VU Magazine 1984 - pagina 340
Bovennatuurlijk? door prof. dr. C. A. van Peursen Waarvroeger het bovennatuurlijke bijna vanzelfsprekend was, wordt dit thans weggedrongen in onze wereld van verwetenschappelijking en effectieve technologie. De religie is daarbij in de hoek van het bovennatuurlijke gedrukt en christelijke wetenschapsbeoefening wordt zoiets als een vierkante cirkel, dat wil zeggen een innerlijke tegenstrijdigheid. In een vroege fase van onze samenleving, die wij wel aanduiden als de „primitieve wereld", was wellicht al het natuurlijke tegelijk bovennatuurlijk. Het bebouwen van de akker, het sluiten van een huwelijk, het maken van gereedschap, het ging alles met geheimzinnig ritueel gepaard, waarbij hogere machten in het spel waren. Magische muziek, toverkunst, wondergenezingen, zij kwamen alle voor. •Een masker was meer dan hout, het representeerde een godheid; een vreemde steen was meer dan materie, het kon een amulet zijn; een steile berg werd niet zomaar beklommen, maar eerstals godheid aanbeden. Het natuurlijke leven liep ongemerkt over in het bovennatuurlijke, en omgekeerd. Twee reacties zijn daarop in modernere tijden aan te treffen. De eerste is hetneer/c/y/cen op die periode: ,,primitief" denken, geloof in spoken op klaarlichte dag, zich laten betoveren door klank en taal, een vóór-logisch denken dat bij lange na nog niet aan moderne wetenschap en techniek toe is. Deze reactie is door vele wetenschappers weerlegd: het denken in zulk een samenleving is helemaal niet zo primitief, maar dikwijls zeer gecompliceerd met grote gevoeligheid voor wat de mens wei en niet kan en mag doen. Het gaat niet zo maar om betovering, maar in familiereiaties en bij voorbeeld in onderlinge ruilverhoudingen blijken zeer gecompliceerde ,,structuren" (richtlijnen, voorschriften, patronen) verborgen te zijn. Ook is er geen sprake van vóór-logisch denken, maar wel terdege van een sluitende (,,consistente") manier van redeneren, een consistentie die zelfs in, op het eerste gezicht bizarre, mythische verhalen aanwezig blijkt. Een tweede reactie was omgekeerd: de primitieve of mythische samenleving kreeg de glans van een verloren paradijs. In deze romantische opvatting zag men alleen een wonderlijke bovennatuurlijke wereld van dieptesymbolen, bovennatuurlijke begaafd-
278
heid (geneeskracht, telepathie, helderziendheid), ritueel besef, kortom zaken die juist in onze verwetenschappelijkte wereld verloren waren. Ook tegen deze visie valt veel in te brengen. In een mythische samenleving blijken er wel terdege gewone natuurlijke conflicten, moeilijkheden en handelingen te zijn. Er bestond een nuchter technisch handwerk, naast het rituele. Elke rotstekening hoefde nog geen magische beïnvloeding van de wereld in te houden — een tekening op been gemaakt door Inoeiet (Eskimo's) van een wonderlijke walvisvangst bleek een simpele beschrijving van een opvallende gebeurtenis. Een totemdier kon in een bepaalde situatie ais een gewoon dier, en niet uitsluitend als stamgod, behandeld worden. Beide eenzijdigheden vermijdend krijgt men de indruk dat er wel verschillen waren met onze samenleving: het natuurlijke e'n het bovennatuurlijke waren aanwezig, maar vormden geen contrast. Men kan zelfs stellen dat het bovennatuurlijke in zekere zin even ,,natuurlijk" was als het natuurlijke van alle dag. Natuurlijk en bovennatuurlijk Wat simplistisch geschematiseerd, kan men zeggen dat daarop een periode volgde waarin het natuurlijke en het bovennatuurlijke onderscheiden, zelfs gescheiden, werden. De wetenschappen kwamen op. De natuurwetenschap onthulde een objectieve, gegeven natuur, beheerst door natuurwetten, die in principe door ieder bestudeerd konden worden. Maar ook ging men spreken van natuurrecht, van de natuur van mens en samenleving, als velden van onderzoek, waar bovennatuurlijke overwegingen overbodig geworden waren. De wereld werd objectief en berekenbaar. Het bovennatuurlijke werd daarmede nog niet direct ontkend, het kreeg integendeel zelfs een verheven plaats: boven het natuurlijke. Maar het kwam daarbij achter, dikwijls verborgen ach-
Offeren aan de bosgeesten (dr. R. Schefold)
ter, het natuurlijke te staan. Er waren natuurwetten, maar er was ook ruimte voor goddelijk ingrijpen dat vanuit het natuurwetenschappelijke gezichtsveld onbegrijpelijk was. Er was wetenschappelijk onderzoek en berichten uit de gewone menselijke samenleving, maar er was ook een goddelijke Openbaring, die op bovennatuurlijke wijze tot stand kwam. Deze scheiding werkt nog steeds door en is voor velen gemeengoed geworden. Er is ons dagelijks leven dat op natuurlijke wijze verloopt, er is ook het bovennatuurlijke: de Openbaring, de wonderen. De moeilijkheid is dat binnen een universiteit — op den duur binnen de mentaliteit van de meesten ook buiten de universiteit en de wetenschappen — de groep die alleen de natuurlijke gegevens erkende steeds groter werd. Het bovennatuurlijke kon niet overtuigend aangetoond worden, stond los van het natuurlijke leven en denken en er zat in het algemeen een wat vreemd en muffig luchtje aan. Natuurlijk Zo werd en wordt de stap gezet naar een louter natuurlijke wereld. De oude wonderverhalen vinden een natuurlijke verklaring. Geneeskunde vermag meer dan toverspreuken of wondergenezingen. Het geloof overspant geen afgronden meer, noch verzet het bergen, dat alles doet de techniek wel. En vooral: het bovennatuurlijke is niet waar te maken, kan nietzichtbaarworden gemaakt in de dagelijkse, voor ieder toegankelijke ervaring. Het wereldbeeld van natuur- en van menswetenschappen sluit zich, blijkt effectief en consistent. Dit gesloten wereld-
vu-Magazine 13 (1984) 7 juli/augustus 198^:
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's