VU Magazine 1984 - pagina 475
waarin hij vjas opgevoed. Maar 't is volgens mij niet bepaald iets dat daar tegenin gaat. Meer een paddestoel daar overheen. Een alomvattende oriëntatie, 't Lijkt misschien goedkoop gepsychologiseer. Maar 't komt mij voor dat Mondriaan een kunstenaar v\/as die door zijn opvoeding bepaald is gebleven." De extreme soberheid van Mondriaan, het teruggaan tot de essentie, moeten we dus zien als een uiting van zijn calvinistisciie aciitergrond? "Ja, hoew/el je dat n/ef kunt omdraaien in die zin, dat een dergelijke opvoeding automatischi zo'n kunstopvatting tot gevolg heeft. Een dergelijke opvoeding of achtergrond leidt niet noodzakelijkerwijs tot zo'n kunst, terwijl zo'n soort geometrische kunst niet noodzakelijkerwijs een protestantse achtergrond hoeftte hebben. Trouwens, die extreme soberheid die jij noemt als kenmerkend voor Mondriaans schilderijen, die zie ik niet zo. Ik vind ze juist uiterst complex. Veel kunst waar voor 't oog meer opstaat vind ik vaak veel simplistischer." Misscliien is 't dan de spanning die wordt opgeroepen door de ogenscliijnlijl<e soberlieid en de complexiteiten intensiteit die erachter zit. "Precies. Dat fascineert. Ook op de langeduur." Stier Als ik je goed begrijp, heb je met de slotopmerking in de oratie dus niet willen zeggen dat de gereformeerden, wat betreft beeldende kunst, nooit verder zijn gekomen dan een afbeelding van de Nachtv\/acht op de koektrommel en de boeken van Rien Poortvliet in de kast? "Ik vind dat ze zich daarin bepaald niet onderscheiden van het merendeel van de overige Nederlandse bevolking. Maar ik geloof wel dat de bepaaldheid door 'Het Woord' ze huiveriger heeft gemaakt voor moderne, beeldende kunst dan andere bevolkingsgroepen. Neem bij voorbeeld de katholieken, die juist altijd een grote nadruk hebben gelegd op het visuele aspect." Dat brengt ons in het gesprek dan bij het moeilijk te definiëren kwaliteitsbegrip. Vooral in de moderne kunst is het lastig te bepalen wat kwaliteit heeft en wat niet. Wat kunst is en wat kitsch, imitatie of rommel. Zo heeft met name de abstracte kunst te lijden gehad onder het 'dat-kan-ikook-syndroom' waarmee leken derge-
vu-Magazine 13(1984) 10 november 1984
Prof. dr. C. H. Blotkamp, met aan de wand het werk van Armando: zevenentwintig kreukels
lijke kunstuitingen al dan niet agressief te lijf gingen. Aan de ene kant staat dan de 'kunst voor de miljoenen', waaraan niemand zich een buil kan vallen. De 'dat-doei k-h em-niet-n a-kunst'. Rembrandts Nachtwacht, Vermeers straatje. Potters Stier, dat is kunst. Een nadere maatstaf dan het getalscriterium is daarbij niet nodig; iedereen vindt dat zo.
Moeilijker wordt 't bij hedendaagse vormen van beeldende kunst, het 'grote publiek' is nauwelijks geïnteresseerd en laat de galerieën, waar dergelijke kunst geëxposeerd wordt, links liggen. Maar zelfs de kenners en de minnaars van die kunst heten angstvallig op zoek te zijn naar een maatstaf om, met de grote toevloed van kunstobjecten, nog het kaf van het koren te kunnen scheiden. En ook zij komen
389
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's