Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 477

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 477

1 minuut leestijd

Compositie XV in geel en grijs, 1913, van IVIondriaan

schijn van het tegendeel, een serieuze wetenschap is." Waren er twijfels dienaangaande? Zit de i<unstliistoricus opgesclieept met een minderwaardiglieidscomplex? "Ik zei dat niet zomaar, maar zeker niet vanuit een gevoel van minderwaardigheid. Ik heb niet echt de neiging om wetenschap te verabsoluteren, en zo ook niet de kunstgeschiedenis als wetenschap. Ik heb ook niet de behoefte eraan te werken dat deze discipline voor vol wordt aangezien. Bovendien denk ik dat ik het vak ook wat anders bekijk dan mijn vakgenoten. Hoe dan wel? zul je vragen... (lange aarzeling, waarin Blotkamp de stilte benut om, peinzend starend uit het raam, een lange dunne sigaar op te steken)... Het beoefenen van kunstgeschiedenis is voor mij een artistieke daad. En het is ook nauw verbonden met m'n eigen artistieke werk. Naast mijn werk hier schilder ik ook. En dat zijn dingen die aardig doorelkaar lopen. Ik zeg dat hier om: ik beschouw mezelf niet als dé vertegenwoordiger van de kunstgeschiedenis die zichzelf zonodig moet bewijzen voor het front van zijn medewetenschappers." Hoe gaat de l<unstgescliiedenis als wetenschap in z'n werk? Wat is de methode? "Erzijn allerlei methodes, 't Is een heel jonge wetenschap, met pas sinds de 19e eeuw iets van een apparaat, een methode. De kunstgeschiedenis heeft natuurlijk een object van studie dat

vu-Magazine 13 (1984) 10 november 1984

allerlei moeilijke kanten heeft. Dubbelzinnigheden. Onzekerheden ook. Daar moetje mee leven. Maar er zijn inmiddels inderdaad allerlei methodes ontwikkeld waarmee de verschillende types kunsthistorici opereren. De oudste vorm is om te bepalen wie wat gedaan of gemaakt heeft; het classificeren, het onderscheiden naar de verschillen in puur visuele resultaten. Geleidelijk aan zijn daarnaast andere methodes ontstaan, vaak ontleend aan of verbonden met andere disciplines. Zo ging men zich afvragen hoe bepaalde voorstellingen verbonden waren met andere maatschappelijke verschijnselen die vanuit de theologie, de psychologie, de mythologie, noem maar op, bestudeerd werden. Het ingaan op de achtergronden dus. Een nog jongere loot houdt zich bezig met de theoretische noties en de veranderingen daarin en poogt daarmee een handvat tot het benaderen van kunst te ontwikkelen. Er zijn zelfs kunsthistorici die een kunstwerk zuiver en alleen als een maatschappelijk fenomeen beschouwen, verbonden met politieke en maatschappelijke standpunten van het moment. Je kunt als object ook de 'receptiekant' nemen, de 'ontvangst' van kunst bij publiek en kopers. Of de maatschappelijke effecten van kunst bij voorbeeld. Enfin, te veelom op te noemen." Agressie In dat kader een laatste vraag: wat is

het belang van kunst In de samenleving? Wat, met andere woorden, nut ons kunst? "Ik vind dat kunst het leven zeer veel aangenamer maakt. Maar dat is mijn persoonlijke vooringenomenheid. Het is m'n leven, het vult m'n dagen, op een andere manier dan dat het 'alleen maarwerk' is. Ik heb wat dat betreft wel iets van een zendeling in me. Ik vind het erg leuk om met of voor mensen over kunst te praten. Het is dan een fijne ervaring te zien hoe mensen geïnteresseerd kunnen raken, doordat er blijkbaar iets van een vonkje overspringt; dat je merkt dat kunst voor anderen óók meer betekent dan alleen maar een andersgekleurde plekopde muur. Ik vind 't heel moeilijk om te zeggen: kunst zou dit of dat moeten betekenen. Het is terecht als er veel belang aan wordt gehecht, in die zin dat er musea zijn, dat er geld voor wordt uitgetrokken. Want je ziet gewoon dat kunst bij mensen, los van opvoeding of scholing, een geweldige betekenis kan krijgen. Het is voor mij altijd aardig om de gastenboeken in te zien die bij de tentoonstellingen, hier aan de VU, steeds klaar liggen voor bezoekers om er hun commentaar op het tentoongestelde in op te schrijven. Die tentoonstellingen zijn vaa1< nogal controversieel. En dan zie je dat de één het werkelijk vreselijk vindt, schande en wat dies meer zij, terwijl de ander er heel enthousiast op reageert. Uit de formuleringen die men gebruikt, meen ik te mogen opmaken dat die laatste categorie niet uit louter kunstgeschiedenisstudenten bestaat. Meer een soort dwarsdoorsnede. Ik meen dat 't zoiets is. Dat kunst mensen op onverwachte plaatsen en momenten kan treffen." Dat 'treffen is hier, naar ik aanneem, doelbewust gekozen. Dat kan namelijk identificatie met, en waardering voor het kunstwerk betekenen. Het kan ook zijn dat iemand er zó boos om wordt dat hij het object te lijf gaat met messen en stenen, zoals ook hier aan de VU wel is gebeurd. Dat is natuurlijk ook iets dat kunst kan doen. "Inderdaad. De uitingsvormen van die agressie vind ik afschuwelijk en betreurenswaardig, alleen al vanwege de onvermijdelijke associatie die ik krijg met een recente periode in de geschiedenis waarin niets anders dan dat gebeurde. Maar het feit dat kunst dat uitlokt vind ik prima. Kunst is geen warm bad. Ik vind dat kunst dwars moetstaan. Dan is 't goede kunst." D

391

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 477

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's