VU Magazine 1984 - pagina 423
spreekt, aan l-looger Bestuur te moeten onderwerpen". Molenaar G. Geerlings is de enige tegenstemmer en zal dat enige tijd later, eveneens met afzetting als diaken, moeten bezuren. ,, Welnu, dan erken ik u niet langer als leden van den gereformeerde kerkeraad alhier en houdt onze onderlinge betrekking als zoodanig van dit oogenblik af op", is de reactie van Brummelkamp. En hij verlaat de bijeenkomst niet, dan na een laatste sarcastische opmerking:,,Daar mijne wapenen in dezen krijg niet vleeschelijkzijn, zal ik geen geweldgebruiken om mij aanstaanden Zondag van den predikstoel meester te maken en dus zult gij ook geen soldaten of iets dergelijks behoeven."
Arrogantie van de macht En daarmee komt dan een eind aan de kortstondige betrekking van Antonie Brummelkamp als predikant van het Nederlandsch Hervormd Kerkgenootschap. Een betrekking die nog geen jaar heeft geduurd (van 19 oktober 1834 tot 7 oktober 1835), maar niettemin diepe sporen achterlaat in de Hattemse en de vaderlandse kerkgeschiedenis. Het is evenwel niet het eind van het lied. Voor Brummelkamp en de zijnen begint de ellende op dat moment pas goed. Een periode van vervolging, onderdrukking, discriminatie en, niet zelden ook, mishandeling breekt aan. Het is, anders dan verwacht, alsof de kerkelijke en ook de burgerlijke overheid er geen genoegen mee nemen dat deze ,,separatisten" de kerk uiteindelijk verlaten. Heel dubbelzinnig lijkt 't juist of men ,,weggelopen lijfeigenen" wil terugdrijven binnen de officiële kerkmuren, hen wil laten voelen wie er de dienst uitmaakt in Kerk en Staat. Dat het hier om laaggeplaatsten, onaanzienlijken en misdeelden gaat, provoceert ,,de arrogantie van de macht" nog eens extra. Maar de geest is uit de fles en blijkt er met geen stok in terug te krijgen. De,,afgescheidenen" in Hattem(en er steken binnen korte tijd nog zeer veel schapen de dam over na die eerste drie) beroepen zich er bovendien op, dat niet zfj afstand hebben genomen van het ware geloof. De Waburg: „vreemdsoortige pastorie"
maar de officiële kerk die sinds 1816 van het rechte pad is afgedwaald. Zij voelen zich derhalve de ware vertegenwoordigers van de gereformeerde kerk en spreken daarom niet van ,,Afscheiding" maar van ,,wederkeer". Dagelijks druppelen de aanvankelijk handgeschreven, later voorgedrukte verklaringen van uittreding binnen bij de kerkelijke autoriteiten. Honderdtachtig zijn 't er, reeds vier maanden na Brummelkamps afzetting. En dat in een gemeente die niet meer dan tweeduizend zielen telt. Het klassikaal Bestuur maakt zich zorgen en vraagt de Hattemse Kerkeraad om een exacte lijst. Om de situatie wat minder ernstig te laten lijken wil men bovendien de beroepen en de sociale afkomst van de uitgetredenen daarop graag vermeld zien: als men op de kwantiteit niet kan afdingen, dan maar op de kwaliteit... En dat is niet moeilijk, waar Brummelkamp zelf al spreekt over een ,,arm en veracht hoopje".
Wet is wet Met lede ogen ziet de kerkelijke overheid toe hoe steeds meer mensen de in stallen, schuren, molens, boerderijen of gewoon in de open lucht gehouden godsdienstoefeningen der afgescheidenen bijwonen. Daar gaat de mooie, vredige eensgezindheid. Weinig elegant doen de kerkelijke bestuurders daarom maareen beroep op de,,wereldlijke arm". Is er voor deze gelegenheid nou niet nog ergens een wetje dat dit soort activiteiten van het gepeupel verbiedt?, vraagt men zich, vrij vertaald, af in een klaagschrift aan de minister van justitie. En jawel, zo'n wetje is er. In de Code Pénal is een drietal artikelen opgenomen over,,ongeoorloofde gezelschappen of bijeenkomsten". Wat geeft 't dat deze artikelen nog stammen uit de Franse tijd en indertijd bedoeld waren om samenzweringen tegen de lang geleden vertrokken Napoleon te voorkomen? Wet is wet, regels zijn regels. En,sakkerloot, 't staat er toch?: ,,Geenerlei genootschappen (of gezelschap) van meer dan twintig personen, met oogmerk om dagelijks of op bepaalde dagen bijeen te komen ten einde zich met voorwerpen van godsdienst, letterkunde, staatkunde of andere zaken bezig te houden, zal opgericht mogen worden, dan met toestemming van de hooge regeering." Dat komt dus mooi uit. Gemakshalve gaat men voorbij aan het feit dat de titel van het betreffende hoofdstuk aangeeft, dat 't hier uitsluitend om delicten gaat die de openbare orde en veiligheid in gevaar brengen. En voor artikel 133 uit de Grondwet, dat vrijheid van openbare godsdienstoefeningen waarborgt, weet men wel een uitvlucht. Die separatisten vormen geen erkend kerkelijk genootschap en kunnen op dat recht dus geen aanspraak maken. De overheid speelt 't spel maar al te graag mee. In een circulaire, gedagtekend 30 juli 1835, aan de stedelijke en plaatselijke besturen vestigt de Staatsraad, Gouverneur der Provincie Gelderland (de commissaris des Konings dus), al de aandacht op genoemde artikelen uit de strafwet en beveelt hij in het bijzonder aan, ,,om door alle gepaste middelen voor te komen, of zoo zij mogten plaatshebben, te ontbinden de bijeenkomsten van lieden, die zich verklaard hebben af te scheiden van het erkend Hervormde Kerkgenootschap". Vanaf dit moment zijn de afgescheidenen vogelvrij. Brummelkamp jr: ,,En zoo begon dan de reeks van veroordelingen tot boeten en gevangenisstraf; de
341
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's