Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 260

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 260

6 minuten leestijd

— officieel van start ging. Met 51 leden. Van deze organisatie liggen hier publicaties alsook van een aantal zogenaamde „specialized agencies". Dat zijn afzonderlijke, autonome organisaties die door middel van speciale overeenkomsten met de VN zijn verbonden en die Jaarlijks aan de Economische en Sociale Raad van de VN rapport uitbrengen. Het gaat hier om organisaties die samenwerking tussen naties beogen op één of meer gebieden waarop elk der deelnemers zich beweegt en waarin die deelnemers een min of meer aanmerkelijk belang hebben. Doorgaans wordt men dan ook lid van zo'n organisatie om beleid te coördineren én om de eigen belangen zoveel mogelijk te beschermen. Eendracht maakt macht, twee zijn sterker dan een en een drievoudig snoer wordt niet licht verbroken. Althans, op papier niet, want het zal op het eerste horen al wel duidelijk zijn dat er spanning kan bestaan tussen de coördinatie van beleid en de bescherming van eigen belangen. Die spanning wordt nog duidelijker, wanneer men bedenkt dat internationale organisaties ook wel worden beschouwd als middel om het internationale recht effectiever te maken. Huldigt men de opvatting dat de aard van het internationale recht een functie is van het aantal en soort staten dat in een internationaal systeem betrokken is, dan dringt zich als spoedig de gedachte aan het,,rechtvan de sterkste" op. Toevloed Nu is het aardige van internationale organisaties dat dit recht niet afgedwongen kan worden. Althans niet in die organisaties waarin de vertegenwoordiging volgens het beginsel van ,,one man one vote" is geregeld. Alle leden proberen weliswaar hun invloed uit de oefenen op het beleid om er in elk geval niet minder op te worden, maar al die invloeden worden gekanaliseerd in regels voor besluitvorming waarnaar ook de grootste macht zich moet schikken. Hierin is voor het Westen, althans voor de VS nogal wat pijn gaan zitten. Geen wonder, want de situatie van vandaag verschilt hemelsbreed met de situatie tijdens en vlak na de oprichting van de VN, toen deze organisatie een overwegend westerse aangelegenheid was die de dienst uitmaakte. In die situatie komt verandering gedurende de Jaren '55-'60 met de enorme toevloed van leden uit de Derde Wereld, na hun onafhankelijk worden. Een niet voorziene aanwas: dat blijkt wel uit het feit dat men er bij de bouw

214

van het hoofdkwartier van de VN, eind jaren 40/begin Jaren 50 vanuit ging dat niet meer dan 70 staten van deze organisatiezouden deel uitmaken. Geweten Een voorbeeld van een internationale organisatie is Unesco. Een organisatie die de laatste tijd in het — slechte — nieuws is als gevolg van het aangekondigde voornemen van de VS deze organisatie te verlaten, wellicht gevolgd door Groot-Brittannië. Tenzij tegen het eind van dit jaar duidelijke tekenen van verandering merkbaar zijn. Unesco werd geconstitueerd op 16 november 1945 en ging in 1946 van start met 20 leden, overwegend afkomstig uit de westerse wereld. Thans is het ledenbestand van deze organisatie verachtvoudigd. Een organisatie waarvan de Constitutie de beroemde zin bevat:,,aangezien oorlog begint in de hoofden van mensen, is het in de hoofden van mensen dat de beginselen van vrede geconstrueerd moeten worden". Naar de opvatting van de partijen die bij de formulering van de constitutie betrokken waren, diende vrede te worden gebaseerd op de intellectuele en morele solidariteit van de mensheid. Tegen die achtergrond werd het doei van de organisatie omschreven als ,,het bijdragen aan vrede en veiligheid door het bevorderen van samenwerking tussen naties door middel van onderwijs, wetenschap en cultuur, teneinde universele eerbied voor gerechtigheid, de regelsvan het rechten voor de mensenrechten en fundamentele vrijheden te bevorderen". Daartoe wilde de organisatie samenwerken op het gebied van wederzijdse kennis en begrip van mensen door middel van alle middelen van massacommunicatie ,,en om die internationale afspraken aan te bevelen die nodig zijn om de vrije stroom van ideeën door woord en beeld te bevorderen." Wie zou daar tegen kunnen zijn? Wie zou geen deel willen uitmaken van het ,,geweten van de wereld", zoals de grondleggers haar betitelden? Voor het westen, althans voor de VS vormt Unesco nu een ,,kwaad geweten" en heeft het kwaad van politisering, financieel wanbeheer en een dreigende muilkorving van de vrije pers op haar geweten. Na reedseerder de contributie te hebben ingehouden is voor de VS de maat nu vol. Helaas, want hoe men ook over delen van het beleid van de VS mag denken en hoe men de houding van de VS ten aanzien van internationale organisaties ook beoordeelt, het is — in de Juiste zin van het woord--geen ,,s/ne cure " wanneer de

VS een belangrijk internationaal lichaam als de Unesco de rug toekeren. Wanneer internationale organisaties de mogelijkheid bij uitstek vormen om een wereldopinie tot uitdrukking te brengen, wanneer het instellingen zijn waarbinnen met elkaar wedijverende politieke krachten elkaar recht in het gezicht kunnen kijken, met open vizier, dan is wat ik zojuist heb verteld, geen bemoedigende ontwikkeling. Natuurlijk, van niemand kan in redelijkheid worden verlangd zich, tegen betaling, tegen de schandpaal te laten zetten. En daar lijkt het dikwijls op: op ,,VS-je pesten". Maar wanneer de kritiek op het westen meer is dan ordinaire •machtspolitiek, meer is dan ,,wij nemen de wacht, nee, wij nemen de macht over", dan verdient het aanbeveling de kritiek en de beschuldigingen, de eisen en de verlangens serieuste nemen. Coöperatief Er wordt dikwijls, wat mismoedig, gezegd: ,,het is een vicieuze cirkel; voorstellen om de VN beter te laten functioneren hebben alleen zin wanneer de supermachten zich coöperatief opstellen, maar indien en wanneer dat het geval is, dan zijn verbeteringen in feite overbodig". Dat zou er op neer komen dat ,,goede wjl", het leidend beginsel voor internationale samenwerking zou zijn. Er is, denk ik, méér van te zeggen. In zijn oratie,, Volkenrecht in samenwerking" merkt prof. dr. P. de Waart op: ,,De matehële bevordering van de rechten van de mens, de bestempeling van de oceaanbodem buiten nationale jurisdictie tot gemeenschappelijke erfenis der mensheid en de exploratie en exploitatie van de kosmische ruimte — zulks zonder de mogelijkheid van toeëigening op grond van nationale soevereiniteit — zijn moeilijk in te passen in de legpuzzel van het internationale recht tenzij juist samenwerking tussen staten als leidend beginsel wordt aanvaard." Ook al kan deze plicht niet worden opgelegd of de vervulling ervan worden afgedwongen — verklaringen zijn immersnietjuridisch bindend —erzou allesvoortezeggen zijn om stelselmatig te herinneren aan wat geschreven is om tegen die achtergrond te beoordelen wat is geschied en wat er geschiedt. Wanneer deze tentoonstelling mede hieraan een bijdrage levert mag zij geslaagd heten. Ik hoop dat tentoonstellingen als deze een lang leven beschoren zijn en ik bedoel dat niet in antiquarische zin. D

VU-Magazine13(1984)6)uni 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 260

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's