Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 276

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 276

5 minuten leestijd

Roelf Haan

Over kleine luyden in l\/iexico en de VU Op vrijdag 9 aprii vond aan de Vrije Universiteit een bijzondere promotie plaats. Dr. Jan Hardeman verdedigde zijn dissertatie getiteld Selectieve innovatie door kleine boeren in Mexico. Dat bijzondere lag niet in de laatste plaats hierin, dat deze promotie, zoals de promotorprof. dr. G. A. de Sru/yneopmerkte, naar het zich laat aanzien de laatste zal zijn geweest die aan de VU plaatsvond op hetterrein van de sociale geografie en de planologie van ontwikkelingslanden. ,,lmmers"zozeihij,,,de studie sociale geografie wordt aan de VU opgeheven en de sociale geografie van ontwikkelingslanden verhuist naar de Universiteit van Amsterdam". Promotoren gepromoveerde verhuizen mee. Hardemans proefschrift is ais het ware een topje van een ijsberg van onderzoek en onderwijs die zich reeds jaren geleden aan de VU begon te vormen. Veel studenten hebben daarvan voor hun vorming geprofiteerd. Hardeman heeft hen laten zien een belang in het oog te houden, het belang namelijk van de campes/no om wie het gaat — en achter wiens rug om zoveel universitaire projecten worden uitgebreid. De kleine boeren die Hardeman metzijn studenten in Mexico heeft bezocht zijn voor hem niet alleen maar studie-objecten geweest voor een promotieonderzoek waarvoor dat ,.veldwerk" nu eenmaal nodig is (hoe weten wij in Europa en Noord-Amerika de Derdewereld in ditopzicht nog steeds uitte buiten om onze eigen programma's veilig te stellen!); het boek van Hardeman zal in het Spaansverschijnenenzo

230

dienstbaar worden gemaakt aan de,,doelgroepen" zelf, die ten slotte de eigenlijke veldwerkers zijn. (Geïnteresseerden kunnen de Nederlandse uitgave — voor ƒ 19,50,-verkrijgen bij het Geografisch-Planologisch InstituutvandeVU). Maatschappelijk relevante wetenschap dus, zoals de VU datgraag ziet. Bijzijn verdediging zei Hardeman te hopen dat zijn bevindingen een rol zullen spelen bij verder toegepast onderzoek en bij de formulering van ontwikkelingsbeleid. Het is moeilijk te zeggen of een bepaalde vakgroep of faculteit ,,meerte maken heeft" met de doelstelling van de VU dan andere terreinen waarop aan de VU wordt gewerkt. Wel moet dit uitgangspunt— het belang van de in de Derde Wereld systematisch gemarginaliseerde kleine boer ~ typisch voor de VU genoemd worden. Hiermee bedoel ik uiteraard niet dat andere universiteiten dit uitgangspunt niet tot het hare zouden maken of kunnen maken. Hettegendeel bleek op welsprekende wijze, doordat van een drietal zusteruniversiteiten die middag belangstellende hoogleraren aanwezig waren om aan het plechtige vraag- en antwoordspel deel te nemen. Ik bedoel dat de VU over het lot van die kleine boer een i/errtaa/ heeft (of moet ik zeggen: zou kunnen hebben?), dat met de specifieke doelstelling van de VU in verband staat. De VU is zelf ooit ontstaan uit een draagvlak van kleine luyden die tegen een grote stroom in moesten roeien. En wat daar onder andere van over is, is een voorliefde om in de wetenschap,,maatschap-

pelijk relevant" bezig te zijn, met name ten behoeve van zwakke groepen in de Derde Wereld. Tijdens deze wat droevige promotieplechtigheid — droevig omdat zij de laatste was binnen een vakgroep die gaat vertrekken — kwam bij mij deze gedachte op. Wanneer de VU haardoctorsbullen pleegt uitte reiken onder verwijzing naar de,,vrees des Heren, die het begin van alle wijsheid is", dan is daarmee uitgesproken dat zij n/ef vreest voor de onderdrukkende krachten die stelselmatig het leven van de kleine boeren in Afrika, Azië en Latijns-Amerika bedreigen als gevolg van wat zo zelfgenoegzaam de,,modernisering" wordt genoemd. DeVU was honderd jaar geleden zo'n onverschrokken waagstuk, tegen alomtegenwoordige ontwikkelingstendensen in. Die onverschrokkenheid, gegeven het feit dat de VU haar vrees elders heeft gedeponeerd, geeft aan wie haar delen onafhankelijkheid in het onderzoek en het onderwijs, en ware onpartijdigheid! Misschien was het een soortgelijke overweging die de ondertoon van spijt veroorzaakte in de toespraak van promotor De Bruijne. ,,De formule waarmee ikje bul moesten wilde overhandigen, wordt binnen dit gebouw voor de sociale geografie kennelijk minder relevant geacht. Wat in een aantal jaren, onder Heslinga's leiding, is gegroeid, moet nu worden afgebroken", zei prof. De Bruijne. Hardeman bekritiseert in zijn boek de modernizeringstheorieën over de aanvaarding of weigering van technische vernieuwingen

(innovaties) in het agrarische ontwikkelingsproces in de Derde Wereld. Hij stelt daar zijn eigen onderzoek tegenover, en baseert dat op het (alleszins rationele!) gezichtspunt van de kleine boer, die doorgaans van dergelijke vernieuwingen eenzijdig het risico draagt. Het gedrag van de boer moet beoordeeld worden vanuit de overlevingsstrategie ó\ehï\ heeft te voeren. De moderne marktrelaties waaraan hij van buiten af onderworpen wordt kan hij veelal noch overzien noch beheersen. Hardeman citeert het boek van VU-econoom Gert Jan van Apeldoorn (die bij deze promotie de rij van opponenten opende) over de boeren in Nigeria (Perspectives on drought and famine in Nigeria, Allen & Unwin, Londen 1981), waarin deze opmerkt dat het probleem van de ,.modernisering" is dat deze in beperkte gebieden grote veranderingen pleegt te weeg te brengen, terwijl het moet gaan om nuttige We/ne veranderingen die geabsorbeerd kunnen worden in grote gebieden. Hardeman verduidelijkte deze gedachte bij zijn verdediging. Modernevernieuwingen hebben zin als de boerensamenleving deze kan opnemen zodat zij overleeft; wanneer het omgekeerde plaats vindt en de plattelandssamenleving als een soort grondstof wordt ,,opgenomen" in een moderniseringsproces dat als een doel in zich zelf wordt gezien, dan delft zij het onderspit. Op deze dingen te wijzen is gelukkig niet meer nieuw. Maar ze te onderw/ijzen is nog steeds broodnodig. Dat onderwijs mag zich van promotor De Bruijne gerust ook uitstrekken tot de Nederlandse politiek: wie de nota Herijking van de minister voor ontwikkelingssamenwerking leest, aldus De Bruijne, wordt getroffen door een grote mate van naïviteit: ,,de afstand onderzoek-beleid is inderdaad groot".

vu-Magazine 13(1984) 6 juni 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 276

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's