VU Magazine 1984 - pagina 305
Of de thuisbevalling grotere risico's met zich meebrengt, is wel eens onderzocht aan de hand van sterftecijfers van pasgeborenen. Daaruit blijkt niet dat de sterftecijfers thuis hoger liggen. Daarbij moet ook worden bedacht dat de meeste vrouwen die in ziekenhuizen bevallen, dat doen omdat er bij voorbaat al is geconstateerd dat er met het ongeboren kind iets niet in orde is.
Een ziekenhuisbevalHng: ondanks alle slangen en apparaten lijkt hettoch nog gezellig (AVC /VU)
lingen worden door de huisarts gedaan. Dat aandeel is de laatste jaren echter behoorlijk gedaald, ten gunste van de gynaecoloog. Vrouwen in Nederland kunnen op drie plaatsen bevallen: thuis, poliklinisch (24 uur) en volledig in het ziekenhuis. De thuisbevallingen worden in de regel door de vroedvrouw gedaan. Poliklinische bevallingen zijn te onderscheiden in gewone bevallingen en bevallingen op medische indicatie. Bij gewone bevallingen kan de vrouw thuis blijven, maar ook voor het ziekenhuis kiezen omdat het haar veiliger lijkt ot omdat zij te klein behuisd is. De bevalling wordt wel door de vroedvrouw of huisarts gedaan, maar deze kan in geval van nood een gynaecoloog waarschuwen. Is er wel een medische indicatie, dan verricht de gynaecoloog de bevalling. In zo'n geval is er al tijdens de zwangerschap geconstateerd dat er iets ,mis'is. Sommige vrouwen willen ook het kraambed nog in het ziekenhuis doorbrengen en blijven daar dan ongeveer een week. De bevallingen op medische indicatie worden wél door de verzekeraars vergoed, de .gewone' bevallingen gedeeltelijk. Dit is onder andere om een onnodig gebruik van medische ingrepen tegen te gaan. Het aantal thuisbevallingen is de laatste jaren gedaald van 72,6 procent in 1960 tot 35,4 in 1980. Dat verschilt overigens per provincie: Friesland kent de meeste thuisbevallingen (50 procent), Noord-Holland de minste: 23
vu-Magazine 13(1984) 7 juli/augustus 1984
procent. Toch is in vrijwel geen enkel ons omringend land dit percentage zo hoog. Dat neemt niet weg dat de laatste jaren vanuit verschillende zijden wordt aangedrongen op een versterking van de thuisbevalling. Bevallen in het ziekenhuis zou immers de indruk wekken dat het krijgen van kinderen een .ziekte' is waarvoor je naar een ziekenhuis moet om daarvan tussen de witte jassen te genezen. Ook vanuit de vrouwenbeweging is aangedrongen op meer mogelijkheden voor de thuisbevalling. In je eigen vertrouwde omgeving bevallen heeft veel voordelen, zoals bij voorbeeld het feit dat het niet in alle ziekenhuizen mogelijk is de bevalling volstrekt naar eigen wens te laten verlopen. Er zijn echter ook nadelen aan de thuisbevalling te ontdekken: als er iets mis gaat, is er niet direct een gynaecoloog aanwezig. De vrouw moet dan snel naar het ziekenhuis worden vervoerd. In ruim twee procent van alle thuisbevallingen is dat helaas het geval. Dat is op zich al geen pretje en de angst dat er met het kind iets fout is maakt dat helemaal een vervelende aangelegenheid. Het ziekenhuis geeft de zekerheid dat binnen redelijke tijd een gynaecoloog hulp kan bieden. Een goede keus tussen thuis en ziekenhuis kan echter alleen bestaan bij de gratie van een goede selectie van vrouwen die zonder gevaar thuis kunnen bevallen en vrouwen die een medische indicatie krijgen. De selectie is dat niet altijd, en bovendien kan er altijd onverwachts iets mis gaan.
Bewaking Sterftecijfers geven dus niet genoeg inzicht in de voordelen van het ene systeem boven het andere. Men zou ook moeten onderzoeken hoe de levend geboren kinderen zich ontwikkelen. Dat is in ieder geval de mening van mevrouw dr. M. Lievaart'm haar proefschrift ,Toetsing van enkele Aspekten van de Verloskundige Zorg'. Zij promoveerde op 15 juni aan de VU. In haar proefschrift beschrijft zij de resultaten van een onderzoek naar pasgeborenen thuis en in het ziekenhuis. Bij twee groepen zwangere vrouwen, waarbij na herhaalde controle alles in orde was, werden de bevallingen nauwlettend gevolgd. De kinderen werden aan verschillende tests onderworpen. Op grond van dit onderzoek concludeert dr. Lievaart dat de plaats van de bevalling niet zozeer uitmaakt, maar wél de beschikbaarheid van instrumenten waarmee tijdig kan worden ingegrepen ais dat nodig mocht zijn. De kinderen die voor het onderzoek werden onderzocht — alleen eerstgeborenen — waren tot aan de bevalling .onbedreigd'. De belasting tijdens de baring is echter zo groot dat het kind alsnog beschadigingen kan oplopen. Dr. Lievaart pleit er daarom voor alle eerstgeborenen onder intensieve bewaking in een ziekenhuis ter wereld te laten komen. Wie de bevalling doet maakt dan niet uit, als er maar voldoende bewakingsapparatuur aanwezig is en een gynaecoloog opgeroepen kan worden. Hoewel dr. Lievaart daar niet nadrukkelijk op ingaat, lijkt dit de positie van de vroedvrouw te bedreigen. Haar bevoegdheden zijn immers beperkt tot gewone bevallingen. Koel Eén van de vroedvrouwen die pas een praktijk is begonnen is Henriëtte van Gelder. Samen met Laurita Geers heeft zij een pand in AmsterdamNoord opgeknapt en voor een vroedvrouwenpraktijk geschikt gemaakt. Beide vrouwen hebben hun opleiding in Amsterdam aan de ,scliool Kloosterman' gevolgd, een van de drie vroedvrouwenscholen in Nederland.
255
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's