VU Magazine 1984 - pagina 284
p k'
I I I I i I i-
I I I I
l
I ; I I I
I
i I !
i i i
gêne, anderen uit verontwaardiging over het misbruik dat gemaakt is van een uitzicht op hethiernamaals. Erzijn christenen die zeggen: dood is dood, maar weten ze wel goed wat er op het spel staat? vroeg de spreker zich af. Hij wees op de geloofsvoorstelling van ,,het gericht". ,,Als er geen gericht is, dan lieeft de beu! het dus voor eeuwig
gew/onnen van het slachtoffer. I-let leed van de slachtoffers is dan voor eeuwig. Alles moet hier gebeuren. Als 't hier niet gebeurt, gebeurt het nooit. En dat brengt vaak ook de gedachte met zich mee dat het ook kan, vrede en geluk. En wie daaraan niet meedoet, is een verrader van de goede zaak. Hem of haar moet drastisch de les worden gelezen." Deze laatste gedachte sprak drs. Montsma niet aan. We kunnen vaststellen dat het hier niet gebeurt. Hij weesopde armen, de gemartelden en de politieke vluchtelingen. Opwekkingen om daar als nooit te voren tegen aan te gaan, leken hem getuigen van minachting voor de armen en verdrukten. Stel dat het lukt, één verdrukte te helpen (en dat is nog wat anders dan roepen dat verdrukten geholpen moeten worden), wat gebeurt er dan met al die anderen? vroeg drs. Montsma zich af. Met die miljoenen die voor ons weggeschoten zijn, vertrapt of als vliegen tegen de muur geslagen? Of met de miljoenen die als mest op de velden gebruikt zijn om een toekomst te scheppen voor de machthebbers? Geen hiernamaals? Dan hebben ze niets. Tot in der eeuwigheid niets. Juist voor de sociaal bewogen christenen, ligt hier een vraag, dacht drs. Montsma. Het is natuurlijk wel duidelijk waarom juist de sociaal-bewogenen het moeilijk hebben met het christeiijk geloof in een hiernamaals. Dat geloof heeft niet alleen de handen vaak slap gemaakt maar ontegenzeggelijk heeft dat geloof ook vaak gefunctioneerd als een goedkope wissel op de eeuwigheid, aangeboden door uitbuiters aan degenen die ze wilden uitbuiten. Vooral door marxistische socialisten is deze omsstandigheid vaak als argument gebruikt tegen het christelijk geloof in het hiernamaals. Het argument gaat ondertussen niet op, meende hij. Ook het marxistische socialisme werkt met een toekomstbelofte, de klasseloze maatschappij, die men zelf weliswaar niet zal meemaken, maar wel de mens als soort. Hij achtte zulks een kluitje in het riet. Als we het geloof in een hiernamaals laten vallen, maakt dat van de mens een massa-artikel, een wegwerpwezen. De enkele mens verdwijnt in de soort, in de grote ontwikkelingsgeschie238
Prof. dr. J. Firet
denis. Een cultuur evenwel, die niet meer ziet dat één enkeling al de moeite waard is, zo'n cultuur is onmenselijk geworden, zo gaf drs. Montsma de gedachten van prof. Kuitert weer, omdat ze iedereen aan alles durft op te offeren. Juist de zwakken en kwetsbaren zijndaarin niet meer veilig. Daarom achtte drs. Montsma een christendom dat juist in de overzijde van dood en graf blijft geloven een cultuurfactor bij uitnemendheid. Dat christendom met zijn geloof in een hiernamaals is door geen politieke invloed te evenaren. Het bewaart de cultuur bij de waarde van de enkele mens en werpt een dam op tegen een samenleving waarin de mens op zijn voorlopige gebruikswaarde wordt be-
,,Heeftclebeulhet dusvooreeuwig gewonnen" zien en zo tot een massa-artikel wordt verlaagd. Samenvattend: Zonder hiernamaals zakt het geloof in het komende Godsrijk in elkaar en zakt ook de prediking van de rechtvaardiging, de vergeving en de verzoening in elkaar. Er is dan geen noodzaak meer om rechtvaardig voor God te zijn, schuld is loos alarm en vergeving is loos heil. Drs. Montsma stelde deze gedachten tegenover die van sommige bevrijdingstheologen (met name noemde hij Dorothee Sölle) die de waarde onderstrepen van he\,,voortleven in de gedachten van je vrienden":,,Allende. Presente". Prof dr. J. Firet, wilde als opschrift boven zijn verhaal zetten: ,,0p weg naar een opstandingsspiritualiteit", maar eerst maakte hij nog een aantal
opmerkingen, die daar buiten vielen. Hem was gevraagd iets te zeggen over de vraag of er een verband bestaat tussen het teruggaan van geloof in het leven na de dood en het in onze samenleving toenemende gevoel van zinloosheid. Hij was niet zeker dat dit geloof terugloopt. Uit het onderzoek ,,Opnieuw: God in Nederland" blijkt dat niet. Een groot recent Europees onderzoek naar waardebeleving bracht aan het licht dat in onze tijd een onvermoed groot aantal mensen aan reïncarnatie gelooft. Ook een vorm dus van leven na de dood. Maar goed, laten we eens aannemen dat dit zo zou zijn, dan nóg behoeft die samenhang er allerminst te liggen. ,,lk hoorde pas van een hoogbejaarde, die enthousiast en met grote toewijding bezig is met allerlei zaken vooral ten dienste van anderen en zijn diepste impuls daarbij is de overtuiging dat met de dood alles uit is. Hij zei het zo: wat ik te doen heb, moetik bieren nu doen." Prof. Firet kon zich voorstellen dat het leven van een humanist uiterst zinvol kan zijn en hij ging ook zichzelf na. ,,lk kan me niet goed indenken dat belangrijke dingen in mijn leven, zoals b.v. het opvoeden van kinderen, het ontvangen en geven van liefde en aandacht, zinloos zou worden ais ik het toekomstperspectief dat ik in het geloof heb, zou missen. Ik doe het toch niet om in de hemel te komen, of zo?" Wel is er in onze cultuur het een en ander aan de hand als we letten op het woord ,,doemdenken", de zelfdoding, de vrees om kinderen te krijgen, druggebruik enz. Leven is voor velen niet meer vanzelfsprekend zinvol. Dient het leven nog ergens toe? ,,Ergens" suggereert een groter verband, een patroon, een uiteindelijk doel, een bestemming. En dan begint — in deze tijd sterker dan wellicht ooit — de groeiende onrust, de verwarring. Het leven wordt een beangstigend raadsel. De samenleving in deze tijd is hyper-individualistisch geworden. Dragende samenlevingsverbanden en bindende normen verdwijnen, leder moet het zelf maar uitzoeken. Ideaal is geworden de zelfontplooiing, maar we zijn daarmee wel erg eenzaam geworden. En de eenzame mens vindt niet een God of maatschappij, die zijn bestaan betrekt in een bezield verband (Marsman). De vraag is nu: helpt het geloof in de opstanding mij dat ik het leven en sterven beter aankan dan zónder dit geloof? In zijn getuigenis benadrukte prof. Firet dat het nooit uit is met de relatie tussen God en de individuele mens. Die relatie verbreekt Hij niet. Ook in het Oude Testament waar de
vu-Magazine 13(1984) 6juni 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's