Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 406

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 406

4 minuten leestijd

die hij daar heeft laten zitten. En inderdaad wordt Brummelkamp kort daarop aangeklaagd bij het ,,Classikaal Bestuur". Deware feiten zullen wel nimmer aan het licht komen, maar niemand kan zich achteraf aan de indruk onttrekken dat deze ouders, die een uiterst armoedig bestaan leiden, zijn omgekocht. Die mening is Brummelkamp zelf ook toegedaan blijkens een passage in de ,,Levensbeschrijving" die zijn zoon later van hem schrijft. Hij hoort, in de week voorafgaand aan deze geruchtmakende zondag, spreken ,,van blijdschap bij de ongelovigen, daar zij mij In dezen wilden dwingen.() Het gerucht dat de ouders van tweejongeborenen kinderen reeds door geld gekocht waren, om, '• Als was het om 't de kerkeraad nog eens flink in te den volgenden Zondagmiddag, als wanneer ik moest '. peperenen hetvuur aan te wakkeren, verklaart Brum- prediken, met hunne kinderen in de kerk te komen, : melkamp begin juni 1835, overigens zonder directe hoorde ik als niet horende''. : aanleiding, vanaf de kansel dat hij zijn woorden Deze eerste officiële aanklacht tegen Brummelkamp ; omtrentde doop aan kinderen van ongelovige ouders zal echter niet de enige gebeurtenis zijn die uiteinde; in daden zal omzetten, wanneer de gelegenheid zich lijk tot zijn afzetting leidt. Ook de ernstiger gebeurtenissen die kort daarna op 16 augustus plaatsvinden, j voordoet. Hij roept daarmee het onheil over zich af. • Want naar die gelegenheid wordt vanaf dat moment en die meer de kern van de zaak raken, zullen daartoe bijdragen. '. door tegenstanders van deze ,,onheilsprofeet" naar; stig gezocht. ; Twee weken later, op 21 juni, staan inderdaad twee ; paar 'ongelovige' ouders met hun pasgeboren kinde; ren voor het doophek. Brummelkamp laat zich echter • niet dwingen en negeert ze voor het front van een De faam van Brummelkamp als ,,verkondiger van het • ademloos toekijkende menigte. Pas na de dienst onversneden Woord" verspreidt zich snel. En het ; breekt het tumult los. Twee of drie manspersonen Hattemse kerkje kan de menigte toehoorders nauwe! dringen op en bijten de predikant toe, dat ze dit niet lijks bevatten. Sommigen hebben er een voettocht ! nemen en het zullen opnemen voor de ongelukkigen van vijf a zes uur voor over om hem te horen en in de kerk verdringt men elkaar letterlijk. Alle (vrije) plaatsen zijn bij elke predikbeurt al snel bezet en men dromt samen in de gangpaden. Zo ook voor de banken die eigendom zijn van de aanzienlijken, maar die demonstratief leeg blijven wanneer Brummelkamp preekt. De kerkvoogden bezien de enorme toeloop met scheve ogen. Zij weten maar al te goed welke geldzak goed gevuld is en welke niet. En rust en orde moet er zijn, nietwaar? Men stelt daarom een waarschuwing op die Brummelkamp de eerstvolgende zondag van de kansel dient af te kondigen. Om last voor de eigenaars der banken te voorkomen, dient men de gangpaden vrij te houden, luidt de boodschap. Zo niet, dan zal geweld worden gebruikt. Een onmogelijke opgaaf dus, gezien de enorme opkomst, aldus Brummelkamp jr, die in eerder genoemde ,,Levensbeschrijving" stelt:,,Gij gevoelt zeker terstond met hem, welke een geest zulk een stuk ademde. Welnu, wat te doen: zou hij nalaten het voor te lezen of het weigeren? Maar dan zou men hem beschuldigen van weerspannigheid. Zou hij 't voorlezen? Maar dan, zeide hem zijn geweten, schraagt gij de handen der goddeloozen, die in dit stuk slechts hunne vijandschap tegen Gods volk openbaren. Na biddende overweging besloot hij het voor te lezen, een paar opmerkingen er bij te voegen en de gemeente op te wekken het te toetsen aan Gods Woord, en bepaaldelijk aan Jac. 2:2-6". En zo gebeurt. Brummelkamp leest de verklaring voor, maar voegt daaraan de volgende woorden van Jacobus toe: ,,Want stel, er kwam in uw vergadering een man binnen met een gouden ring aan zijn vinger en in prachtige kleding, en er kwam ook een arme binnen in schamele kleding, en gij zoudt opzien tegen den man met de prachtige kleding en zeggen: neem gij hier deze goede plaats, maar tot den arme zoudt gij De molen van diaken Geerlings: „Zijn stommiteit alleen nog overtroffen door zijn koppigheid" zeggen: ga gij daar staan, of ga beneden bij mijn ; : : ; ; \ • " '. : :

kerkelijke reglementen tevoorschijn haalt om deze houding aan de kaak te stellen, probeert de kerkeraad nog eenmaal de zaak te sussen en Brummelkamp terug te fluiten. ,,Ofsctioon de meerderheid van den kerkeraad het met Brummelkamp eens was over de schandelijke gevoelens van dit lid der gemeente, zoo vond men toch beter van deze zaak verder geen werk te maken", meldt F. A. Hoefer fijntjes in zijn in 1900 verschenen ,,Aanteekeningen betreffende de kerk van Hattem".

; Ouders omgekocht

De rijke en de arme

336

vu-Magazine 13 (1984)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 406

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's