Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 362

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 362

4 minuten leestijd

oorlog, toch een maatschappelijke crisissituatie in optima forma, het ,.zelfmoordpercentage" sterk daalt. De enige verklaring voor dit op 't oog paradoxale gegeven past overigens weer wel in Emile Durkheims straatje: tijdens oorlogen neemt de gemeenschapszin onder de bevolking immers weer toe, niet in de laatste plaats door de manifestatie van een ,,gemeenschappelijke vijand". ,,lk werkte op kantoor, daar ging alles verkeerd, alleen omdat je veel te gespannen bent, je bent gew/oon jezelf niet. Nou en dan begin je dus werkelijk te denken, wat ben je nou eigenlijk aan het doen, waarom doe je het nou en is dat nou wel goed te leven, wat heb je eigenlijk tot nog toe van je leven gemaakt? Nou en dan, ja alles ging verkeerd op de zaak, toen ben ik op een morgen niet naar de zaak gegaan, heb ik in de stad lopen dwalen, over het Waterlooplein en zo, nou en de hele boel en toen plotseling ben ik een apothekerszaak in gelopen, ik heb die tabletten gekocht, bij één apotheek een doosje, bij de volgende nog een doosje en zo de hele stad door. En die heb ik één voor één op lopen eten in het Vondelpark en daar staan ook van die mooie dingetjes daar kan je water aan drinken en zo heb ik ze weggeslikt en toen ben ik naar huis gewaggeld en toen was het net twaalf uur, ik had de hoop dus dat niemand me zou ontdekken en wat nooit gebeurt, dat gebeurde nu en ze ontdekten medusopbed, ik lag voor Pampus kan je welzeggen. Ik had gehoopt dat het echt werkelijk afgelopen zou zijn, dat ik nou eindelijk eens rust zou krijgen, hè dat je nou eens eindelijk... weg moest je, hè, helemaal weg..." (Citaat uit VU-magazine, oktober 1973)

Pubertijd Al met al vertonen deze en soortgelijke maatschappelijk georiënteerde theorieën inzake suïcidaal gedrag één niet onaanzienlijk gebrek: ze verklaren nietwaarom, onder dezelfde maatschappelijke omstandigheden, sommige mensen wel, maar veruit de meesten niet via het zelf gekozen einde aan de uitzichtloosheid pogen te ontsnappen. Anders gesteld: waarom neigt de ene mens eerder dan de andere tot deze laatste daad? We komen met die vraag terecht in het gebied van persoonlijke achtergronden en oorzaken. Diekstra wijst in dit verband op lichamelijke en psychische factoren die het ,,suïcide-risico" verhogen. Tot de fysieke factoren rekent hij ernstige ziekten en stoornissen en dan met name afwijkingen die de biochemische huishouding van het lichaam verstoren en daarmee tot depressies aanleiding kunnen geven. En juist depressies blijken één van de belangrijkste voorwaarden te vormen voor suïcidaal gedrag.

Prof. René F. W. Diekstra: 'jeugdepidemie'?

optreden", aldus Diekstra, ,,zijn aantoonbaar gerelateerd aan de waarschijnlijkheid van suïcidaal gedrag."

Slop Kuitert, die in zijn recent verschenen ,,Suïcide: wat is er tegen?" eveneens de gangbare sociologische en psychologische pogingen tot verklaring van suïcidaal gedrag de revue laat passeren, acht deze niet alleen ontoereikend maar ook onjuist. Ook hij heeft op de sociologisch getinte theorie tegen dat ze in het verklaren van individuele verschillen — waarom de één wei, de ander niet? — te kort schieten. Bovendien zijn deze theorieën, wanneer het op 't voorkómen van suïcide aankomt, vrij nutteloos. Vanuit dergelijke opvattingen zou namelijk de hulpverlening aan de enkeling gezien moeten worden als het bestrijden van symptomen in plaats van als het wegnemen van de oorzaken, in casu de maatschappelijke onvolmaaktheden. Een redenering die, aldus Kuitert, in het slop voert:,,hulpverlening wordt maatschappijkritiek en de enkeling verdwijnt uit het gezicht".

De betekenis van psychische factoren schat Diekstra hoger in dan de fysieke. Hij wijst erop dat in de vroege pubertijd, tussen het elfde en vijftiende levensjaar, de Bovendien benadrukt Kuitert herhaaldelijk dat de adolescent strategieën ontwikkelt om problemen op •maatschappelijk georiënteerde theorieën niet in terte lossen. Niet zelden zijn dat gevaarlijke strategieën: men van oorzaak en gevolg kunnen spreken maar slechts ,,samenhangen" kunnen ontdekken. Hij trekt misbruik van alcohol en drugs, crimineel en ook daaruit zelfs de vergaande, en op z'n beurt óók weer suïcidaal gedrag, die na de pubertijd vaak niet onmidonbewijsbare conclusie dat de samenlevingsstrucdellijk (kunnen) worden afgezworen. Eveneens tijtuur geen oorzaak kan zijn van suïcidaal gedrag. dens de pubertijd worden zelfbeeld en identiteit gePsychologisch georiënteerde verklaringen voldoen vormd en ontwikkelen zich de houdingen tegenover in Kuiterts ogen niet omdat ze uitgaan van de onvrijde seksualiteit en de dood. ,,Stoornissen die daarin

296

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 362

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's