Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 77

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 77

2 minuten leestijd

Éi>^

de arbeid buitenshuis. Ook uit het aardige boekje van de VU-hoogleraar in de rechten, /. A. Diepenhorst, ,De emancipatie van de vrouw', blijkt dat, hoezeer hij ook de „mannelijke tyrannie " verafschuwt, de auteur toch van mening is dat vrouw en man allebei hun eigen, specifieke taak te vervullen hebben. Een geheel andere zienswijze treffen we aan bij Maarten 't Hart. In ,De vrouw bestaat niet' (uit 1982) gaat hij nogal tekeer tegen (uitwassen van) het moderne feminisme. Hij ziet wel in dat vrouwen het op bepaalde punten slechter hebben dan mannen, maar meent op grond van zijn eigen ervaring te mogen concluderen dat het de mannen zijn die door vrouwen worden onderdrukt, zeker waar het om de macht binnenshuis gaat. Hij schrijft: ,,Ook in andere milieus dan het mijne ontdekte ik vaak dat vrouwen maar zelden de ,onderliggende partij' zijn. Toen ik bij mijn oom logeerde die dominee was, merkte ik dat hij zijn preken aan zijn vrouw voorlegde. Zij schrapte naar het haar goeddunkte. Zij verbood hem lange citaten uit preken van anderen op te nemen. Zij ontstak in grote woede toen hij een keer in een preek iets uit, Het Beste' wilde citeren. Nog zie ik haar onverbiddelijk flikkerende brillenglazen toen ze hem zei:, Nico, ik wil het niet hebben'.'' In het gedeelte hierna volgen besprekingen van de hier genoemde boeken. Wat hebben deze boeken

ons te zeggen, wat kunnen we er mee en hoeveel waarde moeten we er aan hechten? Hierover een gesprek met Jolende Withuis, medewerkster vrouwenstudies aan de subfaculteit politicologie. Zij schreef haar scriptie over, onder andere, het boek van Nancy Chodorow, en recenseerde diverse boeken van Lillian Rubin voor, onder andere, NRC Handelsblad.

Gelijkwaardig, maar niet gelijk ,,Het uitgangspunt van deze studie is geweest dat de vrouw een mens is." Dit schreef prof. dr. F. J. J. Buytendijk in 1951 in de ,Verantwoording' bij zijn boekje,De t/rot/w'. Bestond er misschien nog onduidelijkheid over of de vrouw nu wel of niet tot de menssoort behoorde? Nee, zo erg was het nu ook weer niet, maar het feit dat deze constatering überhaupt nodig was, lijkt voldoende te zeggen. Buytendijk wilde de vrouw aan de hand van drie algemeen menselijke kenmerken beschrijven. Hij wil in ó\ton<ierzoek,,...hetverband tussen de natuur, de verschijningswijze en het bestaan van de vrouw begrijpen". Het boek bevat beschrijvingen van de ,aard' van de vrouw. Buytendijk onderscheidt globaal twee werelden: de arbeidende wereld van de man en de zorgen-

de wereld van de vrouw. Hoe komt Buytendijk aan deze tweedeling? Heel eenvoudig: door om zich heen te kijken. En de wereld om hem heen — zeker die rond 1950 — bestond natuurlijk ook uit twee gescheiden gebieden. De periode van opbouw na de Tweede Wereldoorlog versterkte de ontwikkeling van het kerngezin: de man werkte buitenshuis en de vrouw was alleen huisvrouw. De verzorging van de kinderen kwam vrijwel uitsluitend op haar neer. Het is dus misschien niet zo verwonderlijk dat Buytendijk aannam dat wat hij om zich heen zag ,natuurlijk' was. Kwalijker is echter dat hij stelde dat de ,aard' van de vrouw het gevolg is van lichamelijke kenmerken. „Nu is het onmiskenbaar dat de lichamelijke verschijning van de vrouw naar het moederschap verwijst, maar wat zij uitdrukt is niet het feitelijke moeder-zijn, maar de moederlijkheid.'' Hij hield een slag om de arm door te stellen dat vrouwen die — om wat voor reden dan ook — geen moeder waren, zich net zo goed nuttig konden maken. Maar het was toch bij uitstek de vrouw die geschikt was om, naast het biologische moederschap uiteraard, ook het sociale moederschap op zich te nemen. Deels komt dit doordat Buytendijk een tegenstelling creëerde tussen de wereld van de man en de wereld van de vrouw. Daardoor ging hij uit van een tegenstelling tussen mannen en vrouwen die nauwelijks te overbruggen is. Het zou in zijn opvatting ondenkbaar zijn dat man en vrouw bij voorbeeld samen de kinderen opvoeden. De geheel eigen aard van beiden maakt zoiets onmogelijk én ongewenst. Iets heel anders beweerde Simone de Beauvoir in haar boek, De tweede sekse'. Zij schreef (in 1947): ,,je wordt niet als vrouw geboren, je wordt als vrouw gemaakt". Hoewel Buytendijk in zijn boek met waardering over het werk van Simone de Beauvoir schreef, was toch wel duidelijk dat hij het er niet mee eens was. Uit de volgende passage blijkt dat vooral; ,,Het is een van de belangrijkste verdiensten van het

Prof. mr. I. A. Diepenhorst

59

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 77

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's