Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 293

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 293

5 minuten leestijd

Tweede Dom Helder Camara- lezing:

,Opclat mensen tot hun recht komen' VU-ere-doctorDom Helder Camaradrong in 1980 bij de VU aan op meer aandacht voor gerechtigiieid en bevrijding. Ingesteld werd het instituut van de Camara-lezingen. Dr. Beyers Naudé verzorgde vorig jaar de eerste lezing, maar omdat hij Zuid-Af rika niet uitmocht werd zijn toespraak in de VU-aula op een bandje gedraaid. De tweede Camaralezing Werd 30 mei verzorgd door prof. dr. Th. C. van Boven, die in 1982 bij het Directoraat Mensenrechten van de Verenigde Naties werd weggewerkt, omdat hij al te duidelijk man en paard noemde. Zijn lezing — althans het leeuwedeel ervan — vindt u hierbij afgedrukt. door prof. dr. Theo van Boven In zijn toespraak van 21 oktober 1980 wees Dom Helder Camara er op dat hetonmogelijkwaseen maatschappelijke orde te blijven ondersteunen, die geen maatschappelijke orde genoemd kan worden, maar een maatschappelijke wanorde. Toen ik deze woorden las kwamen bij mij allerlei pogingen van de laatste jaren in gedachte om nieuwe inhoud te geven aan maatschappelijke en rechtsorden. Na de Tweede Wereldoorlog werden met de oprichting van de Verenigde Naties de aanzet gegeven en de grondslagen gelegd voor een nieuwe wereldrechtsorde. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948 spreekt over het recht van een ieder op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden die in de Verklaring worden genoemd daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt (artikel 28). De landen van de Derde Wereld drongen tien jaar geleden aan op het scheppen van een nieuwe internationale economische orde doch, zoals een bevoegd waarnemer onlangs opmerkte, de nieuwe internationale ekonomische orde heeft weliswaar veel woorden, op schrift en in speeches, opgeleverd, maar een beperkt aantal daden. Het ontbreekt meestal niet aan plannen, aan blauwdrukken en aan hooggestemde internationale uitspraken en verklaringen, maar op zijn best zijn deze woorden goede voornemens en in vele gevallen zijn zij niet meer dan een fagade die de harde werkelijkheid verhult. Wat betekent een wereldrechtsorde indien het internationale recht niet serieus wordt genomen? Het Handvest van de Verenigde Naties verschafte aan de grote mogendhe-

VU-Magazine 13 (1984) 7 juli/augustus 1984

den een bijzondere verantwoordelijkheid voor de handhaving van internationale vrede en veiligheid. In werkelijkheid moeten wij konstateren dat de zogenoemde supermogendheden steeds openlijker de voorschriften van het internationale recht naast zich neerleggen. Zij trachten hun optreden te rechtvaardigen met argumenten die in feite meer te maken hebben met de wet van de jungle en met gedrag van gangsters, dan dat zij getuigen van eerbied voor het internationale recht. Het recht dat opgeld doet is het recht van de sterkste. De notie die prevaleert is ,,survival of the fittest". Dit optreden en dit gedrag gebaseerd op het recht van de sterkste en deze mentaliteit die gevoed wordt door de notie van ,,survival of the fittest" zijn in flagrante tegenspraak met het streven naar een wereldrechtsorde en staan haaks op de basisbeginselen die aan de rechten van de mens ten grondslag liggen. Het leven en werken van mensen als Dom Helder Camara en Beyers Naudé getuigen van een totaal andere visie, namelijk van een nationale en internationale maatschappelijke orde waarin speciale zorg bestaat voor de zwakken en de achtergestelden, opdat ook zij tot hun recht komen en zich volledig als mens kunnen ontplooien. De menselijke persoon De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en tal van andere documenten die stoelen op de Universele Verklaring gaan er van uit dat een ieder, wie hij of zij ook is en waar hij of zij zich ook bevindt, subject is van rechten en aanspraak kan maken op burgerrechten, politieke rechten alsmede economische, sociale en culturele rechten. Dit lijkt gemakkelijk gezegd, maar het is nog niet lang geleden — en ook nu komen deze prak-

tijken voor — dat mensen als koopwaarwerden beschouwden als slaven verhandeld. Dat de mensenrechten een ieder toekomen is plechtig in internationale teksten verankerd, maar het leven van velen telt nauwelijks en wordt opgeofferd aan ideologieën, totalitaire machtsaanspraken, economische expansie en strategische concepten. Ideologieën van de ,,Untermensch" en de ,,Uebermensch" en daarmee samenhangende racistische praktijken zijn niet met de Tweede Wereloorlog verdwenen maar leven voort in de geesten en in de daden van folteraars, die hun slachtoffers als inferieure wezens beschouwen, alsof deze niet of nauwelijks tot het menselijk ras behoren. Dezelfde mentaliteit leefde bij voorbeeld in de Argentijnse diplomaat die het bestond in de Commissie voor de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties te beweren dat de vermiste personen toch maar anti-socialen waren. En watte denken van de rechter in een Latijns-Amerikaans land die nog in de jaren zeventig een persoon die een aantal Indianen had gedood, ontsloeg van rechtsvervolging op grond van de bewering van de dader dat deze niet wist dat het doden van Indianen strafbaar was. Deze voorbeelden zijn niet zomaar incidentele krasse gevallen, maar zij zijn symptomatisch voor het bestaan van politieke en maatschappelijke stelsels en daarmee samenhangende denkwerelden, die blijk geven van minachting van de menselijke persoon en van ontmenselijking. Het gezag van de rechter Er zijn in de samenleving allerlei instellingen en instituten die verantwoordelijk zijn voor het garanderen van recht en gerechtigheid. Eén van de instellin-

243

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 293

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's