VU Magazine 1984 - pagina 63
zijn om de Afghanen zélf een actieve rol bij de vredespogingen te laten spelen. ,,Soms hoort men geruchten", verkaarde de ex-vorst,, volgens welke de USSR eventueel bereid zou zijn met vertegenwoordigers van het Afghaanse verzet te spreken. Als deze wens serieus is, zal er in elk geval een verenigde organisatie moeten bestaan die uit naam van het volk kan spreken. " Dat laatste lijkt wel het allermoeilijkste want het verzet is net zo heterogeen als het land zelf met zijn veertien talen. De Sowjets hebben zich in een lelijk wespennest gestoken en het is duidelijk dat de huidige leiders in de VS haar daar gaarne nog enige tijd laten zitten. De aanbevelingen van het overleg in juni 1983 in Geneve liggen bij de Veiligheidsraad, maar er gebeurt niets mee. Zolang de Amerikanen de Russen het lot gunnen, dat zij zélf in Vietnam ondergingen, zeg maar, zolang Reagan er zit, voor wie ,,Efghennistèn" een magisch woord is geworden om krijgsmachtbudgetten over de hobbel te heipen, zijn de pogingen om
In Geneve verklaarde de Pakistaanse minister van buitenlandse Zaken Yakub Khan (midden) dat hij goede redenen had om aan te nemen dat de Russen zich uit Afghanistan willen terugtrekken. Reagan dwarsboomde dit vredesplan, dat onder auspiciën van de VN werd uitgewerkt en werd gesteund door de Wereldraad Assemblee in Vancouver (ANP)
de Russen er weg te krijgen uitzichtloos. Voor vijftig miljoen dollar aan lichte wapens stroomt jaarlijks over de grens van Pakistan dat in ruil daarvoor massieve economische hulp ontvangt. Maar ondertussen gist het verzet tegen de regering van UI Haq in Balouchistan — de enige strook land die de Russische invloed nog scheidt
van deGolf van Oman. Als de Russen zich laten verleiden om daar te gaan helpen hebben we wereldcrisis. Voorzien door de niet gebonden landen en de UNO en toch ontstaan — als gevolg van verwaarlozing door een ongeïnteresseerd Westen.
Een uit de hand gelopen hervorming De reden waarom de Russen gewapenderhand ingrepen in de laatste decemberdagen van 1979 vertoont een merkwaardige overeenkomst met de reden waarom de Amerikanen in november 1963 in Vietnam de dictator Ngo Dinh Diem lieten opruimen. Diem was bezig met zijn aanvallen op de boeddhistische pagodes het hele volk tegen zich in het harnas te jagen. De dictator in Afghanistan, die eind 1979 bezig was bloedbaden aan te richten, was Hafizullah Amin. Hij moest weg en vervangen worden door gematigder lieden, die zich niet frontaal tegen de Islam keerden. Om een of andere reden konden de Russen dat karwei niet door Amins omgeving laten opknappen, zoals de Amerikanen dat met Ngo Dinh Diem hadden kunnen doen. Zij kwamen zélf. Amin kreeg het aanbod een ambassadeurspost te aanvaarden, maar prefereerde zich tegen de Russen dood te vechten, met vierduizend getrouwen uit verschillende pantser-eenheden. Het feit dat de Russen daarna Amins gevangenissen openden, waarin duizenden mannen en vrouwen en kinderen op hun dood zaten te wachten, kon het tij niet keren: overal laaide de opstand op, die Amins bloedbewind had ontketend. Ook al draait vandaag de staatsdrukkerij in Kaboel Korans bij het leven er uit, en zijn vele landbezitters in hun rechten hersteld en ook al moeten de vrouwen weer de toestemming van hun mannen hebben om aan alfabetiseringscursussen te mogen meedoen en gaan alle
vu-Magazine 13(1984) 2 februari 1984
oproepen en decreten van de nieuwe regering gepaard met het aanroepen van Allah, de opstand woedt voort. Daaraan is uiteraard het feit niet vreemd, dat het nieuwe bewind, hoe welwillend het zich ook voordoet, met de spreekwoordelijke beer aan een touwtje loopt en dat niet onmiddellijk in het oog springt, wie er nu voor wie danst. De nieuwe leider is Babrak Karmal, die al heel lang een opponent van Amin was en in augustus door deze naar een ambassadeurspost was afgeschoven. Ze zaten beide wel in dezelfde partij: de Democratische Volkspartij. Deze partij die in 1965 werd opgericht, nog onder het regime van koning Zaher Sjah, streefde naar een omwenteling die Afghanistan uit de Middeleeuwen naar de nieuwe tijd zou moeten halen. Maar in 1958 lag de partij al in twee delen uiteen over het ,,hoe" van die omwenteling. Karmal leidde de meer geleidelijke en coalitiegezinnen Pardjam-vleugel en Amin maakte deel uit van de streng leninistische Khalq-vleugel onder leiding van Nour Mohammed Taraki. Terwijl Khalq zich afzijdig hield, werkte de Pardjamvleugel met ontevreden legerofficieren samen om koning Zaher Sjah ten val te brengen en werkte zij ook mee in het bewind van de prinspresident Daoud, die hem opvolgde. Toen deze zich echter niet hield aan zijn zeer progressieve program van 1973 kwamen Pardjam-ministers in verzet en het front met de radicale Khalq-vleugel werd hersteld. Daarop
volgde de machtsovername van april 1978, waarna Nour Mohammed Taraki president werd. Onder hem begonnen de wilde hervormingen, waartegen Karmal al in augustus protest aantekende: deze wilde een iets rustiger en minder dwangmatige manier om een middeleeuws land, dat bovendien een mozaïek is van volken en culturen, de nieuwe tijd binnen te brengen. Maar hij werd met alle andere leden van de Pardjam-vleugel uit de regering verwijderd. Toen daarna het revolutionaire proces grote delen van het land in het harnas had gejaagd, probeerde president Taraki zich te ontdoen van de ministervan Defensie en partijsecretaris Hafizullah Amin. Het pakte echter precies andersom uit: Taraki werd gedood. Bij de daaropvolgende ,,zuiveringen" werden er 1.500 partijleden gedood en bij repressailles op het platteland verscheidene tienduizenden. Toen intervenieerden de Russen, die via een militaire missie van vierduizend man al grote invloed hadden in het land. Maar dit ingrijpen bewerkte zo ongeveer het tegengestelde van wat zij gehoopt hadden: van dat moment af was het helemaal oorlog. De generaal die de actie in Kaboel leidde, welke op het bloedbad in Kaboel was uitgelopen, generaal Papoutine, werd naar Moskou geroepen. Hij is er in een kist aangekomen want hij schoot zich eerst door het hoofd. (Bronnen: East Asian Economie Review, Le Monde Diplomatique en de Carnegy-stichting voor de Vrede). 45
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's