VU Magazine 1984 - pagina 38
jaartal 2000 aankijkt. Heeft niet elke tijd z'n problemen?, vraag ik me dan af. Aan de andere kant denk ik, als ik de kernbewapening zie: dit overstijgt alles! Zó kan het niet verder gaan. Toch maakt 't alles wat ik doe daarom nog niet zinloos. Wat mij hoop geeft is 't gevoel dat ik elke dag zelf keuzes doe. Wat mij in breder verband hoop geeft is, dat er in oktober zoveel mensen naar Den Haag kwamen om te protesteren tegen het plaatsen van nieuwe kernwapens. Maar eigenlijk is dat hoop die ik put uit iets negatiefs. Ik bedoel: waarom komen al die mensen? Omdat ze bang zijn voor de toekomst! Maar ik stond te kijken van al die creativiteit, de initiatieven die op zo'n moment loskomen. Wat mijn diepere drijfveren zijn? Ik vind dat wel een moeilijke vraag. Als 't goed gaat, zoals met mij nu, dan is 't net of je daar nieuwe motivatie uit put. 't Zou natuurlijk andersom moeten zijn. 't Geloof? Ja, dat
had ik eigenlijk wel willen zeggen. Maar 't geloof trek je niet zomaar uit de kast. Wanneer je je leven echt als zinloos ervaart dan kan een ander wel zeggen; je moet nu maar geloven en vertrouwen, dan kun je weer aan de gang. Maar zo werkt 't niet. Je moet eerst concreet ervaren dat 't goed is dat je er bent, 't idee krijgen dat je een plaats hebt en pas dan kun je ook geloven. Zinloosheid te lijf gaan met geloven? Nee, misschien bij anderen, maar bij mij werkt het zo niet. Als ik één wens mocht doen, dan zou ik wensen dat mensen minder naar macht streven en daardoor wat verdraagzamer worden. Want dat zie ik toch wel als de bron van veel ellende. Voor mijzelf zou ik wensen dat ik kan blijven ervaren dat mijn leven zinvol is. 't Lijkt me heel erg niet te weten waarom je hier bent, terwijl dat toch steeds vaker voorkomt, naar mijn mening, 't Is allemaal niet meer zo vanzelfsprekend." D
f
,lk heb heel duidelijk de wil om verder te komen" Petra. 19 jaar. is aan het tweede jaar van haar politicologie-studie bezig. Gereformeerd opgevoed. Komt af en toe nog wei eens in de kerk. Speelt dwarsfluit en korfbalt. Komt uit een gezin met drie kinderen: „Allemaal meisjes, en dat is heel duidelijk te merken." Politieke voorkeur: „PvdA, en dus links; dat kan nog wel wat verder naar links opschuiven, maar beslist niet naar rechts." Is politicologie gaan studeren omdat ze dat een vrij algemene studie vindt: „ik kon absoluut nog niet kiezen zo van, ik wil later dit of dat gaan doen. Ik wilde die keuze uitstellen, juist met 't oog op de toekomst."
,,Bij 't woord „toekomst" denk ik wel in de eerste plaats aan mijn studie. Daar ben ik erg mee bezig. Ik zal binnenkort keuzevakken moeten gaan kiezen. En dan moet je ermee rekening houden dat 't steeds slechter gaat met de economie en de werkgelegenheid. Kun je straks, met de vakken die je kiest, nog wel uitkijken naar een baan, of moetje er misschien nu al vanuit gaan datje werkloos wordt en heel iets anders moet gaan doen met je studie? Maar ik denk eigenlijk ook weer dat 't niet zo'n vaart zal lopen. Dat zal dan mijn optimisme wel wezen. Ik wil er in ieder geval in mijn studie echt wel aan gaan werken. Het woord ,.toekomst" roept trouwens ook wel algemenere gedachten bij me op. Op 't moment dat er zo'n demonstratie tegen kernwapens is, als in Den Haag, dan zijn die gedachten over de toekomst wel weer overheersender. Ik denk, heei algemeen, dat wanneer je ervan uitgaat dat 't nooit beter wordt, je dan, vanuit dat pessimisme, je moet afvragen: wat moet ik nou nog? Maar 't is niet zo dat ik nou vanuit een enorm optimisme naar de toekomst kijk. Absoluut niet. Als ik kijk naar kernbewapening, milieuvervuiling, om maar iets te noemen, dan denk ik: dat kan nooit goed gaan. Aan de andere kant moet je daar niet te vaak aan denken, anders kun je zelf niets meer beginnen. Een zeker optimisme is nodig om aan de gang te blijven. Voor mij wel. 't Bangste ben ik, heel eerlijk gezegd, dat er oorlog komt — je kunt natuurlijk ook zeggen: er is al zoveel oorlog — maar dat de oorlog naar ons toekomt. 24
Mijn persoonlijke zorg is dat ik blijf steken, niet meer verder kom in mijn ontwikkeling, stil blijf staan. De angst dat er weinig nieuws meer in mijn leven gebeurt en ik zelf weinig meer onderneem. Ik ben daar bang voor omdat dat misschien wel een beetje in mijn aard ligt: ik zie mijzelf nog wel eens in die positie geraken, ja. Wat dat betreft ben ik ook wel bang om oud te worden; dat ik 't ritme van de samenleving niet meer kan bij benen en verzink in niets doen. De dingen die mij hoop geven? Toen ik vorig jaar ging studeren, zei ik: in mijn tweedejaar wil ik op kamers. Dat is uitgekomen. En daar ben ik dan heel erg blij om, dat ik daf voor elkaar heb gekregen; dat ik die stap uit het veilige ouderlijk huis heb durven zetten. Dat geeft mij moed voor de toekomst. Wat ik daarbuiten heel positief vind is dat er over heel veei dingen veel meer wordt nagedacht. Er worden meer zaken dan ooit aan het licht gebracht. Over veel dingen kan tegenwoordig openlijkergepraatworden: kindermishandeling, verkrachting in 't huwelijk. Daardoor kan er misschien wat tegen gedaan worvu-Magazine 13(1984) 1 januari 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's