Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 386

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 386

4 minuten leestijd

Uit de Hortus

Olijfwilg door Daan Smit

Voorts maakte hij in de achterzaal twee,, Cherubs van oleasterhout..." (Koningen 1, 6-23) ,,Als toegang tot de achterzaal maakte hij deuren van oleasterhout.". (Koningen, 6-31) ,, Trek uit naar het gebergte en brengt het loof van den olijfboom, van den olijfwilg..." (Nehemia8:16) ,,lkzalin de woestijn ceder, acacia, mirten olijfwilg zetten..." (Jesaja 41:19) De olijfwilg inheems in landen rond de Middellandse Zee tot Centraal Azië toe, groeit ook in ons land. Sinds de bekende geleerde Carolus Clusius hem voor het eerst in 1594 in de Leidse Hortus kweekte is deze houtachtige hier ingeburgerd. Elaeagnus angustifolia, zoalsde olijfwilg of oleaster internationaal wordt aangeduid behoorttotdefamilie van de Elaeagnaceae. Er is een 45-tal verschillende soorten bekend die binnen de zojuist genoemde groeigebieden ook nog in NoordAmerika te vinden zijn. Het soort waar het hier om gaat, doetzijn naam metrechteer aan; angustifolia, van het Latijnse augustus, smal en folium blad, zinspeelt namelijk op de in verhouding tot andere olijfwilgen, smalle bladeren. Omdat hij op droge plaatsen groeit waar weinig neerslag valt, beschermt hij zich tegen een te sterke verdamping d.m.v. een vrij dik laagje zilverachtige schubjes, die opde onderkant dichter opeen staan dan op de bovenzijde van het blad, evenals op de

320

A. Elaeagnus angustifolia in bloei

Stengels van dejonge scheuten. Hetzijn juist, die jonge, eenjarige loten die omstreeks mei-juni vele heerlijk geurende crèmewitte bloemetjes voortbrengen. Nadat bevruchting heeft plaatsgevonden, groeit het vruchtbeginsel langzaam uittot een vrucht die sprekend lijkt opdievan een olijf, ware het niet dat de kleur, eveneens door toedoen van die vele schubjeszilverachtig is, terwijl de kant die aan de zon is blootgesteld, oranje roodachtig is gekleurd. De Nederlandse naam olijfwilg is ook hierdus bijzondertoepasselijk gekozen. De kern van de vrucht, een langwerpige pit voorzien van vele langwerpige groeven, is omgeven dooreen dikke melige laag vruchtvlees, dat eetbaar is. Het komt echter voor dat dit een vrij bittere smaak heeft, die over het algemeen echter nietzo sterk is. Het leentzich in gedroogde vorm, waarna het later fijn-

gemalen wordtvoorde broodbereiding, toegepast doornomaden. Vanwege het feit dat de olijfwilg in de verte lijkt op de olijf, wordt hij door sommigen vooreen ,,wilde olijf" aangezien.

B. Elaeagnus angustifolia in vrucht

Hij staat echter in geen enkele relatie tot de echte olijf, ofschoon men uit de vruchten wel olie bereidt van een inferieure kwaliteit, die voor consumptie ongeschikt is, maar o.m. wel voor medicinale doeleinden gebruikt wordt. Het hout is bijzonder hard en duurzaam. De jongere takken die in sommigegevallen door watergebrek afsterven, nemen defunctie van doorns over, waardoor het lijkt met een zwaar bedoornde plant van doen te hebben. Ditisechterschijn, ofschoon een oud synoniem van Elaeagnus angustifolia, E. spinosa is, duidend op die bedoorning. Dikkere stammen van de olijfwilg produceren duurzaam hout. De kern is mooi donkerbruin gekleurd, terwijl hetspinhout, crèmewit is. Het leentzich o.m. goed voor houtsnijwerk. Zoals reeds eerder opgemerktgroeien olijfwilgen uitstekend in ons klimaat. Het is een snelgroeiend gewasdatin ± 15jaareen kleine boom vormt van iets meer dan 6 m hoogte. Door zijn oppervlakkige beworteling zijn ze als volwassen exemplaar nogal windgevoelig en waaien dan nogal eensom. Voergebieden dicht langs de zeekust, vormen zij een ideale beplanting omdatzejuistvanwege hetschubvormige bescherm laagje op blad, jonge stengels en vruchten, bijzondergoed tegen zeewind bestand zijn. Datzelfde geldt namelijk voor meerdere Elaeagnus soorten zoals E.ebbingei, E. glabra en E. pungens en zijn vele vormen. Cultuur: E. angustifolia laat zich op vrij eenvoudige wijze d.m.v. zaad vermenigvuldigen en neemt eike grondsoort inclusief zware klei, voor lief. Hierdoor is het soort nogal variabel in habitus en is het niet verwonderlijk exemplaren te kunnen aantreffen met bijzonder smalle, dan wel erg brede bladeren enz.

vu-Magazine 13(1984) 8 september 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 386

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's