Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 194

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 194

5 minuten leestijd

Frank R. Boddendijk:

Verkiezingen

Een tijdje geleden heb ik in de vergaderzaal van de Tweede Kamer der StatenGeneraal een forumdiscussie over het onderwerp , vrouwen in hoge politieke functies'mogen bijwonen. Het viel mij op dat als links bekend staande deelneemsters voornamelijk ter rechterzijde van de stoel van de kamervoorzitter plaats namen, terwijl in de meeste parlementen deze plaats is voorbehouden aan het behoudend gedeelte van de volksvertegenwoordiging. Wat echter meer op viel, was dat de kamer bijna geheel gevuld was met vrouwen; vrouwen uit het politieke, het journalistieke en het wetenschappelijke bedrijf. En dat is tijdens de normale kamerzittingen wel wat anders. Ten slotte viel mij op dat de vergaderzaal nagenoeg geheel gevuld was; en dat lijkt haast een unicum. Mijn eerste kennismaking met het parlementsgebouw vond jaren geleden plaats, tijdens een zomerreces, toen onze demokratie om zo te zeggen op vakantie was. Een paar jaar later keerde ik terug naar de parlementsgebouwen; ditmaal om in de bibliotheek van de Tweede Kamer oude kranten en andere documenten door te bladeren om een beeld te krijgen van de verkiezingsstrijd die in 1913 was gehouden. Wanneer ik mij af en toe voor een sanitaire of andere stop moeizaam had weten los te rukken uit de in bloemrijke taal weergegeven verkiezingscampagnes, de gereserveerde publieke tribune passeerde en vervolgens zag dat slechts een handjevol volksvertegenwoordigers zo op het oog verveeld een toespraak van een geachte afgevaar-

156

digde volgde, dan bekroop mij de gedachte dat een dergelijk schouwspel nooit de bedoeling geweest kon zijn van al die mensen die tot 1917 zo hard voor het algemeen kiesrecht gestreden hadden. In de vergaderzaal van de Tweede Kamer zou de sociale strijd gestreden moeten worden, en wel door vertegenwoordigers van het gehele volk. Nu was datgene wat ik vluchtig had waargenomen natuurlijk maar de buitenkant van onze parlementaire demokratie; maar wel een buitenkant die ook vandaag de dag in rubrieken als,Den Haag Vandaag'menig goedwillende burgerdoet twijfelen aan de waarde van onze volksvertegenwoordiging. Als je je echter verdiept in de werkwijze van de Tweede Kamer, dan ontdek je dat de meeste parlementariërs veel werk verzetten als volksvertegenwoordiger in fractie-of commissiekamer. Of in de wandelgangen, want dankzij ons deYTfokratisch stelsel zijn compromissen in de trant van „a/sy'/y mijn motie steunt, dan steun ik de jouwe'' noodzakelijk. En zodra het kamerbelletje rinkelt omdat er gestemd moet worden zit iedereen binnen de kortste keren op het eigen plaatsje in de vergaderzaal. Per slot van rekening is onze demokratie een vertegenwoordigende demokratie. We kunnen moeilijk met zijn allen in Den Haag gaan zitten. Ook zou het weinig efficiënt zijn wanneer alle kamerleden alle toespraken moesten aanhoren, die ze bovendien later in druk in hun postvakje krijgen. Demokratie kan mooi zijn, maar dan moet er

wel gewerkt en niet op de krent in de kamerbanken gezeten worden. Op de universiteit wordt ook gewerkt, en jaarlijks zijn er verkiezingen voorde universiteitsraad en de diverse faculteits-en subfaculteitsraden. Jarenlang heb ik niet aan dergelijke verkiezingen meegedaan omdat bij ons in de raad al spoedig na de invoering van de Wet op de Universitaire Bestuursstructuur via een zogenoemde tiooglerarencoup het aantal studentenzetels zodanig gereduceerd werd dat de orde van de dag niet langer verstoord kon worden door een samenwerkingsverband van studenten en een enkel dwarsliggend lid van het wetenschappelijk personeel. Bovendien bestaat bij ons al jaren de gewoonte om de voor het wetenschappelijk personeel beschikbare zetels bij voorbaat door middel van enkelvoudige kandidaatstelling toe te wijzen aan bepaalde geachte collega's. Dus spannend werd het ook nooit. Onlangs is de bestuursstructuur op onze subfaculteit echter drastisch gewijzigd, en dat leek mij een mooie aangelegenheid om van standpunt te veranderen. Hoewel reeds binnenskamers geregeld was welke collega's de nieuwe zetels in de nieuwe raad zouden gaan innemen, heb ik besloten mij op een vrije lijst kandidaat te stellen voor één van de zetels. Uit oogpunt van taakverdeling is dat wat lastig. Immers, taakverdelingsafspraken worden in de regel gemaakt voordat de uitslag van de verkiezingen bekend zijn, en als er echte verkiezingen gehouden worden, dan is het niet

zeker wie er wel en wie er niét gekozen worden. Ik had mij zelfs voorgenomen om een echte verkiezingscampagne te voeren, uiteraard in lunchtijd want het werk mag natuurlijk niet onder de demokratie lijden; dat spreektvoorzich.Enindie campagne had ik mijn collega's willen wijzen op het feit dat wij onze studenten altijd voorhouden dat demokratie een belangrijke zaak is en vrije verkiezingen daartoe een noodzakelijke voorwaarde zijn. Dat onze kritiek op de Sovjet-Unie onder meer ingegeven wordt door het feit dat het volk wel mag kiezen, maar dan wel uit twee gelijken, namelijk kandidaten die goedgekeurd zijn doorde vereniging van Russische communisten. En zo had ik nog meer in petto, onder de leus,, Uit liet donker naar het lictit, collega's doet uw plicht." Helaas bereikte mij vanmorgen het bericht dat een tweetal naar voren geschoven kandidaten afzag van hun kandidatuur waardoor er nog maar drie gegadigden over bleven voor de drie beschikbare zetels zodat ik dankzij enkelvoudige kandidaatstelling, feitelijk al verkozen ben. Met betrekking tot de taakverdeling lijkt dit een gunstige ontwikkeling. Maar zelf had ik graag eens echte verkiezingen gezien om ze te winnen, alvorens over te gaan tot de orde van hetkomendejaar.

vu-Magazine 13(1984) 4 april 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 194

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's