VU Magazine 1984 - pagina 159
Namennoemen Prof. Halkes heeft bijzonder genoten van Bonino's toespraak van vanmorgen, maar als feministisch theologe wordt van haar iets anders verwacht. Waar waren de vrouwen in Bonino's redevoering? ,,De vrouwen waren afwezig", stelt ze vast. In het kort legt ze Bonino uit wat feminisme inhoudt en feministische theologie in het bijzonder. ,,Misschien kunt u alsnog iets over ons, vrouwen, zeggen. En ook ben ik teleurgesteld dat u ons een middenklasse-ideologie verwijt, al geef ik toe dat deze zaak ingewikkeld is. In feite loopt onderdrukking van vrouwen door alle rangen en standen heen en wij voelen een diepe eendracht met al die vrouwen. Ik wil graag met bevrijdingstheologen samenwerken, maar tot nu toe heeft het in die kringen ontbroken aan een goede bezinning op de geslachtelijke bepaaldheid van de maatschappij. Mijn vraag aan u is: u kiest voor de onderdrukten, maar tieeft u ook oog voor de onderdrukten van de onderdrukten?" ,,U zegt: ik sprak niet over vrouwen vandaag. Ik zeg: ik sprak de hele tijd over vrouwen", is het verweer van Bonino. ,,De martelaren van wie ik sprak, zijn mannen en vrouwen. Vaak meer vrouwen dan mannen. De vrijheidsstrijders van wie ik sprak, zijn vrouwen en mannen. Vaak meer vrouwen dan mannen. De Dwaze Moeders zijn vrouwen. Zonder hen was de vrijheidsstrijd in Argentinië wellicht ondenkbaar en onmogelijk geweest." Met dit antwoord brengt Bonino het wederzijds onbegrip bepaald niet tot bedaren. Een feministisch theologe in de zaal, Willemien Boot, vindt Bonino's antwoord te simplistisch. Er spreekt geen inzicht uit in de stelselmatige onderdrukking van vrouwen: „U zegt, ik noemde wel degelijk vrou-
wen maar niet bij name. Ik zeg: als u ze niet bij name noemt, zijn ze er niet. En als u niet de vrouwenonderdrukking noemt, vermijdt u ook te noemen wie onderdrukken. En dat moeten mannen zijn, denk ik." Bonino: ,,Aan de ene kant heeft u gelijk. Het moet genoemd worden. Ik bied mijn verontschuldigingen aan dat ik niet konkreet ben geweest. Aan de andere kant: ik noemde haar namen wel degelijk in mijn gedachten. Haar gezichten trokken aan mijn geestesoog voorbij toen ik de slachtoffers, strijders en martelaren in mijn toespraak gedacht. Maar ook toen ik van onderdrukkenden sprak, zag ik enkele vrouwengezichten. Daarom kan ik niet een scherpe grens trekken tussen mannen en vrouwen." ,Hij begrijpt er niets van", mort een »/rouwenstem. Prof. Tine Halkes: ,,Als u de vrouwen niet noemt, handhaaft u de kuituur van de stilte, een term uit de bevrijdingstheologie. Laten we elkaar echter niet beschuldigen. Wel wil ik zeggen dat u in LatijnsrAmerika gunstiger omstandigheden kent dan wij, feministische theologes. Uw arbeid wordt door talloze kerkmensen ernstig genomen, zelfs door sommige kerkleiders. Ik kan u verzekeren dat dat met feministische theologie niet het geval is. Of er wordt om gelachen, óf het wordt als bedreiging gevoeld. Zolang Rome mij geen zwijgverbod oplegt, voel ik mij niet erkend." Een kiein beetje blij De beurt is aan hoogleraar Veenhof. Ook hij heeft veel nieuws geleerd en spreekt lovende woorden aan het adres van zijn overzeese vakgenoten, maar toch: ,,Welke bevrijding moeten wij in Europa nastreven? Ik ben, ondanks alle zwakke kanten ervan, toch een klein beetje blij met ons demokra-
tisch stelsel. Voor ik ja zeg tegen uw bevrijdingstheologie, wil ik dat weten." Bonino: ,,Als u mij vraagt, welke bevrijding, moeten we eerst vragen: welke onderdrukking? Het gaat om het hele wereldstelsel van onderdrukking. Het ligt er maar aan welke invalshoek het dichtst bij jou is. Als hier de onderdrukking door mannen een grote rol speelt, komt u, als het goed is, vanzelf uit bij die wereldwijde onderdrukking. Als de bewapeningswedloop onderdrukkend werkt op uw leven, of op de toekomst van uw kinderen, begin dan daar. Vanzelf komt u dan uit bij andere vormen van onderdrukking." Veenhof: ,,Als ik moet kiezen tussen de verschillende regeringstypen, met al hun voors en tegens, nou, dan kies ik op 't ogenblik toch voor ons huidige stelsel. Een beter ken ik niet, al wil ik in ogenschouw nemen wat Bonino over onderdrukking zegt. De taak van de kerk is om dat in bepaalde gevallen aan te kaarten." Dr. Schuurman vindt dat de kerk wel heel toegespitste kritiek moet leveren, ,,anders blijft het vaag en bekritiseer je niets." En kollega Veenhof ziet de zaak wel wat beperkt, vindt hij: ,,Hij praat alleen over de positieve aspekten van de demokratieen redeneert daarin alleen vanuit zichzelf, vanuit een bevoorrechte plek. Je moet proberen te praten met mensen in de samenleving voor wie die voorrechten niet gelden. En je kunt niet meer spreken over de omstandigheden in Nederland zonder die in verband te brengen met Azië, Afrika, enzovoort. Dan pas merk je hoe er wereldwijd mensen zijn die onder ons stelsel lijden, datzelfde stelsel dat wij persoonlijk als prettig ervaren." a
Het theologen-forum, met v.l.n.r.: prof. dr. J. Veenhof, prof. dr. T. Halkes, prof. dr. mr. D. C. Mulder, Bonino, prof. dr. H. Berkhof en dr. L. Schuurman
vu-Magazine 13 (1984) 4 aprill 984
133
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's