Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 198

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 198

4 minuten leestijd

Uit de Hortus

Bittere kruiden (1) Daan Smit ,,Het vlees zullen zij denzelfden nach t eten; zij zullen het eten op het vuur gebraden, met ongezuurde broden, benevens bittere kruiden. " (Exodus 12:8) Evenals dat het geval is met , Doornen en distelen' zijn er nogal wat planten die in de Bijbel met,,bittere kruiden" worden aangeduid. Van paardebloem, brussels lof en andijvie weten we uit ervaring dat ze — rauw genuttigd — iets bitter smaken. Sla, die eveneens tot deze kruidengroep behoort, roept, wanneer het om een bittere smaak gaat, als regel andere associaties op. Wat smaak betreft gaat het hier uiteraard alleen om de in het wild groeiende oervormen. In de loop der eeuwen zijn vele rassen ontstaan, waarvan het bittere ergevoeglijk uit is geselecteerd. De cultuurvariëteiten die nu in grote hoeveelheden worden gekweekt en gegeten, zijn in tegenstelling tot de wilde soorten allen zacht van smaak. Zodra planten van de hiergenoemde soorten echter een bloemsteel gaan vormen maakt de aangename smaak plaats voor een bittere. Bekend is een ieder met brussels lof, waarin in sommige gevallen, in het bijzonder aan het eind van het seizoen, een zogenaamde pit zit, een in aanleg aanwezige bloemsteel, die er dan ook als regel tijdens het schoonmaken van de groente uitgesneden wordt. De paardebloem (Taraxacum officinale), als groente beter bekend als molsla, wordtjuist vanwege de bittere smaak, door vele rauw-

160

kostliefhebbers zo gewaardeerd. Het jonge blad van deze plantwordt, al dan niet gemengd met andere bittere kruiden, door de Joodse bevolkingsgroepen tijdens het paasmaal genuttigd. Overigens staat het in het geheel niet vast dat de paardebloem en andere hiergenoemde soorten — die allen tot de familie van de samengesteldbloemigen (Compositae) behoren — ten tijde van de Bijbel in het Heilige Land voorkwamen. Vast staat echter wel dat er toen ook vele inheemse planten werden genuttigd die behoorden tot dezelfde familie als .bitter kruid'. Dat de paardebloem zich hieronder ook bevond is zeer wel aannemelijk, omdat dit uit een zestig-tal soorten bestaande geslacht. Taraxacum officinale, over de gehele wereld verspreid voorkomt. Cultuur Wat wij als molsla kweken, zijn selecties van de gewone wilde paardebloem. Taraxacum officinale, een ook

in ons land zeer algemeen voorkomende overblijvende inheemse plant met vrij dikke lange zwarte penwortels. Hetzijn vooral de jonge blaadjes, die worden gegeten. Om het vrij stugge blad wat malser te krijgen, worden ze enkele weken voor de oogst gebleekt door de planten af te sluiten van het licht. Dat kan bij voorbeeld gebeuren doorereen houten kist of iets dergelijks overheen te leggen. Voordat men tot bleken overgaat is het belangrijk dat het gewas droog is. Zijn de bladeren nat, dan zal snel rotting optreden en zal de oogst mislukken. Om ook gedurende de wintermaanden over verse molsla tekunnen beschikken, rooit men de wortels voor het invallen van de vorst. Gebost en op een vorstvrije plaats opgekuild kunnen ze bij voorbeeld in een matig warme kelder — in het donker — voorgetrokken worden, op dezelfde manierals we dat doen bij brussels lof. Na de oogst kunnen de wor-

tels vorstvrij bewaard worden tot het komende plantseizoen, waarna ze weer geplant, hernieuwde krachten kunnen opdoen voor het volgende seizoen. Afhankelijk van de selectie, bevat 1 gram zaad tussen de 1.2001.500 zaden. De kiemkracht blijft2jaarbehouden, mits koel en droog bewaard. Molsla kan zowel direct ter plaatse — zo tegen april — gezaaid worden, als op een speciaal zaaibed, om ze later in mei-juni op regels uit te planten. De wortels die aldus verkregen worden, garanderen een goede bladopbrengst. Tijdens het oogsten wil het nog wel eens voorkomen dat een stuk van de wortelhals met het blad wordt meegesneden. Zulke beschadigde wortels hoeven niet te worden weggegooid in de veronderstelling dat ze toch niet meer uitlopen. Niets is minder waar! Velen zullen zelf wel ervaren hebben dat wanneer paardebloemplanten worden afgeschoffeld, ze weer binnen de kortste keren en op dezelfde plaats terug zijn. Beschadigde wortels hebben dan ook het vermogen om slapende ogen, ook wel adventiefknoppen genoemd, tevormen. In principe zouden paardebloemen ook door middel van wortelstekken —die minimaal ± 1 cm lang moeten zijn — kunnen worden voortgekweekt.

Taraxacum officinale (molsla)

vu-Magazine 13(1984) 4 april 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 198

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's