Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 73

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 73

5 minuten leestijd

De watervoorziening in U m Rakoba. Watergebrek is in vele vestigingen het belangrijkste probleem (Ben Broertjes)

zet. Voor vele vluchtelingen zit er niets anders op dan als dagloner te werken voor de grote Soedanese durra- en sesamboeren. Zo voegen vluchtelingen zich bij het leger van trekarbeiders, dat aardig is ingekrompen door het vertrek van vele Soedanezen naar de gouden bergen in de rijke oliestaten. Ziehier de keerzijde van de zo geroemde Afrikaanse gastvrijheid. Buiten het landbouwseizoen zoeken vele vluchtelingen ander werk. Theehuisjes en restaurantjes openen kan niet onbeperkt doorgaan. Als iedereen bij elkaar gaat eten is het geld gauw op, Inkomen van buiten de vestiging is er niet of nauwelijks. Er lijkt sprake te zijn van een .introverte ontwikkeling', wat samenhangt met de geïsoleerde ligging van de vestigingen — een doelbewuste overheidspolitiek. En dat is niet onbegrijpelijk gezien de hoge werkloosheid die de Soedanese economie ook zonder vluchtelingen al teistert. De vraag dringt zich echter wel op of economische integratie van vluchtelingen — een doelstelling van de overheid en vele internationale organisaties — op deze wijze wel kan worden bereikt, zo zij door alle partijen al serieus wordt nagestreefd. Ook in Soedan blijkt weer despann/ngfussen hulp aan vluchtelingen en ontwikkelingssamenwerking, een probleem dat ook de Nederlandse overheid in haar hoedanigheid van donor van UNHCR bezighoudt. ,Spontane' vestiging Lang niet alle rurale vluchtelingen in Oost-Soedan kunnen worden opgenomen in deze vestigingen, ook al is dat officieel beleid. Een aanzienlijk deel van hen vestigt zicht, spontaan 'in Soedanese dorpen en gehuchten. Dit is ook het geval in Doka, zeven kilome-

vu-Magazine 13 (1984) 2 februari 198-:

ter van Um Rakoba. De vluchtelingen wonen bij elkaar in een deel van het dorp. Ten opzichte van Um Rakoba bestaat het voordeel dat ze gebruik kunnen maken van de toch al bestaande voorzieningen, zoals water en het ziekenhuis. Ze ontvangen echter geen enkele speciale hulp, die ze wel nodig hebben. Er is geen voedselhulp, geen mogelijkheid tot onderwijs en geen bijdrage in huisvesting. Bovendien werkt het beleid van de lokale overheid belemmerend op de inkomensvorming buiten de landbouw. Wat in Um Rakoba het gevolg is van een geïsoleerde ligging, wordt in Doka bewerkstelligd door het niet verstrekken van een ,business licence'. Als een vluchteling een eigen zaakje wil beginnen, moet dit via een Soedanese ,compagnon' die daar goed aan verdient. De mobiliteit van vluchtelingen is beperkt door een stelsel van reisvergunningen. Een belangrijk verschil tussen Doka en Um Rakoba betreft de veiligheid en sociale rechten van de vluchtelingen. In Um Rakoba lijkt deze redelijk te zijn maar in Doka is dat bepaald anders. Niettegenstaande de fraaie woorden van de Soedanese overheid in Khartoum worden de rechten van de vluchtelingen op lokaal niveau in vele opzichten geschonden. Zo worden vluchtelingen gedwongen zonder betaling militaire kampen schoon te maken. Om te voorkomen dat ze 's ochtens door soldaten van hun bed worden gelicht, vluchten ze in alle vroegte naar de velden buiten het dorp. Ook religieuze verschillen tussen de islamitische Soedanezen en de orthodoxchristelijke vluchtelingen spelen een rol. Een Soedanees zal nooit bij een christen gaan eten, omdat deze vlees

eet — als daar ai geld voor is — dat volgens andere rituele wetten is geslacht. Dit draagt bij aan een sociale isolering van vluchtelingen. Net als in de steden heeft de sharia-wetgeving ook hier verregaande gevolgen, met name voor vrouwelijke vluchtelingen. In Doka zochten zij van oudsher, bij gebrek aan werk en een toereikend gezinsinkomen, hun toevluchttot prostitutie en het maken van alcohol. De plaatselijke gezagsdragers passen de nieuwe wetgeving echter wel heel stringent toe; in november 1983 wordt aan alle alleenstaande vluchtelingenvrouwen te kennen gegeven dat ze voor het einde van het jaar een echtgenoot moeten hebben. Luktdatniet, dan beschouwt men ze als prostituee en wacht hun een gevangenisstraf of gedwongen terugkeer naar hun eigen land. Inmiddels worden al geregeld lijfstraffen uitgedeeld aan van prostitutie of bierbrouwen verdachte vrouwen — en aan hun mannelijke klanten. Een onaangenaam bijverschijnsel is. dat figuren uit de lokale gemeenschap misbruik maken van de situatie. Zij dreigen de vrouwen met aangifte van hun illegale activiteiten bij de politie en proberen ze op die manier geld af te persen. Een deel van de vrouwelijke vluchtelingen in Doka ziet zich geplaatst voor het pijnlijke dilemma tussen een noodlijdend bestaan in Doka en terugkeer naar Etiopië, waar ze op vervolging kunnen rekenen. Spanningsveld Uit het voorgaande wordt duidelijk, dat de integratie van vluchtelingen in de Oostsoedanese samenleving niet zo vlot verloopt. Voor de Soedanezen is er een spanningsveld tussen gastvrijheid en bescherming van de eigen belangen. Vluchtelingen moeten een keuze maken tussen hun eigen identiteit en aanpassing aan de Soedanese samenleving. Vooralsnog ligt het accent op datgene wat de beide groepen onderscheidt. Daarbij lopen economische, sociaal-culturele en politieke problemen door elkaar. De verscherpte toepassing van de islamitische leefregels wakkert de bestaande tegenstellingen nog aan. Zo werkelijke integratie van vluchtelingen al mogelijk is, zal deze niet dichterbij komen door een strikte scheiding van vluchtelingenhulp en ontwikkelingssamenwerking, wat tot heden wel het geval is, Aan onderzoekers de taak om vanuit Oost-Soedan de weg terug te vinden naar Geneve en Den Haag, om met feitelijke informatie en gedegen informatie ondersteuning te geven aan vluchtelingenbeleid. Z

55

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 73

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's