Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 304

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 304

3 minuten leestijd

De discussie thuisbevallen of in liet ziekenhuis

Is het krijgen van kinderen een zieicte? In de Verenigde Staten worden vrouwen geacht te bevallen in kantoortijden. Tussen negen en vijf. Nu laat het menselijk lichaam zich niet zo snel in een dergelijk keurslijf dwingen, maar daar hebben de medici wat op gevonden. Door bepaalde medicijnen toe te dienen die de weeën opwekken, kan de bevalling op een door hen gewenst tijdstip plaatsvinden. Hoewel de beschrijving misschien wat overdreven is, blijken uit de kern van de zaak twee dingen. Allereerst dat vrijwel alle bevallingen in de VS in hetziekenhuis plaatsvinden. In de tweede plaats dat het voortbrengen van leven als een ziekte wordt gezien, waarbij het blijkbaar geen kwaad kan dit proces met medicijnen — volstrekt onnodig —te beïnvloeden. Gelukkig zijn wij in Nederland nog van deze Amerikaanse toestanden verschoond gebleven. Hoe het systeem in Nederland werkt en wat daarvan de voordelen zijn, blijkt uit het proefschrift van de onlangs aan de VU gepromoveerde mevroüw dr. M. Lievaart Over de praktijk een gesprek met praktiserend verloskundige Henriëtte van Gelder. door Roeleke Vunderink In Nederland wordt het proces van zwangerschap en bevallen beslist niet als een ziekte gezien. Integendeel: de bevalling wordt als een heel natuurlijk iets gezien waarbij medisch ingrijpen pas nodig is als er iets mis gaat. Veel hangt hierbij natuurlijk af van het selectiesysteem. Er moet op tijd worden ingegrepen: niet te vroeg, want dat werkt medicalisering in de hand, en niet te laat, want dat brengt het leven van moederen kind in gevaar. De balans hiertussen is altijd al een bron van moeilijkheden geweest. Zeker als we de geschiedenis van de specialisten in normale bevallingen bekijken, de vroedvrouwen. Chirurgijn in vroeger tijden waren het de vrouwen zelf die elkaar hielpen bij bevallingen. De vrouwen die kinderen hadden en ervaren waren in het helpen van andere vrouwen, traden op den duur op als .vroedvrouw', hetgeen zoveel betekent als ,wijze vrouw'. In de Middeleeuwen ontstond ook het beroep van .doctores medicinae' en chirurgijn. Voor de vroedvrouwen had dit tot gevolg dat zij alleen nog maar natuurlijke bevallingen mochten doen, waarbij geen instrumenten nodig waren. Rond 1500 gingen de steden regels stellen voor de aanstelling van vroedvrouwen waarbij ook de armste vrouwen verzekerd konden zijn van hulp. Overigens behoorde de vroedvrouw zelf ook tot de laagste klasse. Ze was arm, stond in laag aanzien en werd vaak alleen vroedvrouw omdat de fi254

Chirurgijns hadden wél de bevoegdheid bepaalde instrumenten te gebruiken, zoals de tang. In onervaren handen heeft deze echter heel wat schade aangericht. In de 19e eeuw vochten doktoren, heelmeesters en vroedvrouwen een competentiestrijd uit die in 1865 uiteindelijk resulteerde in de Wet op de Uitoefening van de Geneesl<unst. In de opleiding tot arts werd een plaats ingeruimd voor de verloskunde. De vroedvrouw moest zich echter beperken tot de natuurlijke bevalling en kreeg zeer strikte bevoegdheden. Toch werd de vroedvrouw niet geheel van het verloskundige terrein verbannen. Daaraan hebben waarschijnlijk pragmatische motieven ten grondslag gelegen. Er was een enorm tekort aan verloskundige hulp, het vroedvrouwenberoep stond in zeer laag aanzien en werd bovendien heel slecht betaald. Een dokter haalt een kind, maar om redenen van kuisheid ónder het laken

nanciële nood haar daartoe dwong. In de loop van de tijd ondervonden de vroedvrouwen concurrentie van de vroedmeester-chirurgijns. Daarvóór was de geboorte een terrein exclusief voor vrouwen en werden mannen alleen toegelaten als het niet anders kon. De plaatjes van mannelijke artsen die moesten opereren onder de rokken van vrouwen omdat zij het te behandelen gebied niet mochten zien, spreken wat dit betreft voor zich.

Medicalisering In Nederland zijn er nu drie beroepsgroepen die bevallingen mogen verrichten: vroedvrouwen, huisartsen en gynaecologen. In het begin van deze eeuw werden vrijwel alle bevallingen door huisartsen en vroedvrouwen gedaan. In 1910 begeleidden de vroedvrouwen ongeveer 58 procent van alle bevallingen, in 1965 was dat 35 en in 1980 steeg het aandeel van vroedvrouwen weer tot 40 procent. Het aandeel van de gynaecoloog is fors gestegen; van 17 procent in 1960 tot 43 procent in 1980. De resterende beval-

VU-Magazine13(1984) 7Juli/augustus 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 304

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's