VU Magazine 1984 - pagina 454
Die typisch gereformeerde iuclit... Besmuikt gegiechel bij de toegang tot de expositie, waar de firma King een gratis pepermuntje aanbiedt — 'calvinistisch zondagochtendvoer' bij uitstek. Het brengt de bezoekers in de juiste stemming voor het bezichtigen van de tentoonstelling 'Anderhalve eeuw gereformeerden, 18341984', die op 13 oktober werd geopend en tot 17 februari '85 nog te zien zal zijn in het Utrechtse Catharijneconvent. Wie geïnteresseerd is in het gereformeerde leven, de vaak turbulente ontwikkelingen daarin en de wijze waarop het 'neo-calvinisme' een onmiskenbaar stempel heeft gedrukt op de Nederlandse samenleving, mag deze meest omvangrijke expositie ooit over dit onderwerp gehouden, zeker niet missen. De samenstellers hebben er geen rariteitenkabinet van gemaakt, al zijn er nogal wat gereformeerde trivialia uitgestald en valt er genoeg te lachen, zij 't natuurlijk onderdrukt en op gepaste momenten. De expositie is ook voor 'andersdenkenden' heel wel te verteren. Op hoofdlijnen na blijven de inhoudelijke theologische discussie- en breekpunten buiten beeld en zijn slechts de tastbare aandenkens daaraan mét een uitvoerige toelichting tentoongesteld. En daarmee hadden de samenstellers al moeite genoeg. Anders dan bij eerdere exposities in het Catharijneconvent — over doopsgezinden in 1980 en over lutheranen in 1983 — denkt men bij de gereformeerde kerkhistorie immers niet direct aan prachtige kunstwerken en kerkschatten, maar eerder aan boeken en pamfletten, aldus museumconservator H. L. M. Defoer bij de opening. Desondanks ligt het accent van de tentoonstelling vooral op het gereformeerde leven. Een flink deel is ingeruimd voor de periode van de Afscheiding en de
368
JGEREFORMEERDL klONGELING5BL4I>l OCOAAN V\N DEN NEDEEU LgavrREE'NJOINGEN OP
/^A
BO\D \X\ JONQEUNG^
6mfornicd3onaelin3$Had ^Bondiun^onacllnai wmnijlngcnop
emiörondilaa
Aan/:ELin/;?BLAQ ancAAn vfln ocjrntn.sanDUAn janttuni:? utRttnisinan OPfiWtWRnttPDtn wanaMC
Wo EREFORHEEKD OBGA^iN « g ^ * NEDERL BOND VAN OBOA^iN VAN DEN « ''^ST^ J0N3EUN6SVEREENiaNGeN OP GEREF OBONDSLaa.
0MdrlJJ«1rl!IJJfi.M y^TONOELINGSBLAD ' M f o m . l i a W VAM JOHCEUHCSVrnUNKINCfN W <EaEF.CRONDX«;
ffrj@f?^ciyiwciriiLAP
ISEREFORMEEREI lONfiEUNCSBtnD MUEIHAMOKHtK lOM»
schoolstrijd. Vervolgens bestreedt men door de 'deur van Kuyper', waaraan nog altijd een paneel ontbreekt, het tijdperk van de Doleantie. Behalve het ministeriële uniform van Kuyper (waarvan helaas de sabel mist die zoekraakte nadat daarmee de feesttaart was aangesneden bij gelegenheid van het 100-jarige bestaan van de VU), treft men onder meer ook het 'Standaardmonument' aan dat, na veel gezoek, in stukken en brokken werd teruggevonden in een hoek van het CDA-partijbureau. De partij, niet bereid tot restauratie ervan, schonk
het verwaarloosde monument aan het Catharijneconvent; geen voorbeeld, naar men hopen mag, van de wijze waarop het CDA met het anti-revolutionaire erfgoed omspringt. De typisch gereformeerde huislucht kan men opsnuiven in een compleet ingerichte huiskamer anno 1930 — inclusief harmonium (de zgn. 'psalmenpomp'), zendingskalender en een toespraak van Colijn uit de distributieradio—waarin alleen de pan metroodgestoofde zondagmiddagpeertjes ontbreekt. Ook de gereformeerde kerkbouw en het moderne, meer naar buiten gerichte gereformeerdendom ziet de bezoeker op de expositie terug. Men kan het zo gek niet verzinnen of men vindt het er verbeeld: van Hendrik de Cock tot Harry Kuitert, van gereformeerde jongelingsvereniging tot EOjongerendag, van de eerste Acte van Afscheiding tot Samen op Weg. Prof. dr. W. F. de Gaay Fortman, die op 13 oktober de opening verrichtte, refereerde tussen de regels door aan dat laatste, door in herinnering te brengen hoezeer Groen van Prinsterer nog op zijn sterfbed de zaak van de eenheid der protestanten was toegedaan. De spreker kreeg als dank het eerste exemplaar uitgereikt van de door Kok in Kampen uitgegeven herdenkingsbundel 'De Afscheiding van 1834 en haar geschiedenis'. En dat gebeurde dan uit handen van de hervormde kerkhistoricus O. J. de Jong, die benadrukte dat het hier om een 'multi-kerkelijk' boekwerk ging. De bij de opening aanwezige officiële vertegenwoordigers van alle gereformeerde denominaties in Nederland — alleen de gereformeerde gemeenten werkten niet mee vanwege de openstelling van de expositie op zondagen — verlieten na de plechtigheid de aartsbisschoppelijke kerk en gingen in ieder geval eensgezind samen op weg naar de alcoholhoudende verversingen die na afloop werden aangeboden; gereformeerden zijn, zoals bekend, nu eenmaal niet grootgebracht bij de chocoladeketel. Wellicht is uit het gezellig-samenzijn achteraf nog iets moois gegroeid... (G JP).
vu-Magazine 13 (1984) 10 november 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's