Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 329

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 329

4 minuten leestijd

Aantal kortgedingen in zeven jaar verdubbeld

Noodventiel of proces van de toekomst? Wanneer in kranten of andere media over rechtspraak wordt bericht gaat het meestal over de berechting van spectaculaire misdrijven. Maar naast de plaats die de pers van oudsher voor de strafrechtspraak inruimt worden de laatste jaren de kolommen steeds meer geopend voor de activiteiten van de rechter in kort geding. In tien jaar steeg het aantal kort gedingen sterk en de publiciteit haakte daarop in. Drs. Pieter Ippel, medewerker aan de Juridische Faculteit van de VU, plaatst kritische kanttekeningen bij deze ontwikkeling. door drs. Pieter Ippel Voorbeelden zijn er te over: stakingsgeschiilen worden aan de rechter voorgelegd, vreemdelingen verzetten zich via een kort geding tegen uitzetting uit Nederland, er wordt een uitspraak gevraagd over de geldigheid van een sponsorcontract (Philips tegen de KNVB), de Anne Frank-Stichting wil een rechterlijk verbod op publicatie van een gevaarlijk geacht geschrift van de Centrum Partij en de Delftse Hogeschool-raad treedt met de Staat in het strijdperk over de reikwijdte van haar bevoegdheden. Uit de korte opsomming blijkt al hoe uiteenlopend de aan de rechter voorgelegde kwesties zijn. In dit artikel zal blijken dat de kortgeding-procedure, die aanvankelijk gedacht was als een bescheiden noodvoorziening in de praktijk, uitgroeide tot een veel gebruikte rechtsgang. Enthousiaste juristen hebben zelfs gesproken over ,het proces van de toekomst'. Het is echter nog maar de vraag, of die hooggespannen verwachtingen gerechtvaardigd zijn. Noodverband De wettelijke bepalingen over het kort geding zijn te vinden in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (artikel 287-289). De door de wetgever gekozen bewoordingen zijn summier; ,,ln alle zaken waarin uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke (voorlopige) voorziening wordt vereist (..) kan de verordening worden ingebracht op een terechtzitting te dien einde door de president te houden op een daartoe door hem bepaalde vaste datum". Twee zinsneden uit de wetstekst zijn vooral van belang, namelijk ,,onverwijlde spoed" en,, voorlopige voorziening". De wetgever ging ervan uit, dat

VU-Magazine13(1984)7juli/augustus1984

geding bleef een bescheiden positie in ons rechtsleven innemen.

een kort geding alleen op zijn plaats is als de zaak een urgent en spoedeisend karakter heeft. Degene die de eis instelt moet aantonen dat behandeling daarvan geen uitstel kan dulden. De uitspraak die de president van de rechtbank in het kort geding doet is officieel van voorlopige aard. Het motief achter de spoedprocedure was, dat in zeer dringende zaken de onafhankelijke, alleensprekende rechter een oordeel gevraagd moest kunnen worden. De uitspraak was vooral bedoeld als noodverband in uitzonderlijke gevallen, waarin uitstel van een rechterlijke beslissing niet kon worden afgewacht. In tweede instantie — in hoger beroep — zou de zaak eventueel kunnen worden heroverwogen. Aanvankelijk kwam het kort geding sporadisch voor. In het begin van deze eeuw ging het om enkele tientallen zaken per jaar. Na de oorlog was er wel een geleidelijke stijging, maar het kort

Juridische consumptie Het aantal kort gedingen nam na de oorlog gestaag toe tot in het begin van de jaren zeventig een aantal van rond 3.000 zaken bereikt was. Vanaf 1975 valt echter een snelle stijging te constateren. Werden er in 1975 rond 3.400 zaken aangebracht, in 1982 was dat aantal al opgelopen tot bijna 7.500 procedures per jaar. In zeven jaar tijd was er dus sprake van een verdubbeling. Deze opmerkelijke groei staat niet op zichzelf. In de jaren zeventig is het beroep op de rechter in het algemeen toegenomen. Het totaal aantal bij de arrondissementsrechtbanken behandelde zaken steeg tussen 1975 en 1982 met ruim vijftig procent. Op andere rechtsgebieden ziet men soortgelijke tendenzen: in de verhouding tussen burger en overheid nam de zogenaamde AROB-rechtspraak bij de Raad van State een grote vlucht en ook de rechterlijke instanties op het terrein van sociale verzekeringen en belastingen worden steeds vaker ingeschakeld. Deze over de hele breedte toegenomen ,juridische consumptie' is niet zo gemakkelijk te verklaren. Verschillende commentatoren hebben er op gewezen, dat mensen (veel) mondigeren zelfbewuster zijn geworden en zich niet meer de kaas van het brood laten eten. Het opkomen voor eigen rechten past binnen die ontwikkeling. Een belangrijke factor is, dat rechtshulp en juridische advisering gemakkelijker te bereiken zijn dan vroeger. De stoep van een advocaat was traditioneel voor velen te hoog. Veel drempels zijn echter weggenomen door de over-

267

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 329

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's