VU Magazine 1984 - pagina 273
spreiding van kernwapens: Rusland, de VS, Engeland, Frankrijk, de Bondsrepubliek Duitsland, Canada en Japan. Met name de Franse plannen om kerninstallaties te verkopen aan Pakistan en Zuid-Korea hebben verontrusting gewekt. Ook de Westduitse aan Brazilië baren grote zorgen, vooral in de VS. Er zijn senatoren, die de levering „een ernstig gevaar voor de VS" achten. Maar de Duitsers achten de bewering misleidend ,,dat wij met onze levering de Brazilianen in staat stellen een atoombonn te bouwen. Dat kan natuurlijk van eik land worden beweerd dat de beschikking heeft over kernreactoren, of dat nu de Bondsrepubliek is, Zwitserland of Nederland." Inderdaad kan dat. Helaas maakt dat het probleem niet kleiner. Driemaal (in mei, september en november) zijn er in 1975 bijeenkomsten van het ,,geheime Londense beraad". Nederland is er niet bij, maar wordt kennelijk wel op de hoogte gehouden. Zo laat-top-ambtenaar Molkenboer van Economische Zaken (bekend van de tv-serie De Ondergang van het RSV-concern) zomer '75 aan de RSV-leiding weten ,,geduld" te hebben wat betreft de Zuid-Afrika-aanvraag,,gezien het geheim overleg in Londen" (MRC, 19 juni '76). En tegen die achtergrond wordt ook de motie-Relus ter Beek (PvdA) interessant waarin als voorwaarde voor kernvatenlevering de eis wordt gesteld dat Zuid-Afrika het non-proliferatieverdrag ondertekent. Het land zal zich moeten verbinden geen kernwapens te vervaardigen. Ook de zgn.,,ommezwaai" van minister Van der Stoel komt in een wat ander licht te staan voor wie op de hoogte is van de in die tijd toenemende bezorgdheid van de VS over de commerciële verspreiding van nucleaire technologie. Maar wie weet dat? Over het Londense beraad is naar de zijde van het publiek niet veel bekend. Er wordt wel naar verwezen in de brief,
Art. 6 van het Non-Proliferatieverdrag ledere partij bij het verdrag verplicht zich te goeder trouw onderhandelingen te voeren over doeltreffende maatregelen betreffende de beëindiging van de kernwapenwedloop op een spoedig tijdstip en betreffende nucleaire ontwapening, zomede over een verdrag inzake aigemeneen volledige ontwapening onder streng en doeltreffend internationaal toezicht.
die de kamer op 25 mei 1976 ontvangt en waarin het kabinet duidelijk maakt nog niet te willen beslissen. Eerst zal staatssecretaris Kooymans nog even aftasten hoe de zaak in de VS ligt. Aannemelijk is dat het kabinet dan al lang weet dat Washington niet geestdriftig is over een transactie die bevorderen gaat dat Zuid-Afrika kernwapens kan ontwikkelen. En deZuidafrikaanse regering heeft dat ook al lang in de gaten. Onverhoeds gunt Pretoria de order halsoverkop aan een Franse onderneming. Opvallend is dat naar het publiek toe vooral als argument voor de Amerikaanse reserve wordt opgevoerd een rede van Kissinger, die een verscherpte afwijzing van de apartheidspolitiek lijkt in te houden. Naar buiten toe kan men beter uit de voeten met een anti-apartheidsverhaal, zeker bij de niet-gebonden VU-Magazine13(1984)6iuni1984
landen, die in toenemende mate wantrouwig worden over het ,,geheim beraad" van de nucleaire exportlanden. En het wekt ook minder schrik bij de bevolking, die toch al steeds huiveriger wordt voor kernenergie. Slechts vagelijk wordt soms gezinspeeld over de samenhang tussen het proliferatiegevaar en het toenemend aantal kernreactoren in de wereld. In VU-Magazine van november 1975 gebeurt dat scherp door prof. dr. Johan Blok. Het non-proliferatieverdrag dreigt zijns inziens te worden bijgezet bij de niet-gerealiseerde goede bedoelingen, doordat de nucleaire technologie wereldwijd wordt verbreid. Hij waarschuwde korte tijd later dan ook ernstig tegen leverantie van reactorvaten aan Zuid-Afrika, Als Frankrijk opeens met de order uit Zuid-Afrika is gaan strijken, krijgt het vanuit de Afrikaanse landen vooral kritiek te verduren om het ,,opdoemende spookbeeld van Zuid-Afrika als kernmogendheid" (President Mobutu van Zaïre). Het Russische persbureau TASS verwijt Frankrijk dat het Zuid-Afrika gelegenheid geeft zich kernwapens te verschaffen. Nederland (het RSV-concern) is maar net aan deze verantwoordelijkheid ontsnapt. Menigeen leest thans — 8 jaar later — met gemengde gevoelens het NRCbericht van 28 mei 1976 dat het RSV-concern (via de Duitse Kraftwerke Union) gegadigde is voor levering van reactorvaten aan Iran. Duitse en Franse firma's bouwen in dat land reeds vier kerncentrales. Het NRC-bericht van 28 mei '76 gewaagt verder van een contract tussen Zuid-Afrika en Iran voor de levering van uranium ter waarde van 700 miljoen dollar, dat op het punt staat te worden afgesloten, Iran heeft het non-proliferatieverdrag nog niet getekend. The Times van 7 juni '76 bevat over het,,Londense beraad" een artikel, waarin geconstateerd wordt dat het non-proliferatieverdrag van 1968 was gebaseerd op de onjuiste veronderstelling dat althans enige scheiding mogelijk was tussen vreedzame en andere nucleaire technologie. Deze scheiding, aldus de Times, ,,bleek iilusior" te zijn. India bewees dat in 1974. ,,De regeringen moeten de commerciële rivaliteit bij de verkoop van nucleaire technologie krachtig aan banden leggen. Het is absurd dat er bijna geen publieke controle bestaat op de handel in de meest gevaarlijke van alle goederen."
Zuid-Afrika September'79 wordt de wereld opnieuw opgeschrikt. In het Zuidpool-gebied wordt een waarneming gedaan, die volgens vele deskundigen duidt op een kernexplosie. Vrijwel algemeen wordt aangenomen dat het hier gaat om een Zuidafrikaanse kernproef, maar ook Israël wordt wel genoemd als dader. In ieder geval wordt thans van het laatste land aangenomen dat het inmiddels over kernwapens beschikt. Israël op zijn beurt is ervan overtuigd dat Irak bezig is een kernbom te vervaardigen. Het werd als rechtvaardiging aangevoerd voor een Israëlisch bombardement in 1981 op een Iraakse kerncentrale die daar metFransehulpwerd gebouwd. Nederland schrikt op wanneer blijkt dat hier te lande atoom-spionage wordt gepleegd doorPakistan.
Barnaby Met de directeur van het SiPRI in Stockholm, Frank Barnaby (sinds enkele jaren verbonden aan de Vrije Universiteit) heeft De Groene een 26 maart 1980 227
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's