VU Magazine 1984 - pagina 299
*»•
die Nederland andere mogendeden verweet was Nederland zelf allerminst vreemd. Het had te maken met het feit dat Nederland een koloniale mogendheid was en zich daarom slechts lippendienst kon veroorloven aan het ontwapeningsstreven. En datgold ook voor andere koloniale mogendheden. Elders in de wereld gezag uitoefenen lukt een ontwapend land niet. Prof. Röling wees me er eens op dat het ontwapeningsstreven tussen beide wereldoorlogen alleen al om die reden gedoemd was te mislukken. Kolonialisme en ontwapening gaan niet samen. En zo kon het dan gebeuren dat na de Vrede van Versailles, waarin Duitsland werd ontwapend als een begin van een algemene ontwapening, koningin Wilheimina in de troonrede van 1920 een versterking aankondigde van de Nederlandse defensie. Mei 1921 laat Nederlands ministervan Buitenlandse Zaken van Karnebeek aan Volkenbondssecretaris sir. Eric Drummond weten dat Nederland weliswaar,, vo//ed/g" instemt met het ontwapeningsstreven van de Volkenbond, maar er was één probleem: de Nederlandse marine moest niet alleen de belangen van het rijk in Europa verdedigen, maar ook die van zijn koloniën. Nederland behoort tot de landen die september 1922 op de vingers worden getikt. De derde Assemblee nam een resolutie aan dat de bewapeningen dienden te worden teruggebracht tot het (vooroorlogse) niveau van 1913. Nederland had dat niet gedaan. Integendeel. De cijfers vertoonden een stijging van maar liefst 58 procent. De Britse premier Lloyd George, een van de vaders van Versailles, had in 1921 voorgesteld om een internationale ,,Washington" conferentie over de Pacific te houden. Beunders schrijft dit initiatief toe aan het feit dat het door de oorlog diep bij de V.S. in de schulden geraakte Engeland besefte toch geen martieme wapenwedloop te kunnen winnen. Gezien de latere woede van Lloyd George over de Britse herbewapening (hij beschuldigde zijn land ervan zich niet aan de ontwapeningsbeloften van Versailles te hebben gehouden), moet m.i. ruimte worden gelaten voor echte bezorgdheid over de mogelijke gevolgen van nieuwewapenwedlopen. In de V.S. werd president Harding, die zijn land nog ,,the biggest navy in de world" had beloofd, klemgereden door met name de pas in het bezit van kiesrecht gekomen vrouwen, die niets van militairisme moesten hebben. Een extra bouwprogramma voor 156 schepen deed een storm van kritiek op-
vu-Magazine 13 (1984) 7 juli/augustus 1984
In enkele maanden tijds slak een storm van verontwaardiging op tegen de Vlootwetplannen. Nederland ging dwars in tegen de ontwapeningstrend die in 1922 en 1923 nog internationaal heerste. L. J. Jordaan in De Groene
steken. De Vlootwet kwam daar pas door de senaat op voorwaarde dat met Londen en Tokio zou worden overlegd over maritieme wapenbeperking. En zo ontstond de conferentie van Washington, waarin de grote mogendheden vaststelden hoeveel oorlogsschepen elk land maximaal mocht hebben. De wereld ervoer de conferentie van Washington in 1922 als een eerste serieuze poging van de mogendheden om tot wapenbeheersing te komen. Moest uitgerekend Nederland nu dwars gaan liggen? Haastig trachtte de Nederlandse regering nog voor de verkiezingen in juli van dat jaar de Vlootwet door de Kamer te loodsen, maar die vlieger ging niet op. Van Karnebeek moest op de voorgenomen dag, 6 april op een conferentie in Genua zijn. Terwijl hij z'n koffers al had gepakt, spoorde hij het parlement aan de Vlootwet toch maar te behandelen. Zijn argument dat hij niet bij de beh-andeling behoefde te zijn omdat bij de bestrijding van de Vlootwet er toch geen aanleiding was om een beroep te doen op de resultaten van Washington, werkte averrechts. Een motie van Oud werd aangenomen om de behandeling van de Vlootwet uit te stellen tot na teruggekeer van Van Karnebeek. Dat uitstel van behandeling heeft de vlootwet in feite de das omgedaan. De zaak werd over de verkiezingen heengeschoven en toen er een nieuw kabinet moest worden geformeerd, bleek CHU-voorman De Geer pas te strikken als minister van Financiën nadat de Vlootwet eerst weer aan een commissiorale kapstok was gehangen. Rumoer Had de oppositie toen over slechts een kwart van de informatie beschikt die
dr. Puchinger later verwerkte in zijn dissertatie ,,Colijn en het einde van de coalitie "(1969), dan was het Vlootwetrumoer in Nederland al veel eerder uitgebroken, maar niemand wist wat zich achter de schermen in Den Haag had afgespeeld. De SDAP werd beheerst door een matte, gelaten stemming na de gebeurtenissen van 1918 en de onverwachte economische crisis die was uitgebroken. Het was bezuinigen geblazen; over de Vlootwet werd niet meer gerept. Het kwam dan ook ais een grote schok toen zomer 1923 Financiënminister De Geer plotseling aftrad omdat hij het niet eens was met het kabinetsbesluit het wetsontwerp najaar toch in de Kamer te behandelen. De oppositie schrok wakker. De Geers aftreden werd het sein vooreen massale anti-vlootwetactle in Nederland vol demonstraties, spandoekoptochten, petities en alles wat daar verder bij hoort. Zondag 23 september 1923 aanschouwde Nederland de grootste demonstratie tot dan. Op het huidige Museumplein stonden naar schatting 65.000 tot 80.000 betogers tegen de Vlootwet (een klein betoginkje overigens vergeleken bij de ± 400.000 demonstranten op het Museumplein op 21 november 1981 tegen de kruisraketten). In zijn dissertatie schildert Beunders levendig hoe het er toeging. Het is allemaal ai eerdergebeurd. Nederland gonsde van discussies over de Vlootwet. Het opvoeren van de bewapeningsuitgaven terwijl iedereen moest inleveren, dat werd velen te machtig. Enkele curieuze kruimels 'uit de strijd, die Beunders aan de vergetelheid ontrukte: de latere Amerikaanse president Roosevelt, toen oud-minister van Marine, verklaarde openlijk dat de Vlootwet geheel in strijd was met de geest van de Conferentie van Washington. Tot de bestrijders behoorde ook Anthonie Fokker, die zuinige haviken in Nederland lekker maakte met verhalen dat een luchtvloot veel goedkoper en effectiever was dan een zeevloot. Ook de vele manipulaties van marine- en regeringszijde worden nauwkeurig door Beunders beschreven. Het lukt hem onmiskenbaar de lezer het gevoel te geven een hoogst actueel boek in handen te hebben. Hij noemt zijn verhaal een,,parlementaire thriller" en dat idee krijgt men ook als ten slotte de ontknoping van het drahia wordt beschreven: de behandeling en stemming van de Vlootwet in de Kamer. Doodstil is het als de ,,voors" en ,,tegens" klinken. Niemand, ook RKSP-fractieleider Nolens weet hoe het zal aflopen. Tien van zijn fractieleden blijken evenwel ,,uit de boot" te
249
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's