Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 150

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 150

5 minuten leestijd

Kuiper weet dus wel het een en ander over de periode tussen 1870 en 1930; tevens de periode waarover Stuurman schrijft. Beide schrijvers hebben uitgebreid studie van die periode gemaakt en wekken de indruk met veel plezier aan hun omvangrijke proefschriften te hebben gewerkt. Waarom hebben zij zich met deze onderwerpen bezig gehouden? Siep Stuurman: ,,Veel mensen denken dat als je je met zo'n onderwerp bezig houdt, het waarschijnlijk is dat je zelf ook uit protestantse of katholieke hoek afkomstig bent. Maar dat is bij mij niet het geval. Ik kom zelfs uit een milieu dat al drie generaties niet-kerkelijk is. Het is bij mij eerder omgekeerd geweest: de fascinatie die je als niet-kerkelijke kunt hebben als je je afvraagt hoe het kan dat mensen in zulke dingen geloven. Een andere invalshoek is het Nederlandse politieke systeem. Als je dat wilt bestuderen, stuit je onmiddellijk op het overheersende idee van de verzuiling als verklaring voor de stabiliteit van de Nederlandse politiek. En via de verzuiling kom je weer bij de geschiedenis van katholicisme en protestantisme. Drie invalshoeken dus, die samen hebben geleid tot het boek dat er nu ligt.'' ,Bad guys' D. Th. Kuiper: ,,lk ben begonnen bij de historisch-sociologische achtergronden van het protestantisme en vandaar uit ook wel bij de verzuiling terecht gekomen. Wat mijn afkomst betreft: die is uiteraard uit gereformeerde, anti-revolutionaire hoek. Maar dat heb ik nooit als een erg drukkend milieu ervaren, anders dan anderen misschien. En dat kwam doordat mijn vader op cathechisatie had gezeten bij een dominee Brussaard, en dat was een medestander van Geelkerken, die in 1926 uit de kerk was gegaan. (Dr. Geelkerken was een gereformeerde predikant die, omdat hij van mening was dat het spreken van de slang in Genesis niet letterlijk opgevat hoefde te worden, uit de Gereformeerde Kerk was gezet, rv). Mijn vader heeft die, wat meer ondogmatische, opvattingen over Genesis aan mij doorgegeven. Mijn grootvader, die in het district Goes woonde, stemde altijd op de christelijk-historische De Savornin Lohman, die daar jarenlang de kandidaat van de coalitie was. En verder heb ik me altijd heel erg verbaasd over hetfeitdaterineengeloofsgroepering die zei dat liefde een belangrijke zaak was, zoveel conflicten waren. Een volgende aanleiding om mij met

124

deze materie bezig te houden, is dat ik ben gaan participeren in de organisaties van die zuil. In de jaren zestig bij de ar-jongeren en de christen-radicalen; in de jaren zeventig in de ARP en daarna in het CDA." ,Watnu?' Kan met tiet begrip .emancipatie' dat in allebei de proefsctiriften voorkomt, iets van de verzuiling worden verklaard? Stuurman: „Ik denk dat je onderscheid moet maken tussen de katholieken en protestanten enerzijds en de socialisten en lit>eralen anderszijds. Bij de eerste groep is er een stuwende rol van de elites die voornamelijk uit de burgerij en de aristocratie komen. Aan de andere kant is de sociaal-democratie heel duidelijk een beweging die op één klasse steunt. Er bestaat daar meestal een wankel evenwicht tussen een aantal leidende intellectuelen uit de burgerlijke klasse en de leiders die uit de arbeidersklasse zélf omhoog kwamen. Dat is daar altijd al een probleem geweest. En de liberalen waren veel minder een beweging dan de anderen. Daarom beperk ik het begrip .zuil'ooktotde religieuze blokken. Je kunt eigenlijk alleen van verzuiling spreken als er voor wat betreft de Nederlandse situatie iets bijzonders aan de hand is. Dat bijzondere is allereerst dat er geen ander land in WestEuropa is waar tot in de jaren zestig godsdienstige partijen meer dan de helft van het aantal stemmen haalden. De kracht van de religieuze en politieke bindingen was zo taai dat je kunt spreken van ,staten in een staat'. En ten slotte is er in Nederland een opvallend evenwicht te vinden tussen de protestantse en de katholieke zuil." Kuiper: ,,De protestanten en de katholieken hebben zichzelf nooit een zuil willen noemen omdat verzuiling een scheldwoord was, een polemisch woord van de kant van de liberalen die daarmee het mediabestel aan de kaak wilden stellen. De liberalen waren

geen zuil, dat ben ik met Stuurman eens. Ze hadden een pretentie van algemeenheid, maar omdat anderen die niet accepteerden, waren ze niet algemeen meer. De sociaal-democratie vertoonde echter wel het gedrag van een zuil, weliswaar onder invloed van de omgeving, maar toch. Ik denk dat het enige verschil tussen katholieken en protestanten versus de socialisten was, dat de socialisten geen eigen kerk hadden..." Stuurman: ,,En geen eigen onderwijs, geen eigen boerenorganisaties, geen eigen middenstandsorganisaties, geen eigen ziekenhuis..." Kuiper: ,,Geen eigen kerk nee, maar wel een gemeenschappelijke levensbeschouwing. En bovendien: de vakbeweging had voor die mensen de plaats van de kerk. In ieder geval leken de blokken uiterlijk op elkaar. En ze kwamen voor dezelfde problemen te staan. De vraag die Abraham Kuyper in 1918 stelde, „Wat nu?", toen de schoolstrijd gewonnen was, die vraag ligt eigenlijk ook ten grondslag aan de socialisatierapporten van de SDAP en het NVV uit de jaren twintig, terwijl er ook allerlei gelijkenissen zijn tussen de interne conflicten binnen de protestantse en de socialistische ,zuilën' in die tijd." Kapitaal en arbeid Stuurman blijkt bezwaar te hebben tegen zo'n gelijkstelling van socialisten en confessionelen. „Dit zijn heel algemene analogieën zijn die je altijd wel kunt vinden bij stromingen die in dezelfde tijd en in dezelfde maatschappij bestaan. De relatie die jij legt tussen kerk en vakbeweging vind ik niet juist. De rol van de vakbeweging bij de socialisten zou je alleen kunnen vergelijken met de rol die de kerk bij de katholieken speelt. Als Troelstra er niet meer uitkwam, dan kon hij Kautsky of Liebknecht bellen. Dat lijkt wel wat op de katholieken, die waren ook heel erg op Duitse experts gesteld.

vu-Magazine 13 (1984) 4 april 1984 .Ml

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 150

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's