VU Magazine 1984 - pagina 131
ik hem vroeg v^anneer hij bewust Indonesisch nationalist werd. Dat had alles te maken met het vernederende, 59 artikelen omvattende contract, dat hij moest tekenen om zijn vader als Sultan te kunnen opvolgen. Hij tekende ten slotte wel. Waarom? De Sultan vertelt me een verhaal vol Javaanse mystiek. Begin maart 1949 hoort hij opeens, midden in de nacht een (Javaans sprekende) mannenstem. ,,Het moet de stem geweest zijn van een van mijn voorvaderen", zei de Sultan, ,,want hij sprak me aan als zijn kleinzoon. Ik hoorde hem zeggen: teken dat contract nu maar; het kan toch niet schelen wat erin staat, want de Nederlanders gaan hier toch weg. De volgende dag ging ik naar gouverneur Adamsen zei: ik teken het contract, het doet er niet toe wat erin staat. Hij was stomverbaasd." Op de 18e maart 1940 vond de plechtigheid plaats. Met een onbewogen gezicht zit de jonge Sultan op zijn troon, met naast zich op het podium — in koloniaal praalpak — een ietwat buikige gouverneur Adams, die duidelijk sokophouders draagt. ,,Hierbij lieb ik de eer mijn Zoon beleefd aan te bieden een voor mijn Zoon bestemd exemplaar in luxe-uitvoering van het op 18 maart jl. gesloten politiek contract", luidt het begeleidend briefje bij het stuk dat daarna bij de kraton werd bezorgd. De datum van het schrijven is opmerkelijk: 14 mei 1940. Nederland had zojuist gecapituleerd voor het binnenrukkende Duitse leger. ,, Tot op de dag van vandaag heb ik niet gelezen wat er in dat contract staat", bezweert me de Sultan. Hij moet er wel erg om lachen.
Blunder Er is door Ned-erlandse politici veel geblunderd in de Indonesië-politiek na de oorlog. Een van deze blunders is dat men hardnekkig weigerde te geloven dat de Sultan van Yogja, als puntje bij paaltje kwam, niet aan de Nederlandse kant zou staan, — uiteraard in ruil voor handhaving van zijn positie als zelfbesturend vorst. Zo was men dat gewend van vazallen. Op die manier had Nederland eeuwenlang Indonesië onder de duim weten te houden. Wat de Sultan zelf zei en deed werd eenvoudigweg niet geloofd. Een paar dagen nadat Sukarno en Hatta de Republiek hebben geproclameerd laat de Sultan al weten dat het Sultanaat Yogja zich beschouwt als een deel van de Republiek, maar,,ervaren" koloniale ambtenaren als Van Mook hechten hun eigen interpretatie aan deze stap. Op 13 oktober schrijft
vu-Magazine 13 (1984)3 maart 1984
Van Mook aan Minister Logemann ,,De Sultan van Yogja is geheel aan de extreme jeugdbeweging onderworpen." En vier dagen later meent hij stellig in een volgende brief ,,De Sultan van Yogja verklaarde dat hij iedere macht kwijt was." Idenburg laat Logemann op 8 januari '46 echter weten:,, volgens geruchten zou de Sultan zelf het Javaanse nationalisme bevorderen." Dat was twee dagen nadat Sukarno en Hatta naar Yogja verhuisden omdat deze midden-Javaanse stad hen als (voorlopige) hoofdstad van de Republiek veiliger voorkwam dan het toen nog Batavia geheten Jakarta. Even was men dicht bij de waarheid. De sultan kan zich desgevraagd niet herinneren of aan die stap echte besprekingen voorafgingen.,,Toestemming behoefde ik natuurlijk niet te geven; maar er is natuurlijk wel gepraat. Op 6 januari kwamen ze hier met de trein aan. Ik vond het oké." De Sultan verleent alle medewerking aan de republikeinen, wordt zelfs minister zonder portefeuille in de Republikeinse regering, maar 't is net of de Nederlanders hun ogen niet willen geloven. Dat kan niet waar zijn, een bezadigd, westers opgevoed vorst die zo aanpapt met die heethoofdige rebellen. Dat moet hij natuurlijk alleen doen, omdat hij niet anders kan, zo laat de Nederlandse redenering zich samenvatten. Een vorst, gevormd in het Leids studentencorps zou zich nooit vrijwillig afgeven met iets wat Nederland wenste te zien als een door communisten geïnfiltreerde, zoal niet beheersterevolutie. Als een Nederlandse delegatie begin 1947 naar Yogja reist, wacht hen een verrassing. De republikeinen laten bij aankomst weten dat een van de eerste
Prins Prabuningrat, de broer van de Sultan
bezoeken afgelegd diende te worden bij de Sultan. Hoe nu? De Nederlanders hadden altijd gehoord dat de positie van de Sultan in de Republiek sterk was achteruitgegaan en dat de Republikeinen liever niet hadden dat vreemdelingen veel aandacht aan hem besteedden. (Verslag van Idenburg van 31 mei 1947). Goed, dat lag dus anders. Maar Idenburg weigert hardnekkig te geloven dat de Sultan gewoon van harte achter de revolutie staat.,, Thans toont hij (de Sultan) een aanpassingsvermogen bij de revolutie, dat wijst op een waardering van de uiterlijke omstandigheden vanuit een niveau, dat boven deze omstandigheden uitgaat", zo klinkt het deskundig in het rapport. En daarna volgt een theorie waarmee Nederland zich later lelijk in de vingers zal snijden. „Hij is een indrukwekkende Javaanse persoonlijkheid en mijn persoonlijke indruk is, dat zijn gedachten en visie over de toekomstige ontwikkeling van Java in een geheel andere richting gaan, dan die van de tegenwoordige machthebbers in de republiek. Maar hij heeft een oneindig geduld en hij is zeker niet een figuur, die spontaan en ont>eraden zal optreden, wanneer de resultaten van dit optreden niet verzekerd zijn en onder deze resultaten geloof ik, dat een Java met de grootst mogelijke zelfstandigheid maar onder het bestuur van den Sultan, een essentieel element is." Tot deze misvatting zal stellig bijgedragen hebben de afkeer van de Sultan om — openlijk — politieke uitspraken te doen. Dat is vandaag de dag nog zo.,, Een gesprek over de politieke situatie bleek dan ook geheel onmogelijk", verzucht Idenburg in zijn rapport. De beste manier om je op de vlakte te houden is om voor te wenden dat je niet goed geïnformeerd bent. Reeds in 1947 had de Sultan deze kunst onder de knie, zo blijkt uit Idenburgs rapport. Al voor de eerste ,,politionele actie" ziet Nederland blijkens de bronnenpublikatie van wijlen Van der Wal, in de Sultan een mogelijke pion op het Nederlandse schaakbord. Als Van Mook overweegt om na de ,,eerste politionele actie" door te stoten naar Yogja, neemt hij aan dat de Vorstenlandse zelfbestuurders ,,met name de Sultan van Yogja, het uiterste zullen doen om op hun plaats te blijven". In ieder geval moet de Sultan worden gehandhaafd. ,, Wegens zijn persoonlijkheid kan hij voor de latere ontwikkeling de voornaamste figuur in het Javaanse gebied worden. (Van Mook aan Jonkman, 23 aug.) Idenburg gaat in een brief aan
109
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's