Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 361

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 361

1 minuut leestijd

Aanvaarding ,,De rust die zij zocht, heeft zij eindelijl< gevonden. Wij begrijpen dat het voor jou de enige uitweg was, we zuiien je heel erg missen, allemaal." Fragment uit een overlijdensbericht voor een 26-jarige vrouw, dat onlangs in een landelijk ochtendblad verscheen. De tweede zin uit het fragment laat er geen twijfel over bestaan dat de overledene zichzelf ,,de dood heeft aangedaan". Opvallend is dat in de eerste zin een mededeling aan de lezer wordt gedaan waarin in de derde persoon aan de overledene wordt gerefereerd, terwijl zij in de tweede zin rechtstreeks wordt aangesproken in een uiting van begrip en respectvoor haar beslissing. Dergelijke ontboezemingen treft men met groeiende regelmaat aan tussen de familieberichten in de krant. Wat tien jaar terug angstvallig werd verzwegen of in het uiterste geval ,,een noodlottig ongeval" heette wordt nu steeds vaker publiek gemaakt in een laatste poging van de nabestaanden om te laten weten de beslissing van de overledene te billijken. Die poging kan zelfs uitmonden in een kreet uit een rouwadvertentie die prof. Kuitert citeert in zijn ,.Suïcide: wat is er {egen7":,,Hopelijl<hebjehetnu 'tegek'". De toename van de hoeveelheid overlijdensadvertenties in deze stijl geeft aan dat de moraal inzake suïcide aan het veranderen is. Het openlijk toegeven dat de overledene zelf de laatste daad verrichtte én de aanvaarding, vaak ook rechtvaardiging daarvan door de nabestaanden, vormen daarvoor een onmiskenbare indicatie. Bovendien drukt deze openheid ons met de neus op de omvang van het lange tijd taboe verklaarde fenomeen ,,zelfmoord", ook al mag men alleen daaruit niet onmiddellijk concluderen dat het aantal suïcides toeneemt. Dat dit echter wel het geval is, tonen de statistieken, zoals die welke het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in ons land bijhoudt, en die in de meeste studies over suïcide worden weergegeven.

Jeugdepidemie Hoewel een vergelijking met andere Europese landen laat zien dat het aantal suïcidepogingen met dodelijke afloop in Nederland gunstig afsteekt bij landen als Hongarije, Finland, Oostenrijk, Zwitserland en WestDuitsland, waar dat cijfer relatief veel hoger ligt, laat ook in ons land de statistiek een ondubbelzinnige stijging zien sinds 1950. Het aantal geconstateerde zelfdodingen in Nederland blijkt in 1980 bijna verdubbeld ten opzichte van 1950: van 8,4 naar 14,3 gevallen per 100.000 inwoners. In het weekblad Intermediair schat Diekstra het werkelijke aantal overigens nog zo'n twintig tot veertig procent hoger omdat, ondanks de toegenomen openheid, veel sterfgevallen als gevolg van suïcide, niet als zodanig worden aangemeld. Het aantal suïcidepogingen meegerekend hebben naar schatting 400.000 Nederlanders van 15 jaar en ouder minstens éénmaal in hun leven een ernstige poging in die richting ondernomen. Een uitsplitsing naar mannen en vrouwen laat zien dat mannen aanmerkelijk vaker dan vrouwen door suïcide de dood vinden, hoewel dat verschil snel afneemt. Tussen 1970 en 1980 is de stijging van het aantal onder vrouwen bijna vijfmaal zo groot als die ondermannen. Een uitsplitsing naar leeftijd laat nog een andere, huiveringwekkende ontwikkeling zien, In navolging

294

van de socioloog Durkheim en zijn in 1897 verschenen standaardwerk ,,Le suïcide" is men er lange tijd van uitgegaan dat suïcide vooral een ouderdomskwestie is. Dat dit niet langer uitsluitend het geval is blijkt uit de meest recente gegevens en uit Diekstra's daarop gebaseerde constatering dat de toename van het totale suïcidecijfer in ons land, in de afgelopen dertig jaar, uitsluitend voor rekening komt van de leeftijdsgroep jonger dan vijftig jaar. Suïcide wordt op steeds jongere leeftijd begaan, zo luidt de conclusie die Diekstra trekt uit het feit dat in 1980 het aantal suïcides onder jongeren tussen de 15 en 29 jaar tweetot driemaal hoger is dan in 1950. Hun aandeel in het totale sterftecijfer als gevolg van suïcide bedraagt nu zo'n twintig procent. Voor deze categorie jongeren blijkt suïcide daarmee als doodsoorzaak de derde plaats in te nemen na verkeersongevallen en kanker. Ter vergelijking: Voor alle leeftijdsgroepen te zamen komt suïcide ,,pas" op de zesde plaats. In ronde getallen betekent dit, dat jaarlijks zo'n acht- a tienduizend jongeren een ernstige poging doen het eigen leven te beëindigen en dat zo'n vierhonderd jongeren in dieopzetslagen. Een nieuwe jeugdepidemie? Dat is wellicht te veel gezegd. Maar Diekstra voert hoe dan ook drie argumenten aan die de ernst van deze ontwikkelingen onderstrepen. In de eerste plaats is dat het feit dat een meerderheid van het aantal suïcidepogingen ondernomen wordt vóór het dertigste levensjaar. In de tweede plaats staat vast dat de kans om door suïcide het leven te beëindigen aanmerkelijk groter is voor degenen die ooit eerder een poging daartoe ondernamen.terwijl —in de derde plaats —de ontwikkeling in de toename van het aantal suïcidepogingen onmiskenbaar aangeeft dat hier sprake is van een frenc/waarvan het eind voorlopig nietin zichtis. De vraag is welke problemen, achtergronden en motieven schuil gaan achter deze kille, statistische rekensommen.

