VU Magazine 1984 - pagina 78
werk van Simone de Beauvoir, dat zij, naast veel met ressentiment geladen uitingen, zo helder heeft gewezen op de onzekere greep, die de vrouw op de wereld heeft." Prof. mr. I. A. Diepenhorst heeft het in zijn boekje ,De emancipatie van de vrouw' over,,de militante Simone de Beauvoir". Men zou licht de indruk krijgen dat Diepenhorst niet veel moet hebben van emancipatie van vrouwen. Dat is niet helemaal waar: hij is weliswaar niet echt vooruitstrevend, maar laat aan de andere kant ook zien wat voor vreselijke dingen mannen over vrouwen hebben gezegd. Nietzsche noemde de vrouw Gods tweede vergissing, en de Griek Hipponax meldde ons: ,,Er zijn slechts twee dagen, waarop uw echtgenote u verblijdt: de dag van haar huwelijk en de dag van haar begrafenis." Het boekje, dat in 1965 verscheen, staat vol met anecdotes en uitspraken die een aardig beeld geven van hoe er over vrouwen is gedacht en nog steeds wordt gedactit. Een vooruitziende blik kan Diepenhorst ook niet ontzegd worden. Zo schreef hij:,,Indien de overheid dubbele verdiensten ongewenst vindt in verband met een billijke verdeling der arbeidsplaatsen, bezit zij, die in het algemeen bij cumulatie kan ingrijpen, stellig bevoegdheid om op te treden." Een eerste resultaat kreeg onlangs vorm in de wet,tweeverdieners', en wie weet wat er nog kan volgen. Ook Diepenhorst meent dat de vrouw beter geschikt is voor het opvoeden van kinderen dan de man. Hij veroordeelt gezinnen waarbij man en vrouw allebei buitenshuis werken. ,,Men zegt dat het vooral de wiegekinderen en de kleuters zijn die verwaarlozing leiden, maar de opgroeiende jongens en meisjes, de pubers hebben niet minder een tehuis nodig waarop ze kunnen terugvallen, ook als ze zelf veel buitenshuis vertoeven. Enkel de vrouw die tijd voor haar gezin heeft, vermag dat tehuis te scheppen."
Man en vrouw zijn gelijkwaardig^ maar niet gelijk, z o ^ zou je Diepenhorsts betoog kunnen samenvatten. Hij ; pleit voor het toelaten van de vrouw tot het kerkelijk ambt op grond van haar gelijkwaardigheid aan de man. Hij meent, met diezelfde gelijkwaardigheid in het achterhoofd, dat vrouwen betere opvoeders zijn dan mannen. Wat niet impirceert dat ze minder zijn: ieder heeft gewoon zijn of haar eigen taak. Ook de pedagoog prof. dr. J. Waterink benadrukte de belangrijke rol van ,,Moeder". Hij schreef: ,,/n de diepste grond blijft de vrouw de behoefte beleven om vanwege haar persoonlijkheid geëerd te worden, meer dan om haar prestaties." Gedateerd? Natuurlijk, het is niet eerlijk deze schrijvers vandaag de dag te verwijten dat zij jaren geleden niet schreven wat feministen wilden horen. Toch bieden deze geschriften een aardig beeld van de tot voor een aantal jaren gangbare opvatting over de positievan vrouwen.
,Vrouwen zijn altijd de baas' Maarten 't Hart is, behalve als schrijver van romans die zich in het gereformeerde milieu afspelen, ook bekend om zijn polemische artikelen tegen het feminisme. In 1982 verscheen zijn boekje ,De vrouw bestaat niet' (lees: DE vrouw bestaat niet). Daarin neemt hij het moderne feminisme nogal op de hak. Overigens met de beste bedoelingen zoals hij zelf zegt: ,,Het is volstrekt niet mijn bedoeling aan te tonen of zelfs maar te -beweren dat vrouwen in de keuken thuishoren en bestemd zijn voor het moederschap. Mijn bedoeling is alleen maar te laten zien hoeveel onbewezen vooronderstellingen schuil gaan in de feministische ideologie die vandaag de dag gepredikt wordt." Daartoe duikt Maarten 't Hart in de herinneringen van zijn kindertijd. Omdat hij vroeger als jongen veel geplaagd werd door meisjes, en speciaal door zijn buurmeisje Krijnie Baks, denkt hij dat de vrouwen het overal voor het zeggen hebben. ,,Dat Krijnie Baks zo onmiskenbaar de leidster van onze groep was, kon ik des te gemakkelijker accepteren omdat ik overal om mij heen meende waar te nemen dat, zoals ik het als achtjarige formuleerde, ,vrouwen altijd de baas zijn'." 't Hart doet hier precies wat hij feministen verwijt: zijn eigen ervaring tot norm verheffen en daar een algemene waarheid uit destilleren. Zo levert hij forse kritiek op de gedachte die aan het begin van de jaren zeventig populair was in feministische kringen: als je 60
meisjes met auto's en jongens met poppen laat spelen zijn we al een heel eind verder. Die theorie impliceert, zo zegt Maarten 't Hart, dat kinderen willoze schepsels zijn die je makkelijk kunt beïnvloeden. ,,Geef je zoontje een speelgoedwc'tje voor zijn verjaardag en laat het knulletje nu later rioolwerker worden!" Dat dat niet altijd uitkomt blijkt ook uit de verzuchting van veel feministische moeders over hun traditioneel denkende dochters. Maarten 't Hart vervolgt: ,,Hoeisdatnutoch mogelijk, vraagt de naïeve lezer zich hier af. Juist die dochters zijn met behulp van hijskraantjes en speelgoedtweedekamers een andere kant uit geconditioneerd. Al die dochters hebben een roldoorbrekende opvoeding gehad. En toch heeft het niets geMaarten 't Hart: „speelgoedholpen." wc"tje" (Philip IMechanicus) vu-Magazine 13 (1984) 2 februari 1984
. -
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's