Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 93

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 93

5 minuten leestijd

daden, waar de doodstraf op stond, was omschreven in artikel 381 van het wetboek van strafrecht: diefstal onder vijf verzwarende omstandigheden. Werd de diefstal gepleegd: (1) bij nacht, (2) met twee of meer daders, (3) waarvan één of meer gewapend, (4) met braak en (5) met geweld of bedreiging daarmee, dan was het een met doodstraf bedreigd delict. Het was tot 1843 eigenlijk helemaal niet zo vaak gebeurd, dat mensen hierom ter dood werden veroordeeld. Om precies te zijn, het gebeurde tussen 1811 en 1843 zes keer. Hierbij waren 21 personen ter dood veroordeeld, zes van hen kregen geen gratie. Maar dan komt er kort na elkaar een reeks gevallen. In 1843,1844, in 1845 zelfs drie art. 381zaken. In 1846 ook drie. Het leven van de elf eerste personen in deze reeks, door of voor wie gratie wordt gevraagd, wordt zonder uitzondering gespaard. Maar dan worden eind 1846 de gratieverzoeken tegen Arie van der Schoot en zijn vier medeveroordeelden in behandeling genomen. Dan gaat het mis. De betrekkelijke coulantie, waarmee die recente art. 381-gratiezaken waren afgehandeld, maakt plaats voor barse strengheid. Het mag niet onvermeld blijven, dat, terwijl de Hoge Raad en Minister van Justitie zich bogen over gratie voor Arie van der Schoot c.s., het nieuws bekend werd dat er nog zo'n gratieverzoek in aantocht was. Het Provinciaal Gerechtshof van Zeeland had namelijk op 5 december 1846 Jeremias Lauret met 17 mededaders ter dood veroordeeld, ook al weer wegens art. 381. Waarschijnlijk was dit de grootste doodstrafzaak, die Nederland ooit gekend heeft. Hoe het komt dat het jaar 1846 zo'n groot aantal ter dood veroordeelden opleverde, wordt nu duidelijk. Alleen de zaken Van der Schoot en Lauret leverden er al resp. 5 en 18 op. Daarnaast telde 1846 nog 12 ,,gewone" gevallen, zoals moord en

brandstichting, waar wij hier niet verderop ingaan. Booswichten De Hoge Raad schreef een uitgebreid advies over de gratiezaak van Arie van der Schoot en zijn vier medeplichtigen en raadde de koning aan géén van deze ,,hoogst gevaarlijke booswichten" genade te schenken. Op zichzelf was dit nog niet zo bijzonder. De Hoge Raad had in de art. 381-zaken van de voorgaande drie jaren ook zulke negatieve adviezen uitgebracht. Als het aan dit eerbiedwaardige college had gelegen, had men alle 21 voorgaanden ook gehangen! Dat het er niet van gekomen was, was te danken aan Minister van Justitie de Jonge van Campens Nieuwland, die zelf eigenlijk tegen de doodstraf was. het was altijd een van zijn vurigste wensen geweest mee te mogen werken aan ,,de geheele afschaffing van dit verschrikkelijk uiterste van alle maatschappelijk vermogen" zo had hij zes jaar tevoren verklaard. De minister had de koning steeds geadviseerd het leven van de wegens art. 381 gestraften te sparen. Maar in de zaak tegen Arie van der Schoot c.s. moet hij dringende redenen gezien hebben om, tegen zijn gewoonte in, een negatief advies uitte brengen over vier van de vijf. De koning volgde zoals altijd deze adviezen op. Het gevolg was de grootste executie van de 19e eeuw, in ieder geval sinds 1811. Op 29 december 1846 werd te Dordrecht door ophanging het doodvonnis voltrokken aan de vier. De Dordrechtse Courantwan de volgende dag schreef; ,,Dit treurige schouwspel, gelukkig hoogst zeldzaam hier ter stede, had eene groote massa volks op de been gebragt, doch, tot eere der menschheid zij het gezegd, geen luidruchtig gejoel liet de menigte hooren. Een stille ernst heerschte in de straten en toen het noodlottige ogenblik daar was, dat de ongelukkigen den ijsselij-

ken overstap gingen doen, was een diep medelijden met deze zo zeer gezonken menschen op aller gelaat te lezen, en was de wensch duidelijk, dat de menschelijke gerechtigheid niet weder eene zoo zware boete, mogt te vorderen hebben." Opmerkelijk is, dat deze harde lijn na 1846 niet is voortgezet. In 1847 moet over gratie voor Jeremias Lauret en zijn 17 lotgenoten, onder wie twee vrouwen, worden beslist. De Hoge Raad wilde in ieder geval drie van hen lijfsgenade onthouden. Maar de minister meende dat de terechtstelling van zoveel mensen ,,wel onder de onmogelijkheden mag gerekend worden", en bepleitte voor alten gratie, die zij inderdaad kregen. Wij hebben ons afgevraagd, wat er nu zo uitzonderlijk was aan de zaak van Van der Schoot c.s., dat aan vier van hen geen gratie werd verleend. Als hun misdaad duidelijk van een zeldzaam zwaar kaliber was, had daar de verklaring in kunnen liggen. Wat hadden zij gedaan? Een overval in Ridderkerk In de nacht van 2 op 3 september 1845 varen vijf mannen uit Werkendam met de aan één van hen toebehorende prikschuit naar Ridderkerk. Ze stappen daar aan land en lopen naar de hofstede van de vlasboer Cornells van der Waal, van wie ze weten dat het een vermogend man is. Bij de boerderij aangekomen klimmen ze via een ladder naar de zolder waar twee knechts liggen te slapen. De overvallers hebben messen en kaarsen bij zich en dragen zakken over het hoofd om zich onherkenbaar te maken. Ze maken de arbeiders wakker en bedreigen hen met de dood, als ze zich niet rustig houden. Vier van de vijf gaan naar beneden. De vijfde (de enige die later gratie zal krijgen) staat buiten op de uitkijk. Beneden intimideren ze de huishoudster.

f^g3|^j^;g?^gSff^?»««^!^^'

Op ^tccltn Violflt moo)t>cn/ buriti/ lUüai \>jii 't rpnbc i$ Ribbtttxta. Op steelen volgt moorden /blaken Waar van 't eynde is radbraken vu-Magazine 13 (1984) 2 februari 1984

IBaacom intii Ut itt gooft affljat. Dronkenschap baard doodslaan quaad Waarom men die het hooft afslaat

*ntvgtiobelt Baarb ttinbtimaorb / 9 t jullu tBOjgt roti mtt ctn &og;ft. Ontuchtigheid baard kindermoord Dezulke worgt men met een koord

75

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 93

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's