VU Magazine 1984 - pagina 440
nog nauwelijks gebruikt in de beschrijving van persconcentratie. Nieuw is dusookdatdat nu wel is gebeurd." Hoewel er in zijn boekje een uitgebreide beschrijving is te vinden van het proces van persconcentratie in de periode 1950-1982, heeft Jan de Ridder in zijn onderzoek toch vooral de nadruk gelegd op de ontwikkeling van een begrippenapparaat waarmee anderen aan de slag kunnen. Het is dan ook logisch dat hij aan het eind van zijn boekje concludeert dat ,,verder onderzoek noodzakelijk is". Onderzoek naar met name de oorzai<en van persconcentratie. Twee 'clusters' van factoren worden daarbij in de regel onderscheiden: economische en sociale. Bij economische oorzaken moet gedacht worden aan bij voorbeeld de noodzaak tot schaalvergroting of conjuncturele gevoeligheid van het dagbladbedrijf. Te denken valt ook aan verminderde inkomsten uit advertenties door bij voorbeeld uitbreiding van de STER-reclame. Lastig Een ander schrikbeeld komt tot ons in de vorm van de Australische krantenmagnaat Rupert Murdocii, die in Engeland de ene krant na de andere opkoopt. De — voormalig! — hoofdredacteur van Tlie Sunday Times er\ Tlie Times, Harold Evans, beschrijft deze gang van zaken in zijn boek Good Times Bad Times. Murdoch kocht ook deze beide kranten, en, zoals dat meestal bij dit soort rücksichtlose ondernemers gaat, de .lastige' hoofdredacteur Evans werd vervangen door iemand die beter in het straatje van Murdoch past. Als sociale oorzaken noemt De Ridder onder andere de ontzuiling. Het lijkt niet onwaarschijnlijk dat deze van invloed is geweest op de publieksconcentratie, doordat vele (potentiële) abonnees van 'principiële'(zuilgebonden dagbladen als De Tijd, Trouw en de Kwartetbladen overstappen naar 'neutrale' kranten. Een andere aardige mogelijkheid voor verder onderzoek kwam aan bod in het gesprek dat VU-magazine met Jan de Ridder had. De vakgroep communicatiewetenschappen aan de VU heeft lange tijd met het begrip 'pluriformiteit' gewerkt. Pluriformiteit in de zin van verschillende kranten die verschillendemeningen uitdragen. Kan 'persconcentratie' gekoppeld worden aan 'pluriformiteit'? De Ridder: ,,Dat zou heel aardig zijn, maar dan zou je ook naar de inhoud van de kranten moeten kijken, en dat is
358
iets wat ik niet gedaan heb. Het is echter moeilijk om te zeggen: er is meer persconcentratie, en dus minder pluriformiteit. Want het is ook heel goed mogelijk dat kranten intern pluriform zijn. Binnen één krant tref je dan zeerverschillendemeningen aan. Overingens ben je dan wél bezig bepaalde normen binnen je onderzoekte halen. Dat kan, maar dat moet je dan wel van te voren duidelijk maken". Kun je in dit verband ool< iets zeggen over positieve of negatieve l<anten van tiet proces van persconcentratie? Een bedachtzaam antwoord volgt: ,,Wat je doet is het beschrijven van een proces. Als je daar een normerend oordeel aan toe wilt voegen, moet je bepaalde criteria op gaan stellen. Dat is in dit geval wel een beetje eng, want waar moet je gaan zitten tussen voor iedere Nederlander een krant en één krantvooralle Nederlanders? Waar je echter aan kunt denken is om bij voorbeeld de bestaande politieke heterogeniteit tot uitgangspunt te nemen. Dus elke politieke stroming in Nederland zou in ten minste één krant aan bod moeten kunnen komen. Er zijn natuurlijk ook andere invalshoeken denkbaar en wellicht wenselijk; er bestaat ten slotte ook nog zoiets als levensbeschouwelijke en culturele heterogeniteit in Nederland." Methodisch We komen terug op de voorspelling die twee leden van dezelfde vakgroep tien jaar geleden deden over De Telegraaf en het Aigemeen Dagbiad. De Ridder laat merken niet zo gelukkig te zijn met dit gespreksonderwerp (één van de twee is ten slotte zijn huidige baas), maar geeft eerlijk toe dat hij dit niet zo'n goede voorspelling vindt. ,,Dit is met name een methodisch probleem. Als je op een dergelijke manier zo'n voorspelling maakt dan zou je, theoretisch, eens boven de honderd procent uit moeten komen. De Tele-
graaf en Algemeen Dagblad kunnen nooit 125 procent van de markt in handen hebben. Probleem van de curve die zij bij hun schatting gebruikten was dat die geen onder- en bovengrens bezat." Dat geloof ik graag, maar is het feit dat die groei zich niet doorzette ook niette wijten aan bepaalde maatschappelijke oorzaken? ,,Uiteraard. De explosieve groei van De Telegraaf en Algemeen Dagblad is destijds veroorzaakt door een geslaagde poging nieuwe lezerskringen aan te boren. Mensen die voorheen geen krant lazen. Bovendien begonnen in die tijd de prinicipiële bladen wat af te kalven. Of, beter gezegd, deze bladen slaagden er niet in om steeds meer abonnees — nodig om te kunnen voortbestaan — te werven. Deze ontwikkeling heeft zich nu wat gestabiliseerd. Toch is het niet zo dat er opeens een trendbreuk is opgetreden die tijdens de voorspelling tien jaar geleden niet voorzien kon worden. De ontwikkeling is vrij gelijkmatig geweest en als je de tendensen in de dagbladpers als geheel had bestudeerd, had je deze stabilisering ook wel aan zien komen." Regionaal Tot de jaren zestig veranderde er nauwelijks iets in de publieksconcentratie van de landelijke dagbladen. De geschiedenis van de persconcentratie kent echter vooral vanaf de jaren zeventig enkele belangrijke momenten. De recente geschiedenis begint volgens De Ridder in 1959, als de katholieke dagbladen De Tijd en De !\/laasbode fuseren. Of, liever gezegd. De Maasbode ging op in de De Tijd. Dat bleek duidelijk toen de titel in 1965 werd veranderd in De Tijd. Daar liep hetoverigensooknietgoed mee af. In 1972 volgt de redactionele samenwerking tussen Trouw en de Kwartetbladen. De redacties werden in Am-
Oplagecijfers landelijke dagbladen Telegraaf Nieuws van de Dag Algemeen Dagbiad Volkskrant Parool NRC-Handelsblad Trouw Reformatorisch Dagblad De Waarheid Nederlands Dagblad
1982
1983
648.581 100.146 368.846 250.872 150.650 145.363 135.200 47.908
684.300 60.300 370.341 255.700 143.500 157.234 126.100 48.438 30.000(1) 23.869
23.771
Bron: De Journalist, 13-3-1984 (1) Eigen opgave van De Waarheid (Het Mediaboek, p. 12)
vu-Magazine 13(1984) 9 oktober 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's