VU Magazine 1984 - pagina 97
Futurologie We doen nu een volgende stap. De datering van „1984" is een zedelijke, die van „2000" is een wetenschappelijk-technologische. Die moet toegelicht worden. Daartoe verplaatsen wij ons naar het gebied der toekomstkunde, de futurologie (ook wel „prospective", „prognostica" e.d. genaamd). Meestal wordt dan de datum „2000" gebruikt om aan te geven hoe de wereld er uit zal zien op grond van hetgeen wetenschappelijk en technisch mogelijk zal zijn. Men let dan op bepaalde ontwikkelingen in de wetenschap, onder andere moderne fysica en biochemie, en in de technologie, onder andere ruimtevaart, gedragsbeïnvloeding. Dan worden lijnen naar de toekomst doorgetrokken (met een ingewikkelde term heet dit:,,extrapoleren"). En zo komt men tot een veelal optimistisch beeld van de toekomst met geweldige mogelijkheden voor de techniek, geneeskunde, informatiemedia. Eigenlijk gaat het in wezen om een ja-zeggen tegen bestaande wetenschappelijke en technische ontwikkelingen. Dat is op zichzelf niet verkeerd, mits men de zedelijke vraag eraan vooraf laat gaan. Bij ,,1984" was dat het geval en werd in eerste instantie ,,nee" gezegd tegen bepaalde, zedelijk verontrustende, tendensen. In de futurologieën komt de ethiek nauwelijks, en dan pas in tweede instantie, aan bod. Wat is het gevolg? Een overspannen beeld van de toekomst met eenzijdige nadruk op de menselijke (wetenschappelijke, technische) mogelijkheden, menselijke macht, en te weinig oog voor de zedelijke onmogelijkheden en de menselijke onmacht. Het resultaat is dan ook dat op verrassende wijze de toekomstvoorspellingen omtrent het jaar 2000 thans in 1984 al verouderd zijn. Enkele lijnen bleken inderdaad doorgetrokken te kunnen worden, maar dat wetenschappelijke ontwikkelingen wel eens kunnen ombuigen en in een verrassend andere richting verlopen dan men gedacht had, dat komt in de ,,scenario's" van de futurologische boeken niet voor. En nog minder komt er in voor dat mensen wel eens in verzet kunnen komen tegen de toch ook negatieve gevolgen voor het individuele bestaan, de privacy, de gevoelens van geborgenheid. Zulk een verzet is juist zedelijk van aard en dat kwam immers pas of in de tweede plaats of in het geheel niet voor binnen de futurologische profetieën. Op zichzelf boeiende boeken van deskundige futurologen als R. Junk, of in Nederland F. Polak, blijken thans op de meeste punten
vu-Magazine 13 (1984) 2 februari 1984
hopeloos verouderd. Zij gingen minstens over ,,2000", maar hebben 1984 niet gehaald! Een meer hedendaags futuroloog, A. Toffler biedt in zijn ,,De derde golf" (Ned. vert.) een zeer optimistisch beeld van de nieuwe informatiemaatschappij welke wij thans binnengaan. Het is deze derde golf die, zo schrijft Toffler, de rest van ons leven gaat bepalen. Vol enthousiasme tekent hij dan dit prachtige nieuwe perspectief van de mens die nu dit nieuwe tijdperk betreedt: „Ze nemen met kleine slokjes — negentig minuten nieuws, dertig seconden reclame, een fragment van een song, een krantekop, een cartoon, een collage, een stuk verslaggeving, een computeruitdraai, een pocketboek en een gespecialiseerd tijdschrift — ongelooflijke hoeveelheden informatie in zich op." Is dit dan het prachtige perspectief? Mij dunkt dat het boek verouderd was nog voordat de drukinkt droog was! Toekomstvoorspelling is niet eenvoudig. Zeker moet men volop gebruik maken van hetgeen moderne wetenschappen en technologie als mogelijkheden in zich bergen. Maar men moet van het mistige jaar,,2000" terug naar ,,1984". De zedelijke vraag moet voorop staan. Wetenschappelijke voorspelling