VU Magazine 1984 - pagina 208
voor 39, respectievelijk 41 procent achter deze stelling; de gereformeerden doen dat slechts voor 22 procent. Van die gereformeerden spreekt 71 procent zich zelfs onomwonden uit tégen dit standpunt. De conclusie kan geen andere zijn, dan dat kerkelijken, en vooral gereformeerden, er, in tegenstelling tot onkerkelijken, weinig voor voelen om, ten gunste van nucleaire ontwapening, het Nederlandse Navo-lidmaatschap op 't spel te zetten. Angst ,,Nederland moet ernaar streven dat de Navo haar atoombewapening vermindert, ongeacht of de Sovjet-Unie dat ook doet", zo luidde de tweede uitspraak, waarin men het standpunt herkent van weliswaar eenzijdige nucleaire ontwapening maar dan via beïnvloeding van de Navo-partners. Ook hierin kan een ruime meerderheid van 61 procent van de onkerkelijken zich vinden, tegen een minderheid van 43 procent der kerkelijke ondervraagden. Het is een standpunt dat, bij kerkelijken althans, kennelijk iets gunstiger valt dan het eerste. Maar ook nu blijken katholieken (met 46 procent) en hervormden (met 45 procent) aanmerkelijk positiever dan gereformeerden, van wie maar 30 procent het met deze uitspraak eens is. Blijkbaar is voor kerkelijken, en wederom vooral voor gereformeerden, niet alleen bestendiging van het Navo-lidmaatschap doorslaggevend, zoals uit de reacties op de eerste uitspraak al bleek, maar is ook de angst voor de Sovjet-Unie zeer van belang bij hun afwijzen van eenzijdige nucleaire ontwapening. Opvallend blijft dat het merendeel van de niet-kerkelijken beide angsten niet deelt. Het is daarom niet meer dan logisch, dat bij de derde uitspraak de rollen ineens blijken omgedraaid. ,,Nederland moet ernaar streven dat
de Navo pas haar atoombewapening vermindert als de Sovjet-Unie dat ook doet." In deze derde uitspraak kan een flinke meerderheid der kerkelijke ondervraagden zich vinden (61 procent), tegen een minderheid van de onkerkelijken (42 procent). Ook tussen de kerkelijke groeperingen onderling blijken de kaarten anders geschud: bijna driekwart van de gereformeerden (73 procent) schaart zich achter de optie van de tweezijdige nucleaire ontwapening via de Navo. Voor hervormden en katholieken ligt dat percentage op 59. En dat is weliswaar iets lager dan bij de gereformeerden, maar altijd nog een meerderheid. Haviken In de tot dusverre behandelde uitspraken is gesproken van een vermindering van de atoombewapening; met andere woorden: van de thans, met name in ons land, reeds opgestelde kernwapens. En in de reacties daarop lijken „verontrusten" en /CTO-aanhangers welhaast gelijk te krijgen in hun mening dat alleen voor tweezijdige kernontwapening een meerderheid in de kerken de handen op elkaar krijgt. Ook hier bedriegt echter de schijn, althans voor wat de kruisraket aangaat. Want de beste indicatie voor de houding van de diverse kerkelijke groeperingen tegenover nieuwe kernwapens — en daartoe mag de kruisraket gerekend — geven de reacties op de vierde uitspraak. Deze luidt: ,,Nederland moet ernaar streven dat de Navo haar atoombewapening versterkt, om vanuit een gunstige positie met de Sovjet-Unie te kunnen onderhandelen." Zonder veel moeite herkennen we hierin het,,standpunt der haviken" en de strategische filosofie achter het destijds genomen Navo-dubbelbesluit. Plaatsing van nieuwe kruisraket-
ten zou in die visie een betere onderhandelingspositie ten opzichte van de Sovjet-Unie opleveren. Het eerst dat in 't oog valt in de reacties op deze uitspraak is, dat hiervoor in géén van de onderscheiden groeperingen een meerderheid te vinden is. Sterker nog: 63 procent van alle ondervraagden wijst deze stellingname onvoorwaardelijk af. En dat aantal komt, zeer verrassend, overeen met de 63 procent die datzelfde deed in het meer recente, in opdracht van de overheid uitgevoerd onderzoek. Slechts een kwart van de ondervraagden in het kiezersonderzoek — om precies te zijn: 26 procent — deelt dit Navo-standpunt en mag als zodanig beschouwd worden als voorstander van 't plaatsen van de omstreden kruisraketten. Van de onkerkelijken is maar 16 procent het met dit standpunt eens. Bij de kerkelijken ligt dit aantal bijna tweemaal zo hoog (30 procent), maar blijft 't toch ook bij een minderheid. De reacties van de diverse kerkelijke groeperingen lopen minder uiteen dan bij de andere uitspraken, al zijn 't ook hier weer de gereformeerden (met 35 procent) die zich harder opstellen dan de katholieken (31 procent) en de hervormden (25 procent). Barrières Toegespitst op de kruisrakettenkwestie en de afwijzende houding van de gereformeerde synode tegenover de plaatsing ervan, is de conclusie gerechtvaardigd dat ook déze onderzoeksresultaten aangeven dat iets meer dan de helft (52 procent) van de gereformeerden zich inhoudelijk achter de synode uitspraak opstelt. Dat in alle lagen, groepen en gezindten van de bevolking een zeer sterke weerstand bestaat tegen de kruisraket is langzamerhand zonneklaar en wordt door deze resultaten nog eens,
Uitspraak 3: ,,Nederland moet ernaar streven dat de NAVO pas haar atoonnbewapening vermindert als de Sovjet-Unie dat o o k d o e t . " Gereformeerd
Eensmetde uitspraak 166
Hervormd
Twijfelt
Katholiek
Niet-kerkelijk
Niet eens met de uitspraak vu-Magazine 13(1984) 5 mei 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's