VU Magazine 1984 - pagina 138
Frank R. Boddendijk
Hoofdgebouw Het merendeel van mijn werktijd breng ik nog steeds door in één van de oude VUpanden in Oud-Zuid, maar soms brengt de dienst met zich mee dat ik naar het hoofdgebouw moet. Bij voorbeeld om college te geven, of om een vergadering bij te wonen. Hemelsbreed is die afstand niet ai te groot: tien minuten met de auto, twintig minuten metde fiets, een half uur te voet en ongeveer veertig minuten met het openbaar vervoer. Voor een vergadering van een uurvallen de derde en vierde mogelijkheid automatisch af uit oogpunt van efficiënt tijdsbeheer. En mogelijkheid twee is te duur vanwege het grote aantal fietsdiefstallen. Blijft over het particuliere vervoersmiddel bij uitstek, de auto. Maar dat lijkt makkelijker dan het is. Alleen met een speciale parkeerpas kun je op het VU-terrein parkeren en het merendeel van die kaarten is vergeven aan mensen die daar geacht worden de hele dag te werken en dus nauwelijks van hun pas gebruik maken. Wij als buitengewest hebben zegge en sch rijven twee pasjes gekregen, en daar moetje het mee doen, terwijl per dag minstens vijf collega's door de bank genomen het hoofdgebouw voor kortere of langere tijd bezoeken. Het vinden van een parkeerplaats kostje dan al gauw vijf minuten, plus nog eens een min uut of vijf a tien lopen naar het hoofdgebouw, zodat je achteraf voor de zoveelste keer constateert datje maar beter had kunnen gaan lopen. Goed, dan sta je daar in het hoofdgebouw, op weg naar de 12de. Bij de liften is het een drukte van jewelste. En
116
als er dan een lift arriveert, ben je in de regel te laat om er nog in te stappen. De lift is vol, de rode lampjes branden, je overweegt nog even om maar met de trap te gaan, maar besluit dan toch op de volgende lift te wachten. Meteen beetje geluk ben je dan in tien minuten boven. En als me zoiets dan weer eens overkomt, moet ik denken aan de ervaringen van boeren en buitenlui in de grote stad. Door het vreemde en nieuwe is de stad en ook het hoofdgebouw nog wel eens bedreigend. Je weet nog niet datje beter naar één hoog kunt lopen om daar de lift naar beneden te nemen, niet uit te stappen om vervolgens snel naar de twaalfde te suizen — hoewel snel? de lift lijkt vaak een boemeltje. Je weet nog niet dat er alleen op de even verdiepingen koffie-uitschenkpunten zijn, waarvan een aantal bovendien gesloten is c.q. vervangen door automaten. En je weet ook nog niet datje beter om 12 uur dan om half één naar het restaurant kan gaan; en als je toch om half één gaat, weetje nog niet datje beter je croquet al vast kunt opeten gedurende de wachttijd voor de kassa dan te wachten tot je een betaalde doch koude croquet met een koel broodje mag wegwerken. Een eerste reactie van de meeste boeren en andere buitenlui is dan om hun eigen omgeving te idealiseren. Op 't dorp is het zo gek nog niet en wetenschappelijk geschoolde buitenlui verwijzen dan naar Tönnies' ideeën over de solidaire , Geme/nschaft'versus de kille,Gese//scA)aft'en ik ben dan geneigd ons oude pand in het zomerzonnetje te zetten en te denken aan dat
bankje in het Rosarium in het Vondelpark waar je meegebrachte consumpties nog mag nuttigen. Maar als ik dan weer terug ben in ons oude pand, dan valt het mij op dat het zo slecht onderhouden is. De rozetjes vallen haast uit het gestuukte plafond, de trappen zijn gevaarlijk steil en bovendien glad, het geheel ziet er grauw en grijs uit, terwijl de kachel al lang zijn beste tijd heeft gehad. En dan hoeft zo'n gebouw eigenlijk ook niet meer. Bovendien staat het, althans letterlijk, een interdisciplinaire samenwerking in de weg. En figuurlijktrouwens ook. Zelfs de meeste vakgroepen binnen onze kleine subfaculteit hebben al moeite om samen te werken, laat staan de kleine subfaculteiten onderling. Eigenlijk is er maar één punt waarover we het grondig eenszijn: in termen van de ARBO-wet{d\e de arbeidsomstandigheden op het werk regelt) valt er op de omstandigheden waaronder wij onze arbeid moeten verrichten regelmatig wat negatiefs op te merken. In de afgelopen jaren hebben wij regelmatig in de kou moeten werken, soms maanden lang. En op dat soort momenten voelen wij ons gebroederlijk stiefouderlijk bedeeld door het hoofdgebouw. Daar hoeft maareen klein brandje in het energiecentrum uitte breken of iedereen wordt uit veiligheidsoverwegingen naar huis gestuurd. Wij kunnen soms maanden zitten kleumen, gehuld in dikke jas, wetend dat de arbeidsproductiviteit daarmee niet gediend is. Maar niemand die ons naar huis stuurt of het verwarmingsprobleem structureel op lost. Dat is te
duur gegeven het feit dat wij vanwege de steeds geringere instroom van studenten in verband met de wegebbende geboortegolf én vanwege de ministeriële herstructureringsactiviteiten over enige jaren met gemak een plaatsje in het hoofdgebouw kunnen vinden. En zo worden boeren en buitenlui wel vaker aan het lijntje gehouden. Gisteren hoorde ik nog het verhaal van een man die letterlijk boven de Groningse gasbel woont maar wiens huis niet aangesloten was op het gasnet omdat het niet exploitabel was voor het gasbedrijf. Uit de kranten heb ik begrepen dat vele boeren en buitenlui een dergelijke situatie niet meer nemen en naar eigen, veelal helaas gewelddadige middelen grijpen om aan hun gerief te komen. Zelf heb ik een rustiger oplossing in gedachten. Wanneer in één van de oude panden zich weer eens dergelijke calamiteiten voordoen zouden wij en masse naar het hoofdgebouw kunnen trekken — uiteraard te voet in verband met het gebrek aan parkeerpassen en -plaatsen — om daar onze arbeid overeenkomstig de ARBO-wet voort te zetten. Bij voorkeur ergens in de bestuursvleugel, omdat daar de koffiejuffrouw nog haar ronde mag doen. En het is ons buitenmensen al vaak opgevallen dat ons hoofdgebouw vele kamers telt, waarvan er maar enkele constant bezet zijn.
vu-Magazine 13 (1984) 3 maart 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's