VU Magazine 1984 - pagina 140
lijk de asielverlening aan een dertigtal illegale Marokkanen in een Amsterdamse kerk, een emotionele gebeurtenis die in de gemeente stuitte op veel weerstanden. De vraag die Jos van der Sterre stelt is hoe deze weerstanden gezien en gewogen moeten worden en hoe deze zich verhouden tot „gemeente-opbouw" en de rol van de predikant daarbij. Vreemdelingschap De tweede bijdrage is van de hand van 7/760 van Adricliem, die na afronding van zijn studie aan de Katholieke Theologische Hogeschool een jaar lang stage liep o.a. in Oud West en dat vanuit de \/VL-parochie in de Kinl<erbuurt Jos, die nu werkzaam is in het pastorale werk vanwege een RK parochie in Rotterdam, beschrijft hoe hij kwam tot een project om de Surinamers meer dan tot dusverre te betrekken bij kerkopbouw. Hij beschrijft daarbij de methode van kerkopbouw en de manier waarop hij een aantal Surinaamse parochianen daarbij betrok. Het project sloeg toch niet zó aan als hij gehoopt had; in deze studie gaat hij na wat daarvan de oorzaken geweest kunnen zijn. De derde bijdrage is van Justine Aalders, die aan de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam bij prof. Deurloo haar doctoraal-scriptie schreef over ,,Vreemdelingen in liet land". Zij gaat daarin na hoe in de Schrift en dan vooral in de Torah over de vreemdeling geschreven wordt en komt daarbij tot de ontdekking dat ,,vreemdelingenschap" een uiterst belangrijke notie is ook voor het zelfverstaan van Israël. In de bewerking van haar scriptie gaat ze ook nog na hoe bij de profeten en in de geschriften, maar ook in het Nieuwe Testa-
ment, over vreemdelingschap gedacht wordt. Samen met de studiebegeleiders, respectievelijk dr. J. Hendriks, dr. P. C. van Hooijdonk, dr. K. A. Deurloo en de schrijver van dit artikel hebben zij het proces van het vertalen van deze twee scripties plus het stageverslag voor geïnteresseerde gemeenteleden en parochianen doorlopen, waarbij er nogal wat hobbels genomen moesten worden. Het thema dat de drie bijdragen verbindt is dat van de,,gastvrije kerk", dat wil zeggen een kerk die openstaat voor vreemdelingen ongeacht hun culturele of religieuze achtergrond. Een kerk ook die bereid is te luisteren naar de verwachtingen van deze vreemdelingen met betrekking tot de Nederlandse samenleving, maar ook naar de verwijten, daar waar zij het besef hebben van een onrechtvaardige bejegening, van discriminatie en ai of niet openlijk racisme. Een kerk ook die bereid is samen met de vreemdelingen te strijden voor een samenleving waarin er ook voor hen toekomst is en waarin hen recht wordt gedaan. Dat het met die gastvrijheid van de kerk nog wel eens kon tegenvallen wordt door de titelpagina gesuggereerd en door de inhoud van de bijdragen van Van der Sterre en Van Adrichem,,bewezen". Toch is het geen boekje geworden dat de zoveelste klaagzang over een falende kerk zingt. Met op zichzelf begrijpelijke weerstanden kan positief worden gewerkt; van een mislukt project kan veel worden geleerd en de wijze waarop in de Torah (het Onderricht!) over de vreemdeling en het vreemdelingschap gesproken wordt kan de gemeente en de parochie op weg helpen.
Om het cahier bespreekbaar te maken in gesprekskringen is aan elk van de drie hoofdstukken een aantal vragen toegevoegd. Armslag De uitgave van dit boekje betekent natuurlijk een forse aanslag op het ,,Van Hille-fonds", dat overigens hiervoor in het leven is geroepen. Er wordt wél gehoopt dat het een ,,levend fonds" zal blijken te zijn; dat via de verkoop van dit (eerste) cahier én via vrije giften aan het ,,Van Hille-fonds" volgende cahiers kunnen verschijnen. Het gaat er daarbij om, dat (en daar is de theologie toch ook voor bedoeld!) de theologische bezinning aan de drie Amsterdamse instituten, de kerkelijke gemeenten en de parochies ten goede komt. Die kerkelijke gemeente is een kleine en zwakke gemeente voor wat betreft financiële armslag en kader; tegelijk wordt die gemeente geconfronteerd met grote samenlevingsvragen waaraan zij niet voorbij kan en wil gaan. Het ,,Van Hille-fonds" kan meehelpen aan het bouwen van een brug tussen theologie en gemeenteleven in de Amsterdamse,,scene". Behalve bijdragen voor genoemd fonds (het bankrekeningnummer wordt achter in het cahier vermeld) zijn daarom ook suggesties voor volgende cahiers heel erg welkom. Het kontaktadres is; Operationeel Team van de Raad van Kerken, Woestduinstraat 22, 1058 TE Amsterdam, tel. 15 58 01. Op hetzelfde adres is nadere informatie over dit eerste cahier te verkrijgen. De prijs van ,,Een gastvrije kerk" bedraagt ƒ 7,50. Het is verkrijgbaar o.a. bij de VU-boekhandel en bij boekhandel Kirchner die ook vele boekentafels in de kerken verzorgt. D
Ingezonden
Belang en beginsel In zijn column van januari jl. blijkt Roeif Haan,,zeer geschrokken" van een van de doelstellingen van het Nederlands Christelijk Werkgeversverbond: het verdedigen van belangen van ondernemers. ,,ln de tijd van zijn ouders" heeft Haan geleerd, dat een christelijke organisatie typisch geen belangenorganisatie moet zijn, maar beginselorganisatie. Haan heeft wel meer lessen uit het verleden gerelativeerd. Ook die les komtdaarvoor in aanmerking. Het is een van de verworvenheden van onze democratie, dat groeperingen zich mogen verenigen op grond van
118
bepaalde belangen. Belangenbehartiging kan soms ontaarden in het blindelings najagen van het enge eigen belang en tot een maatschappij-verlammende polarisatie. Daarom is het goed, dat er belangenorganisaties bestaan die zich laten leiden door (christen-sociale) beginselen met oog voor belangen van anderen en hetgeheel. In de statuten van het NCW staat, dat het verbond tot taak heeft de belangen te behartigen van het bedrijfsleven en op te komen voor de particuliere ondernemingsgewijze produktie. In één adem is daaraan toegevoegd, dat het NCW dit moet doen vanuit een christe-
lijke visie op mens en maatschappij, bijdragend tot een rechtvaardige sociaal-economische ordening. Het NCW laat zich op deze twee-ledige taak aanspreken en geeft daarop herhaaldelijk een antwoord. Ondermeer door publicaties van beleidsnota's waarin hopelijk ook Roelf Haan de door hem bepleite inspiratie van een christelijk arbeidsethos kan herkennen. drs. H. J. A. van de Kamp, NCW-secretaris sociaal beleid in ondernemingen
VU-Magazine 13(19P4) 3 maart 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's