Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 337

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 337

5 minuten leestijd

Ingezonden

Nogmaals de kruisraket en de kerken „Splijtdekruisraketdekerken?", vraagtGert J. Peelen zich in het mei-nummer van VU-Magazine af. Met behulp van het Nationaal KiezersOnderzoek (NKO) — een grote, door de Nederlandse politicologengemeenschap georganiseerde enquête —wordt getracht deze vraag te beantwoorden. De aandacht richtzich met name op de gereformeerden. De gereformeerde synode heeft zich immers op 7 maart uitgesproken tegen de plaatsing van kruisraketten in ons land. Er is evenwei een probleem: dé gereformeerde synode bestaat niet. Er zijn vele synodes van gereformeerden. Want voordat de kruisraket de kerk kon splijten had de kerk dat zelf al in veelvoud gedaan. In het artikel wordt gesproken over één bepaald type gereformeerden, namelijk: de leden van de Gereformeerde Kerken in Nederland (GKN), veruit het grootste gereformeerde kerkgenootschap. Het kerkgenootschap ook, waarvan de synode zich op 7 maart heeft uitgesproken tegen de kruisraketten. De in het artikel gepresenteerde cijfers hebben echter betrekking op de leden van alle gereformeerde kerken tezamen. Dus óók op de leden van de Christelijk Gereformeerde Kerken en die van de Nederlands Gereformeerde Kerken en ai die andere soorten gereformeerden die ons land rijk is. Aan de basis van dit misverstand ligt waarschijnlijk de slechte vraagstelling in het NKO naar het al dan niet behoren tot een bepaalde godsdienst of gezindte. Aan mensen die zeiden lid te zijn van de ,,Gereformeerde kerken", werd ven/olgens gevraagd:,,Tot welke richting in de Gereformeerde kerken behoort u?". Doordeze maniervan formuleren kan veel foutzijn gegaan. Dat er waarschijnlijk ook iets fout is gegaan blijkt uit het geringe aantal mensen dat uiteindelijk als lid van de GKN te boek is komen te staan. Van de ondervraagden in het NKO is slechts ongeveerS % lid van deze kerk, terwijl dat 7 % had moeten zijn. De bedenker van deze vraag is er klaarblijkelijk van uitgegaan dat de GKN, net als de Nederlands Hervormde Kerk, officieel erkende modaliteiten hebben. En die liebben de GKN niet. Officieel, dan.

VU-Magazine 13(1984) 7 juli/augustus 1984

In het artikel in VU-Magazine zijn alle gereformeerden, zoais gezegd, samengevoegd. De vraag is nu: maakt dat wat uit? Zijn er eigenlijk wel betekenisvolle verschillen tussen al die gereformeerden? Misschien is het helemaal niet nodig om gereformeerd en gereformeerd te onderscheiden. Immers: wie weet nog precies het naadje van de kous inzake de geschillen die geleid hebben tot het ontstaan van al die gereformeerde kerkgenootschappen? Bovendien is er eerder sprake van een journalistieke en wetenschappelijke traditie om niet te onderscheiden, dan om dat wel te doen. Dubieus Welke gevolgen het niet uitsplitsen van de gereformeerden precies heeft gehad op de in VU-Magazine gepubliceerde resultaten is met behulp van het NKO niet na te gaan. Hiervoor zijn twee redenen. Ten eerste: door de manier waarop in het onderzoek gevraagd is naar kerkelijke gezindte, is slechts van 35 ondervraagden, d.w.z. ongeveer MJ deel van degenen die in het artikel in VU-Magazine onder het kopje ,,gereformeerden" vallen, bekend dat zij behoren tot de Gereformeerde Kerken in Nederland. Ongeveer evenveel mensen behoren tot de kleinere kerkgenootschappen, zoals Christelijk Gereformeerd, Gereformeerd Vrijgemaakt, enz. Van de overige ondervraagden is niet metzekerheid te zeggen tot welk kerkgenootschap zij behoren. Met name de relatief grote omvang van deze laatste groep maakt ook de interpretatie van de resultaten voor de verschillende groepen gereformeerden afzonderlijk tot een dubieuze aangelegenheid.

De tweede reden ligt in de kleine aantallen waarmee we hierte maken hebben. Hierdoor is de statistische betrouwbaarheid van de resultaten zeer gering, in het artikel wordt bij voorbeeld gesteld: ,,dat meer dan de helft (52 procent) van de gereformeerden zich inhoudelijk achter de synode-uitspraak opstelt". Aangenomen datde verhouding in werkelijkheid inderdaad ongeveer half om half is, heeft deze uitspraak een betrouwbaarheidsmargevan 10 %, Dat wil zeggen dat het gevonden percentage e vengoed 70 % hoger of lager zou kunnen zijn. Bedenkdaarbijdatde uitspraak betrekking heeft op alle soorten gereformeerden bij elkaar. Een dergelijke uitspraak voor alléén de leden van de GKN zou een betrouwbaarheidsmargevan maarliefst 17 procent naar boven en naar beneden hebben. Het is de vraag of dan nog hetwoord ,,betrouwbaarheid" gebruikt moetworden. Orthodoxer Met het NKO is de vraag of gereformeerd en gereformeerd twee is dus niette beantwoorden. Een andere grote enquête biedt meer mogelijkheden. Maar deze cijfers moeten eveneens met een gezonde dosis wantrouwen bekeken worden. Ook hier speelt het probleem van de kleine aantallen, zij het in mindere mate. Bedoeld is de enquête,,Opn/et7wGod;n A/ec/erland", die gehouden is in opdracht van de KRO en de Tijd. De enquête is gehouden in 1979. De godsdienstsocioloog prof. dr. G. Dekkeris op basis van deze enquête nagegaan in hoeverre er nu verschillen zijn binnen de groep gelovigen die zich gereformeerd noemt. (,,Gereformeerd en gereformeerd is twee", in Hebben de kerken nog toekomst? AMBO, 1981.) Hij concludeert dat het loont de leden van de GKN te onderscheiden van de lidmaten van de overige gereformeerde kerkgenootschappen. Hoewel de leden van de GKN doordebankgenomen orthodoxerzijn dan hervormden en roomskatholieken, zijn zij weer betekenisvol minder steil dan de overige gereformeerden. Er is echtereen interessante uitzondering. We kijken alleen naar die mensen die vinden datdekerkzich overde atoombewapening moet uitspreken. Onderdegereformeerden die deze mening zijn toegedaan zijn er geen verschillen als het gaat om de aard van de uitspraak. Het percentage leden in beide groepen (wel/niet GKN) dat vindt dat een dergelijke uitspraak een volledige afwijzing van de nucleaire

275

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 337

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's