Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 356

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 356

5 minuten leestijd

rentie van Niet-Gebonden Landen in Jakarta, is er niet al te veel reden tot optimisme. Aanvankelijk werden journalisten die deze conferentie wilden verslaan na de openingszitting niet meer tot de vergaderingen toegelaten en mochten zij niet spreken met de gedelegeerden. Hun plaats was de perskamer waar zij geselecteerd nieuws in ontvangst konden nemen. Na protesten van hun kant werden de veiligheidsmaatregelen versoepeld en werd de bewegingsvrijheid verruimd. De Conferentie eindigde met een slotverklaring, de ,,Oproep van Jakarta", waarin de eigen media gevraagd werd minder nieuws van de westerse media tegebruiken. Als dit een invulling is van een evenwichtiger nieuwsstroom en wanneer men daarbij de rol van de overheid ten opzichte van de media in ontwikkelingslanden in ogenschouw neemt, dan is dit een ontwikkeling waarmee men niet blij kan zijn. En waartegen de westerse wereld terecht bezwaar maakt. De ontwikkeling van eigen persbureaus in ontwikkelingslanden en regionale samenwerking op het gebied van de nieuwsvoorziening moet zeker worden gestimuleerd als middel om minder afhankelijk te zijn van de internationale, westerse persbureaus. Maar wanneer die ontwikkeling gepaard gaat met het stellen van regels ten aanzien van de inhoud van communicatie en met een toelatingsbeleid voor buitenlandse correspondenten, dan is dit geen betrouwbare bedding voor een vrije en meer evenwichtige informatiestroom. Toen de ontwerp-Media Declaratie tijdens de Algemene Conferentie in 1976 in Nairobi werd besproken, verwoordde een Keniaansjournalistdeze problematiek als volgt: ,,De Unescovoorstellen zullen bijgeval leiden tot beknotting van de vrijheid van informatie. Erger nog, ze wensen de ene verstorende factor— die van westerse vertekening ('bias') — te vervangen door een andere, de vertekening (van het nieuws) door regering of bureaucratie. En dat zou catastrofaal zijn voor de communicatie binnen de ontwikkelingslanden. "'" In dit opzicht is de zorg van de Verenigde Staten over ontwikkelingen binnen Unesco terecht. Maar dan komt het er des te meer op aan een daadwerkelijke bijdrage te leveren aan de vergroting van de informatieen communicatiecapaciteit van de ontwikkelingslanden. Hulp toezeggen, zoals in het onderhandelingsproces tijdens de Algemene Conferenties gebeurt, maar deze zonder veel zin of niet tijdig genoeg verstrekken, ver-

290

in deSorbonne in Parijs begon op 19 november 1946 de eerste conferentie van de Unesco. Twintig, overwegend Westerse staten begonnen ermee. Nu telt de Unesco 161 leden, waarvan ruim tweederde derdewereldlanden

groot de geloofwaardigheid van de VS niet. Zomin als die geloofwaardigheid wordt bevorderd door de afname met 26 procent van de buitenlandse hulp van de VS in de periode 1960-1980. Dat Nederland 250.000 dollar in het Internationaal Programma voor Communicatie-ontwikkeling inbrengt tegenover 550.000 dollar van de VS mag als indicator gelden voor het verschil in bereidheid de ontwikkelingslanden materieel een stap tegemoet te komen. De aarzeling van de VS bij het verlenen van hulp, zeker via Unesco, is overigens wel begrijpelijk. Waarom zou men bijdragen aan de ontwikkeling van die informatiestroom die juist beoogt de rol en invloed van de VSinformatie terug te dringen? Niettemin zou het van wijs beleid getuigen om, met behoud van de eigen visie op de rol van informatie en communicatie in de samenleving, de ontwikkelingslanden materieel in staat te stellen tot ,,self-reliance" te komen op het gebied van de nieuwsvoorziening. Een zwaarder accent op zgn. medefinancieringsprogramma's zou daarbij de hulpverlening primair moeten karakteriseren. Zonder de VS? Het verloop van de Unesco-debatten overziende, is het niet eenvoudig een genuanceerd standpunt in te nemen. Ook ten aanzien van de informatie- en communicatieproblematiek geldt dat het leven vaak sterker is dan de leer. Nietalleen idealen maar ook belangen spelen een rol. Toen, tot volle tevredenheid van de Verenigde Staten het beginsel van de ,,free flow" in het Handvest van de Verenigde Naties werd opgenomen, kon de London Economist het niet laten op te merken

dat het idee van vrijheid toevallig wel samenvalt met commercieel voordeel. Gevolgd door: ,,Democracy does not necessarily mean making the world safe for the AP" (Associated Press). Een vergelijkbare gedachtengang ligt ten grondslag aan de kritiek van de arme landen op de op overwegend westerse leest geschoeide nieuwsvoorziening. Dat de Verenigde Staten geïrriteerd zijn over ontwikkelingen binnen Unesco is begrijpelijk en verklaarbaar. Zoals de Sowjet-Unie zich heeft ontwikkeld tot, althans zich opwerpt als, de natuurlijke bondgenoot van de nietgebonden landen — overigens lang niet altijd hartelijk omhelsd — zo lijken de VS zich de rol van natuurlijke vijand te moeten laten aanleunen. Aan de bereidheid dat gevecht te blijven voeren lijkt bij de Verenigde Staten een einde tezijn gekomen. Datzou voor Unesco een aanzienlijk verlies betekenen op het gebied van financiën en met betrekking tot de inbreng van wetenschappelijke en technische ,,know-how". Een ander gevolg zal kunnen zijn dat het niet-vertrekkende westen het aanzienlijk moeilijker zal krijgen dan thans hetgeval is. Voor de VS is het overigens de vraag of de winst van het opzeggen van het lidmaatschap groter zal zijn dan het verlies. In het algemeen geldt, dat men deelneemt aan het werk van internationale organisaties met het oog op coördinatie van beleid en om de eigen belangen te beschermen. Terugtreden uit een organisatie als Unesco betekent dat men zich in de internationale discussie o.a. over het ,,cement van de samenleving" buiten spel zet. Nu er pogingen worden ondernomen om dit cement niet uitslui-

vu-Magazine 13(1984) 8 september 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 356

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's