VU Magazine 1984 - pagina 366
ondankbaarheid jegens de Schepper zou betekenen, tekent Kuitert protest aan. ,,rvlen kan zeer we\ belijden dat het menselijk bestaan door God als geschenk is bedoeld maar dat sluit niet in dat v^ij altijd en overal het een geschenk moeten vinden, ook al voelen w/ij van dat geschenkkarakter in ons leven niets meer," Het leven zou dan een wel heet merkv\/aardig geschenk vv'orden, ,,dat niet meer aan het meest wezenlijke kenmerk ervan: dat v>/ij het als geschenk ervaren, beantw/oordt. ( ) De waarde van een geschenk wordt uitgemaakt door de inhoud ervan: waf je krijgt, en niet door het geschonken zijn zelf; dafje het krijgt. Zo zit dat met geschenken."
Liefdeloos Een laatste argument dat regelrechte toorn opwekt bij Kuitert en dat wel als afschrikking fungeert is de redenering: wie zichzelf van het leven berooft, berooft zich gelijktijdig van de mogelijkheid om ooit nog deze daad te berouwen, waarmee vergeving ook automatisch uitgesloten is. Dit argument circuleert ook in een andereversie: God laat het bij zijn kinderen zover niet komen; dus komt het zover, dan was het zijn kind niet. Kuitert: ,,(Dit) syllogisme gaat niet alleen te ver omdat wij ons ermee op de rechterstoel van God plaatsen; het gaat ook te ver omdat het zelfdoding als klasse van misdadige handelingen opvat, liefdeloos is ten opzichte van de naaste, gebrek aan elementaire informatie over suïcide laaf zien en met name godsdienstige mensen eerst recht in de stemming kan brengen om aan hun leven een einde te maken." Degenen die op basis van dergelijke argumenten tot een onvoorwaardelijk Neen komen, zijn gewoonlijk ook degenen die ,,weinig aanleiding zien zich te verdiepen in de vraag wat er in het innerlijk van een suïcidant omgaat", zoals Kuitert vooraf al stelt.
Dooddoener Een onvoorwaardelijk Neen is overigens niet uitsluitend het alleenrecht geweest van theologen. Ook niet-godsdienstige denkers die zich in moraal-filosofische zin bogen over de vraag of het aanvaardbaar is dat de mens zelf zijn einde bepaalt, zijn soms tot een duidelijk afwijzend standpunt gekomen. Dat Neen vanuit de zogenaamde ,,autonome moraal" vindt Kuitertvooral geconcentreerd bij de filosoof Kanf. Hoewel Kant een ijverig voorvechter was van de idee dat de mens autonoom is en vrij om in dit leven zelf te beslissen, bleek ook hij een verklaard tegenstander van suïcide. Zonder daarbij terug te grijpen op bijbelse of dogmatische uitgangsstellingen komt Kants opvatting in dezen neer op het eerste argument van Thomas: een mens heeft verplichtingen jegens zichzelf. Verplichtingen die voor Kant de grondslag vormen van de moraal en waarvan dezorg om ,,het eigen leven te bewaren" een heel belangrijke is. Mens-zijn betekent voor Kant moreel zijn. De basis van die menselijke moraliteit echter is de mens zelf. Een mens die volgens deze moraal zichzelf zou mogen vernietigen, vernietigt in dat geval dus tevens de basis van die moraal. Zo'n moraal zou zichzelf tegenspreken en daarom onzinnig zijn. Ergo: suïcide kan niet anders dan immoreel handelen zijn. Welzeker, de mens is vrij om zich naar believen te gedragen, volgens Kant. Maar doodt de mens zichzelf dan heft deze die vrijheid op en dat kan alleen daarom al nooit goed zijn. Net als bij de theologen het geval was, kan ook Kant 30
Simsons zelfgekozen einde: geloofsheld
zijn bewijsvoering niet sluitend krijgen. Ook hij moet teruggrijpen naar onbewezen veronderstellingen en vooringenomen standpunten, aldus Kuitert. Immers, de basis van Kants argument is, dat de mens moreel óe/?oorftezijn. Nu is er niets op tegen om zo'n regel te stellen, maar een bewijs in de argumentatie vormt deze niet. En al zeker geen antwoord op de vraag: waarom mag het niet? Eerder een dooddoener als die welke sufgevraagde ouders hun kinderen wel ten antwoord geven: omdat/7< het zeg!
Sisyphus Hoewel men dus niet alleen op godsdienstige gronden tot een Neen behoeft te geraken, zoals Kuitert stelt, is de discussie over de morele toelaatbaarheid van suïcide momenteel wel klem geraakt tussen een menigte andere strijdpunten die met name de kerkelijke traditie en vernieuwingsbewegingen onderling uitvechten. Kuitert: ,,Heel wat suïcide-debatten gaan niet over suïcide, zijn zelfs geen debatten meer, laat staan dat ze nog de suïcidant op het oog hebben, maar maken deel uit van een machtsconflict tussen behoudende en niet behoudende groepen, die de vrijheid tot zelfdoding daarbij als vaandel (herkenningsteken voor eigen groep) en als wapen (in de strijd tegen de andere groep) gebruiken. Wie vóór deze vrijheid is, is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's