heeft een geldig, maar beperkt bereik. De mens heeft wetenschappelijke kennis nodig, maar hij of zij is vooral iemand die naar geborgenheid verlangt en naar wijsheid om de juiste zedelijke beslissingen te nemen. Het zijn de religieuze en zedelijke verantwoordelijkheden die beslissend zijn voor de toekomst. En deze liggen in het heden, in 1984. Binnen het kader van een VU-magazine is het eigenlijk overbodig dit te zeggen, want,,vrije universiteit" wil zeggen een bevrijding uit de te enge blik van ideologie en louter wetenschappelijke toekomstbeelden binnen het ruimere perspectief van de taak die de mens als religieus en zedelijk wezen thans te vervullen heeft met oog op de toekomst. 2000 Toch ligt het jaar 2000 nog maar 16 jaren van ons af. Maar het houdt iets in van de stralenkrans van de poort tot een nieuwe periode. Of ook voor sommigen, omgekeerd, als de rand van de afgrond waarin de mensheid in de Eindtijd terecht moet komen. Waarom dit magische getal? Eigenlijk is er niets mee aan de hand. Onze jaartelling moest in de geschiedenis enkele malen bijgesteld worden, waarbij onder meer de schrikkeljaren, zoals 1984 (maar 2000 weer geen schrikkeljaar), de kalender gelijk moeten breien. Bo-
vendien is de overgang van 1999 naar 2000 niet anders dan die van 1983 naar 1984. Het is juist de verborgen magie van nuchtere getallen, die op zichzelf heel willekeurig zijn (met o.m. een tientallig stelsel in plaats van-een twaalftallig, of een digitaal, dat is tweetallig stelsel). Daarom is een jaartal met 3 nullen voor ons gevoel iets heel bijzonders. Het is bekend dat ook bij dö nadering van het jaar 1000 in de geschiedenis veel opschudding ontstaan is: sommigen meenden dat dan het einde van de wereld zou aanbreken, anderen dat men het herstel aller dingen zou meemaken. Daarom heeft het jaar 2000 vooral symbolische betekenis. Wij projecteren onze gevoelens en verwachtingen op het ronde getal. Daarom ook wordt dit jaartal zo veelvuldig gebruikt in toekomstvoorspellingen. Het is alsof wij nog net tot dat jaartal kunnen kijken; daarvoorbij wordt alles onzeker. Kortom, het jaartal 2000 geeft de grens van ons voorstellingsvermogen aan. Het is het projectiescherm dat tegelijk onze gezichtseinder vormt. Het misverstand in vele, quasiwetenschappelijke toekomstvoorspellingen ligt hierin dat men het jaar 2000 niet ziet als de grens van onze theoretische taal en tegelijk als het gerechtvaardigde projectiescherm van onze verbeelding. Verbeelding is geen onzin, integendeel, zij is uiting van het diepe menselijke besef dat de geschiedenis ergens heengaat. De mensheid beschrijft in haar geschiedenis een verhaal dat ergens op uitloopt. Dat kan men in beelden, gelijkenissen, niet in boude beweringen, quasi-wetenschappelijke uitspraken vatten, ook theologisch niet. De Christen leeft en denkt toch steeds, met heel de mensheid, naar het beeld van de eindtijd toe (,,eschatologie"). Maar die verheven en ware verbeelding moet leidraad zijn voor het concrete, zedelijke handelen in 1984. Zelfs in alle wetenschapsbeoefening, hoe schijnbaar anti-religieus gezind ook, is er het besef ergens heen te gaan. Men spreekt dan voorzichtig van de wetenschap die vrij is van alle godsdienstige en sociale waarden, maar toch wel ,,een waarde opzichzelf" belichaamt. Of van wetenschap als uiting van menselijke, waardevolle ,,nieuwsgierigheid". Sommigen zelfs van wetenschap als ,,vooruitgang" of als mogelijkheid tot ,,emancipatie". Zo horen ,,2000" en ,,1984", de verbeeldingsrijke verwachting en de concrete waarschuwing, bijeen. D
79
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's