Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 474

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 474

4 minuten leestijd

Carel Blotkamp, hoogleraar moderne kunstgeschiedenis:

'Kunst is geen warm bad' Tot slot van de inaugurele rede, waarmee Carel Blotkamp op 20 september jl. zijn hoogleraarsambt officieel aanvaardde, uitte de jonge professor zijn diepe dankbaarheid voor het feit dat uitgerekend de VU hem in staat stelt zijn vak, de geschiedenis van de moderne kunst, uitte oefenen. DeVU, zo betoogde Blotkamp, is namelijk steeds verbonden geweest met kringen, waarin de beeldende, en met name de moderne beeldende kunst, zacht gezegd, niet steeds in de gunst heeft gestaan. Een opmerkelijke uitspraak ter afsluiting van een opmerkelijke rede waarin de levensbeschouwelijke achtergronden van diverse kunstenaars, welke zich indertijd verenigden in 'De Stijl', centraal stonden. In een gesprek met Carel Blotkamp gaat hij nader in op onder meer het protestantse 'manco', op het verbeelde calvinisme van Mondriaan en op het kwaliteitsbegrip in de kunst. door Gert J . Peelen "Het is met een paar grote woorden aan te duiden", zo verklaart de 39jarige kunsthistoricus en -criticus zich enkele dagen later nader, in de wat rustiger ambiance van zijn werkkamer op de achtste verdieping van het VUhoofdgebouw, "In de geschiedenis van het protestantisme is altijd overdonderend veel waarde gehecht aan 'het woord', met een hoofdletter. En 'het beeld', met een hoofdletter, was verdacht. Dat is een eeuwenoude traditie. Daar kan je Calvijn op naslaan; je kunt er duizenden voorbeelden van noemen, te beginnen met de beeldenstorm. Aan 'Het woord' werd de gedachte verbonden dat het 'de waarheid' was. Het beeld was bedrieglijk. Dat heeft de waardering voor beeldende kunst altijd sterk gekleurd. Al in de zeventiende eeuw speelt dat een rol. Ondanks het feit dat in een overwegend protestants land als Nederland wel veel goede kunst gemaakt is, bleef de waardering ervoor op moreel niveau veelal vrij laag. En die periode is nog niet helemaal afgesloten. Daarbij komt, als mede-oorzaak, dat in de 19e en 20e eeuw allerlei ontwikkelingen zich voordeden in het denken over kunst en in het denken van kunstenaars overzichzelf, die moeilijk verenigbaar waren met het protestantisme en vooral met de orthodoxe variant daarvan. Die ontwikkelingen leidden immers tot het 'romantische' kunstenaarsbegrip, het zichzelf vergoddelijken, hetgeen zich vanzelfsprekend wat moeilijk verhoudt tot godsdienst in het algemeen. Daar ging mijn oratie voor een deel

388

ook over; kunst werd langzamerhand een concurrent van religie, öf, in de opinie van anderen, één en hetzelfde. Dat de kunstenaar zichzelf als goddelijk genie ging manifesteren werd door anderen ervaren als heiligschennis. Zo is die achterdocht jegens de kunst dus wel verklaarbaar. Toch zijn godsdienst en kunst nauw met elkaar verweven zaken. Dat bleek onlangs weer op een tentoonstelling die in het kader van het 'Lutherjaar' in Hamburg werd gehouden rond het thema 'Luther en de gevolgen voor de kunst'. Van begin 16e eeuw tot heden werden alle mogelijke soorten uitwerking van het protestantisme op de kunst getoond. Het is een heel rijk

Piet Mondriaan omstreeks 1922: door zijn calvinistische opvoeding bepaald

gebied dat je daarmee aansnijdt. Je kunt nauwelijks topkunst uit die eeuwen aanwijzen die n/ef op één of andere manier mede daardoor is bepaald; van Rembrandttot Mondriaan. En dat is dan de keerzijde: een continue stroom van invloeden en impulsen uit datzelfde protestantisme. Dat is dusookwaar. Het heeft geen zin om nu te gaan speculeren over volkskarakter enzovoort. Maar je zou ook kunnen volhouden — en dat is niet eens bezijden de waarheid — dat de gehele Nederlandse kunst vrij sterk gekleurd is door het calvinisme en door de daarop geënte levenshouding. Dat geldt óók voor de kunst die nou niet bepaald door calvinisten werd bedreven." Paddestoel Je noemde Mondriaan als kunstenaar wiens werk bepaald is door het protestantisme. Van hem, met zijn theosofische achtergrond en zijn tot een maximum doorgevoerde abstractie in z'n schilderkunst, klinkt dat verbazingwekkend. "Vergis je niet. De vader van Mondriaan was bevriend met Abraham Kuyper. Er zijn briefwisselingen tussen die twee bewaard gebleven. Mondriaans vader was hoofd van een school in Amersfoort, later in Winterswijk. Hij was een echte 'propagandist ter plekke' al bleef Mondriaan sr. uiteindelijk hervormd. Voor Mondriaan jr. is op den duur de theosofie dat gaan vervangen, als iets wat zoveel meer omvattend voor hem was dan dat ene, gelimiteerde geloof

vu-Magazine 13 (1984) 10 november 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 474

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's