Zieke samenleving De vier Westduitse jongeren, vijftien tot achttien jaar oud, die zichzelf begin dit jaar gezamenlijk het leven benamen, lieten nabestaanden en buitenstaanders geenszins in het ongewisse over de motieven van hun daad. In een afscheidsbrief, waarvan de inhoud vooral de kolommen van de Duitse boulevardpers haalde, wezen zij op de uitzichtloosheid die de maatschappelijke positie van de jeugd karakteriseert. Bij afwezigheid van ook maar een greintje hoop op verandering daarvan in gunstige zin, kozen zij welbewust de dood als uitweg: twee van de vier sprongen samen van een hoge flat, de twee anderen kozen als middel de uitlaatgassen van een auto. De als deprimerend ervaren maatschappelijke situatie, variërend van economische recessie, milieuvervuiling tot en met de dreiging van een kernoorlog, wordt meestal in de eerste plaats genoemd waar het er om gaat verklaringen te geven aan de aanwijsbaar toegenomen neiging tot suïcide. Een zieke samenleving zou dan leiden tot menselijke gedragingen die op zelfvernietiging gericht zijn, of die zelfvernietiging tot gevolg hebben. Ook het, sinds de laatste wereldoorlog ontstellend toegenomen ge- en misbruik van alcohol, tabak, farmaceutica en andere drugs zou tot die gedragingen behoren en als zodanig, maatschappelijk verklaard kunnen worden. Diekstra citeert in zijn tijdschriftartikel een onderzoek van Sainsbury en anderen waaruit blijkt, dat het toegenomen suïcidale gedrag in Westeuropese landen voor tachtig procent verklaard kan worden met behulp van vijf maatschappelijke factoren. Statistisch bleek deze toename samen te hangen met een groeiend aantal werklozen, echtscheidingen, gepleegde moorden en buitenshuis werkende vrouwen en met een afnemend percentage jongeren onder de vijftien jaar. Het gaat hier echter om een statistische samenhang. Dat wil zeggen: men mag deze factoren niet zien als de oorzaken, of — sterker nog — als motieven van mensen om suïcide te plegen, toen oma van hiernaast 10 dagen lang niets van zich horen liet forceerde men de deur haar afscheidsbrief eindigde met de woorden EENZAAMHEID HEEFT MIJ GEWURGD en was getekend met blauwe tong de stamgasten van het café op de hoek hebben 1.000 gulden beloning gezet op het hoofd van de moordenaar (Een uit het Duits vertaald gedicht van Manfred Hausin, dat Kuitert — in de oorspronkelijke taal — in zijn boek citeert,)

i\/letseispecie Het wijzen op de samenhang tussen als negatief beoordeelde maatschappelijke omstandigheden en de individuele neiging tot zelfvernietiging is overigens niet van vandaag of gisteren, Emile Durkheim legde dat verband al in 1897 in zijn eerdergenoemde werk. Zijn theorie kwam er in 't kort op neer dat,

naarmate een samenleving minder co/?es/e(,,samenhang") vertoont, er niet langer sprake is van één gemeenschappelijk gedragen zingevingssysteem, zoals een religie of ideologie, en er een toestand van anomie (normloosheid) intreedt, de kans op suïcidaal gedrag toeneemt. Zo fungeert in Durkheims theorie bij voorbeeld een gemeenschappelijk aangehangen godsdienstige overtuiging als ,,metselspecie" voor het maatschappelijke bouwwerk, die niet zozeer vanwege de religieuze inhoud maar vanwege de sociale bijverschijnselen daarvan, zoals gemeenschapszin, sociale controle en cohesie, het individu afhoudt van tegen zichzelf ofde samenleving gerichte gedragingen. Het verschijnsel doet zich tot op vandaag voor dat landen met betrekkelijk veel kerkelijk gelovige inwoners en die in religieus opzicht homogeen zijn inderdaad een relatief lager aantal geconstateerde suïcides te zien geven, In zekere zin volgde ook Erich Fromm Durkheims spoorteen hij in zijn in 1955 verschenen,, De gezonde samenleving" een hoog zelfmoordpercentage zag als consequentie van een maatschappelijk gebrek aan geestelijke gezondheid en maatschappelijke stabiliteit. De oorzaak van dat gebrek zocht hij in het ongelijktijdig optreden van de ontwikkelingen op verschillende terreinen in desamenleving. Waar bij voorbeeld de culturele, sociale en economische vooruitgang onvoldoende gelijke tred houdt met de sprongsgewijze ontwikkelingen op technologisch gebied, zoals nu in de meeste Westeuropese landen het geval is, zou men een dergelijke ,,ongezonde" samenleving kunnen verwachten. Opmerkelijk in het kader van theorieën die een toename van suïcidaal gedrag koppelen aan maatschappelijke crisisverschijnselen is het feit dat juist in tijd van

295

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 361

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's