschouwingen in de media en de officiële ,,beleids"uitspraken. Tien jaar geleden was dat nog anders. Toen in 1974 in Boekarest de eerste bevolkingsconferentie werd gehouden, sprak bijna iedereen nog over de grote zorg die er moest heersen over de,,bevolkingsexplosie". Een Noordamerikaanse gedelegeerde noemde als essentiële doelstelling van Boekarest 1974 het,,gevoelig maken van de wereldpublieke opinie voorde groeiende omvang van het bevolkingsprobleem". Kennelijk is datgelükt. In ieder geval zijn belangrijke kwantitatieve streefdoelen bereikt die toen werden gesteld, hoewel ze als verstrekkend werden ervaren. Weliswaar ziet het er nog niethelemaal naaruitdatde toenmalige Amerikaanse minister voor Gezondheid, Onderwijs en Welzijn, Caspar Weinberger, zijn zin heeftgekregen. Hij wilde reeds in het jaar 2000 de wereldbevolking op een nulgroei hebben (dat stadium voorspelt men nu voor hetjaar2100 of daaromtrent), maar het voorstal van VN-secretaris-generaal Waldheim om in tien jaar het groeipercentage van 2,0 % te doen dalen naar 1,7 % is weldegelijkgerealiseerd.
348
Ik denk dat er minstens twee oorzaken zijn waarom het ,,urgente" probleem van de ,,bevolkingsexplosie" in 1984zoveel mindernadruk kreeg. In de eerste plaats vanwege het succes waarmeede,,Population Control Establishment" zijn doelstellingen gerealiseerd ziet, zowel door eigen actie als door ,,indirekte" oorzaken. In de tweede plaats is men beducht voor het effect dat de al te grote beklemtoning van de kwestie van de wereld ,,over"bevolking heeft op het voortplantingsgedrag van jonge mensen niet in de Derdewereld, maar in de blanke wereld. Want in het,.ontwikkelde" deel van wat zo eufemistisch genoemd wordt de,, internationale gemeenschap" bestaat er intussen de omgekeerde zorg, namelijk over de te geringe bevolkingsgroei. Die kentering begon al eerder. Ik vond een knipsel uiteen Engelstalige Zuidamerikaanse krant van zesjaargeleden, getiteld ,,De bevolkings/mplosie". Wanneerwij kijken naarde demografische groei in de rijke landen, dan isergeen reden meer van een ,,explosie" te spreken, maar van het omgekeerde, een ,,implosie". Erzijn, zo schreef deze journalist, in WestDuitsland 58 miljoen mensen en in Guatemala 6 miljoen. Als de huidigetrends zich zouden voortzetten, zullen erover honderd jaar 125 miljoen Guatemalteken zijn, en 15 miljoen Westduitsers; in een aantal rijke landen daalt de bevolkingsgroei, terwijl in de landen van de periferie deze nog steeds stijgt. De zorg om deze daling begint hette winnen van de vrees voor de (afgenomen) stijging. Hier hebben we dus al één reden waarom het gangba-
re spreken over,,de" groei van ,,de" wereldbevolking oppervlakkig is. Dat simplisme wordtonbewustin de hand gewerkt door de definitie die in officiële kringen nog steeds wordt gehanteerd van hetontwikkelingsvraagstuk. Inde ,,ontwikkeling" zou het gaan om een verhoging van het,, nationaal inkomen per hoofd van de bevolking". (Zo is de Nederlandse regering van mening dat Latijns-Amerika geen bijzondere aandacht meer verdient in de ontwikkelingssamenwerking, omdatdat,,inkomen per hoofd" daargestegen is boven de ,,armoede"-grens van $ 795.) Ik herinner me nog uiteen handboekvoor ,,ontwikkelingseconomie" van 20 jaargeleden datde meest effectieve investering in hetontwikkelingsproces werd gezien in de campagne voor bevolkingsbeperking. Dat is nog al logisch: hetinkomen per hoofd kan omhoog worden gebracht door een stijging van hetinkomen, maar ook dooreen relatieve daling van het aantal hoofden. Dat laatste blijkt in de ontwikkelingslanden veelal eenvoudiger... Het is leerzaam om van de tegenwoordige bevolkingsbeperkingscampagnes de historische wortels nate gaan. De vrees voor de overbevolking duikt overal op — bij de Grieken en de Romeinen, bij de kleine opkomende bourgeoisie in de Middeleeuwen, bij de Verlichtingsideoloog Voltaire— waar het overheersende maatschappelijke stelsel waarin men zijn belang heeft geïnvesteerd bedreigd wordt. Dan komt het economische systeem voor de keus te staan: zich te weerte stellen tegen de ,,overbevolking" of zelf te
veranderen om ruimte te scheppen voor het bestaan van de ,,inferieuze" rassen en bevolkingsgroepen. Wat thans een bedreiging voor het,,ontwikkelingsproces" heet, heette vroeger een gevaarvoorde,,beschaving". Zo noemde Malthus het bevolkingsprobleem en zo noemden de Noordamerikaanse ,,blanke anglosaxische protestanten" het in de eerste helft van deze eeuw. Lothrop Stoddard, directeurvan de American Birth Control League en auteurvan Het rijzend getij van de kleurling tegen de blanke wereldsuprematle, schreef in1922:,,Wattedoenmet de inferieuren? Wij hebben gezien dat zij niet in staat zijn de beschaving verderte brengen." Theorieën over het bevolkings,, kruitvat" ontstonden reeds in die tijd, en leidden tot programma's van eugenetica, die zozeer Nazi-Duitsland hebben beïnvloed. De gangbare visie op de overbevolking illustreert de minachting van onze beschaving niet zozeer voor de kwantiteit maar voor de kwaliteitvan het leven. Op basis van Boekarest besloot het Amerikaanse Congres dat tweederde van het budgetin 1975 voorbuitenlandse hulp aan gezondheidsprogramma's zou worden besteed aan de voorkoming van leven. Nauwelijks protestvan de kerken, hoewel die zijn opgevoed bij het verhaal overde antibevolkingspolitiek die de Egyptische Farao voerde jegens het onderdrukte maarte snel groeiendejoodse volk. Nauwelijks protest van de vrouwenbeweging, behalve van de Canadese Bonnie Mass en de haren. In haar boek Population Target u\t 1976 doet zij een voorspelling: in de toekomst zal de propaganda een subtieler karakter krijgen; en er zal meer gepraat over,,het ontwikkelingsproces" (de beschaving) in worden gestopt. Waarvan wij heden getuige zijn.
vu-Magazine 13 (1984) 9 oktober 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's