Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 154

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 154

5 minuten leestijd

de groeten

Campagne Te midden van een immense menigte sta ik in het grote stadion van de universiteit. De tribunes zijn overvol en op het middenveld staan al duizenden mensen, terwijl hun aantal nog snel toeneemt. Midden op hetveld staat een vierkant houten platform met daarop mannen en luidsprekers. Een man spreekt vanaf het platform de massa's toe. „ Van wie is Nicaragua?"ga\mt hij over de hoofden heen. „ Van Cr/sfo " golft het antwoord uit duizenden kelen hem tegemoet. Hij herhaalt zijn vraag, verscheidene malen, telkens luider en nadrukkelijker; steeds komt hetzelfde antwoord terug, telkens massaler en oorverdovender. Dan gaat hij over op een ander thema: ,,1-ioe is zijn naam?", schreeuwt hij schor de massa toe.,, Gloria, g/of/a " dendert het stadion, en opnieuw„G/of/a, gloria". Dan komt een duo naar voren dat enkele weemoedig vrome liederen ten gehore brengt, zichzelf begeleidend op gitaren. De menigte zingt mee, ingetogen. Iedereen lijkt de woorden te kennen. In destilte die volgt moeten we onze zonden belijden. Vele mensen steken hun armen in de lucht, werpen hun hoofd achterover en bidden luid, gekweld, hartstochtelijk. Dan begint alles weer van

128

voren af aan. ,,Van wie is Nicaragua?" ,,Van Cristo." ,,Hoe is zijn naam?",.Gloria, gloria", het ritme nog opzwepender, hetvolume nog hoger. Ik ben beland in de gigantische evangelisatie-campagne ,NICARAGUA 1984' van de bekende Argentijnse in de Verenigde Staten residerende prediker/^/öerto Montessi. Acht avonden lang zullen tienduizenden mensen op hem afkomen, velen zullen drie, vier avonden present zijn, tot uit Jalapa op een dagreis afstand zijn mensen naar Managua gekomen, de stadsbussen zullen tot diep in de nacht doorrijden om alle passagiers na afloop veilig thuis te brengen, de mondtot-mond reclame heeft perfekt gewerkt. Ik sta daar op dat middenveld, kijk en luister en ben absoluut verbijsterd. In twee jaar ben ik gewend aan massabijeenkomsten, aan charismatische oplevingen, ik was erbij toen de paus de honderdduizenden toesprak en de leuzen over de Plaza golfden. Maar dit, deze absolute overgave, deze diepe vroomheid, dit massale fanatisme, deze vlucht uit de realiteit, hetLverbijstertmij. Ik begrijp er niets van. Her- -* ken een paar van mijn studenten, hardop biddend, luid roepend. Dan komt eindelijk de grote man zelf het podium op, de

armen opgeheven als een presidentskandidaat, Alberto Montessi, ingesnoerd in een te warm westers confectiepak, al hees na de voorgaande avonden. Een paar dagen geleden maakte hij onverwachts zijn opwachting in de synode van de Baptistenkerk. Hij moest even wachten, want de vertegenwoordig(st)ers van de baptistische jongerenorganisatie brachten juist verslag uit van hun aktiviteiten, problemen en successen in het afgelopen jaar. Eén gebeurtenis maakte diepe indruk: de moord op twee baptistische jongeren die met een reservebataljon naar het noorden getrokken waren en in handen van contrarevolutionairen gevallen waren. Hoewel het toch ook Montessi niet ontgaan kon zijn dat de contrarevolutionairen betaald, bewapend en getraind worden door de Inlichtingendienst van het land waar hij residentie houdt, zweeg hij over dit alles als het graf. Zonder te letten op de bedrukte stemming in de vergadering begon hij te oreren dat hij de enig ware boodschap van de vrede kwam brengen, de vrede van Jezus Christus. Hij hield een tirade van een kwartier en verdween net zo plotseling als hij gekomen was, de synode verbijsterd achterlatend. Nu staat hij hier midden in het grote stadion van de universiteit en houdt zijn verhaal. Subtiel, subtiel... Christus is gekomen voor allen, voor de zieken, de zwakken, de zondaren, voor katholieken en protestanten, zelfs voor militairen, voor de verdrukten...door de zonde. Oi/er de cfoor uitbuiting verdrukten, overde armen, de bedreigde boerenfamilies en de tienduizenden vluchtelingen in het noorden van het land geen woord. Zonder dat ook maar één maal het woord sandinisme of revolutie over zijn lippen komt is het zonneklaar dat hij absoluut niets moet hebben van het Nicaraguaans proces. Terwijl hij voortdurend roept

dat hij zich niet met de politiek wenst te bemoeien, manipuleert hij obsceen het christelijk geloof voor politieke doeleinden. Ook de oppositie-krant,La Prensa' heeft zijn boodschap snel en goed begrepen. Vroeger kritiseerde en verketterde de krant protestantse evangelisatie-campagnes, nu verschijnt er een grote foto van Montessi op de voorpagina en wordt er lovend geschreven over deze hartverwarmende prediker. Kennelijk is zijn antisandinisme voor deze katholieke krant, die altijd een wonderbaarlijke voorliefde voor de Maagd Maria ten toon spreidt, belangrijker dan zijn subtiel afwijzen van de alom bekende katholieke leus,Mar/a van Nicaragua, Nicaragua van Marfa', In het stadion is de dominerende leus immers „ Van wie is Nicaragua?" „Van Cristo". Ik verbaas mij erover dat Montessi überhaupt een visum gekregen heeft, dat hij vrijuit mag zeggen wat hij wil, dat de overheid alle medewerking verleent door zelfs de bussen tot diep in de nacht te laten doorrijden. Even vraag ik mij af of ik niet aan een ernstige beroepsdeformatie begin te lijden en ziekelijk overal religieuze manipulatie zie. Als zelfs de sandinistische overheid meewerkt... Maar nee, ik ben nog niet gek. Twee dagen later publiceert een organisatie van Nicaraguaanse pastores een verklaring, waarin zij het optreden van Montessi scherp veroordeelt en hem misleiding van het gewone volk verwijt. De bestuursleden van de organisatie zullen deze uitspraken moeten bezuren. De leidingvan hun kerk zal enkelen van hen. Oscar Godoy en Carlos Escorcia, publiekelijk uit hun ambt ontzetten. Tomas Borge, de Nicaraguaanse ministervan Binnenlandse Zaken, had gelijk toen hij zei, dat Nicaragua het enige land ter wereld is waar christenen niet door de staat, maar door de kerk ze/f vervolgd worden. Ineke Bakker

vu-Magazine 13(1984) 4 april 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's