VU Magazine 1984 - pagina 210
Roeit Haan
Ingezonden stukken
Hetdagblad Trouw noemt zichzelf een ochtendblad. Voor mij is het meer een weekblad, of zelfs maandblad; in de ochtend heb ik als ambtenaar, in tegenstelling tot wat de besnoeiers van de collectieve sector schijnen te denken, nooit tijd. Het wordt meestal zaterdag, soms het eind van de maand. Ik weet niet of de oorzaak ligt in de tijdrovendheid van genoemd ambtenarenbestaan, een organisatiegebrek mijnerzijds, of de kwaliteit van deze krant, die zich nu eenmaal niet zo maar in de ochtend op haar waarde laat schatten. Een voordeel van deze manier van kranteiezen is dat diemindertijd kost. Bijna alle nieuws is snel achterhaald; waarom zou je je er dan op de dag zelf mee vermoeien? Commentaren en achtergrondbeschouwingen zijn interessanter; het zijn juist deze die de kwaliteit van een dagblad bepalen. Wanneer Trouw over het besiuitvan de gereformeerde synode ,,over de kruisraketten", tussen 12 en 23 maart 115 ingezonden stukken plaatst, naast vele commentaren, reflecties en toelichtingen, en dit alles rondom een uitstekende nieuwsvoorziening, dan mag een maandblad als VU-Magazine, gespecialiseerd op al deze terreinen behalve dat van het ochtendnieuws, dit wel eens met grote waardering signaleren. Tot zover deze reclame voor Trouw. Ik heb ze dus gelezen, die 115 stukjes, plus een aantal andere over hetzelfde onderwerp, maar met andere koppen, zoals,/CrO'of
168
.Bukman'. Dan is het interessant te zien hoe zo'n verzameling monologen ten slotte tot een discussie wordt: de latere brievenschrijvers reageren op de eerste. Daarom had Trouw voor mij wel tot 150 mogen doorgaan. Ingezonden stukken pleeg ik altijd over te slaan vanwege dat monologisch karakter; deze keer dus niet, maar juisttoen er dialoog kwam, werd de stroom gestopt. Ik zal die monologen niet becommentariëren. Toch zou dat interessant zijn, tenminste als kan worden afgezien van de grimmige gramschap en het cynisme dat uit een aantal van die brieven spreekt. Eigenlijk zou je al die briefschrijvers om de tafel moeten zetten (Trouw houdt toch van die lezersavonden?). Dan zou aan de tegenstanders van het besluit van de synode de vraag kunnen worden gesteld: wijs nu eens aan wat jullie aanspreekt in de brieven van de vóórstanders. Want dat zou een gespreksbasis leveren. Wie daartoe niet bereid zou zijn, zou zich doen kennen als een raspolarizator. Mijzelf heb ik die discipline eveneens getracht op te leggen: als,,voorstander" heb ik nagegaan: waar zitten de elementen in de„/CTO"-achtige reacties die op mij geen polarizerend effect hebben? In feite betreft dit al deze brieven, uitgezonderd die welke een uitgesproken ik-cultuur ademen. De meeste brieven wijzen op objectieve problemen: hoe vormt zich een meerderheid, wat is de betekenis daarvan, wat is nu eigenlijk ,,politiek in de kerk" en wat
niet, hoe zit dat met de „tweezijdige ontwapening", zou Johannes Post zich werkelijk hebben geschaamd voor dit spreken van de kerk? Mensen die dergelijke dingen zeggen polarizeren niet: zij argumenteren. Hetgaaternu om dat zij dat blijven doen, bij voorkeur in de door de cynici zo gesmade,,platforms" voor gesprek binnen de gemeenten. Zij kunnen daar niet alleen argumenteren, maar ook zichzelf nader informeren. Daar zal in ieder geval meneer Fraanje uit Den Haag moeten zijn (nummer 44), die niet over ,,het communisme" in zorg zit maar over de door Jezus in Mattheus 25 genoemde ,,mensen die hongeren dorst lijden, geen kleren hebben, de daklozen, de vreemdelingen, de zieken, de gevangenen, kortom de behoeftigen en de eenzamen"; maar hij is teleurgesteld omdat de synode het ,,te druk had met de grote lijnen". Het gevaar bestaat inderdaad dat we ons vergrijpen aan te grote dingen; gemakkelijker een lezing organiseren over miljardenhulp aan de Derde Wereld dan een gulden geven aan een bedelaar of een groet aan een eenzame. Dat dit hier allesbehalve het geval is hoeft deze briefschrijver niet te worden tegengeworpen: hij heeft zich in de discussie al gelegitimeerd. De centrale vraag voor velen is intussen: wie maakt dateigenlijk uit: of iemand zich,legitimeert' of niet? Doet hetaanfa/van de medestanders ertoe? Dit argument mogen ook degenen die boos zijn op de synode niet gebruiken! Ik herinner
mij dat de gereformeerde kerkeraadvan Buenos Aires, waarvan ik eens lid was, een democratisch door de gemeentevergadering genomen besluit „naast zich neer legde" en anders handelde. Toen ik mijn bevreemding daarover uitsprak, wees de voorzittende predikant mij er op dat in het gereformeerde kerkrecht het stemmentellen niet noodzakelijkerwijs het laatste woord heeft: de kerkeraad heeft haar pastorale verantwoordelijkheid. Maar hoe .controleer' je dat? Ik denk dat ook deze vraag te veel uit een machtsdenken voortkomt. Er moet een dieper draagvlak worden erkend. Dan moet allereerst duidelijk zijn — uit het kerkelijk onderwijs — hoe en waarover een kerk spreekt. Talloze sociologische veranderingen hebben gemaakt dat de kerk hoe langer hoe minder een eenheid is. De werkelijkheid om haar heen is,,gecompliceerd" en die trachten wij dus te vereenvoudigen door haar gemakshalve te scheiden in aparte vlakken:,geloof', ,politiek', .economie' enzovoort. Door n/ef te spreken kunnen wij zo een schijneenheid handhaven. Maar het is ,goed gereformeerd' te wijzen op de,eenheid des levens'; daarin ligt bijbels gezien zelfs een unieke opdracht van de kerk. De kruisraketten zijn niet slechts een,politiek' probleem; zij zijn ook en vooral een geloofsprobleem; hier kan, om met prof. Bakker uit Kampen te spreken, de kerk, ,de weg van het evangelie niet gaan zonder het pad van de politiek te kruisen".
vu-Magazine 13(1984) 5 mei 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's