Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 50

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 50

3 minuten leestijd

„De engel des Heren"; een tekening van Rembrandt, van omstreeks 1633

nemen van dit boek. Hierin wordt de onvruchtbare tegenstelling ,,waar gebeurd" — ..fantasie" gepasseerd. De functie van de verbeelding hebben we hard nodig want — zo stelt de auteur — ,,Hoe zouden wij kunnen bedenken de dingen die boven zijn... indien niet ons voorstellingsvermogen zijn communicatieve werking zou verrichten?" Hoe zouden wij anders beeldspraak en symbolische taal kunnen vatten waarmee in de bijbel onder meer over de engelen wordt gesproken? Het derde en laatste hoofdstuk behandelt het onderwerp .,Hoe het de engelen verging in en buiten de kerk". Hierin wordt duidelijk gemaakt hoezeer het, ondanks het Sola Scriptura (Alleen de Schrift), de reformatorische theologen ontbroken heeft aan „poëtische vermogens om de beeldende taal van de Schrift beeldend te vertolken". Wél vertogen, polemieken en disputen, maar het beeldend verhaal kwam niet meer aan bod. In zo'n milieu, zegt Boon, hebben engelen geen schijn van kans. Alleen in de Anglicaanse

36

kerk (o.m. in het Sanctus) behouden de engelen hun plaats. Waar lofprijzing en aanbidding praktisch uit de reformatorische eredienst verdwijnen is geen behoefte meer aan engelen die de geloofsgemeenschap behulpzaam zijn bij haar omgang met de Heer. Wat zich na Renaissance en Reformatie voltrekt is de scheiding tussen rede en verbeeldingskracht. In toenemende mate krijgt de rede, het verstand, het voor het zeggen en worden fantasie en verbeelding gewantrouwd. Rationalisme bleek overigens geen garantie voor redelijkheid te zijn. Juist gedurende de opkomst van het rationalisme valt merkwaardigerwijs het hoogtepunt van de heksenvervolgingen. Wellicht had een wat grotere verbeeldingskracht de ogen voor deze waanzin eerder kunnen openen. Alleen de rede, zo wordt betoogd, leidt tot atheïsme, de pure verbeelding brengt ons tot „religie" in de zin van afgodendienst. De interpretatie van het bijbelverhaal onderstelt de eenheid van rede en verbeelding, van hoofd en hart, van denken en voelen.

Boon stelt dat het vooral de grote kunstenaars zoals Van Gogh, Césanne, Klee, Kandinsky, Braque en Chagall zijn (geweest) die deze eenheid benadrukt en gepraktiseerd hebben. Het is opvallend dat bij Chagall de engelen weer verschijnen. Het boek van Boon, dat voorzien is van een uitvoerige bronvermelding geeft veel te denken en te zien. Of de ondertitel ,,De ontmaskering van een pedant ongeloof" een gelukkige keus is waag ik te betwijfelen. Eerder lijkt er mij sprake te zijn van een onvermogen van de moderne mens om te kunnen schouwen.D Over de goede engelen, dr. R. Boon; uitgeverij Boekencentrum, Den Haag. Prijs ƒ 20,50.

vu-Magazine 13(1984) 1 januari 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 50

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's