VU Magazine 1984 - pagina 352
Informatievrijheid als heet hangijzer
Stappen de Verenigde Staten uit de Unesco? Eind1983 gaven de Verenigde staten te kennen dat zij overwogen hun lidmaatschap van Unesco (United Nations Educational Scientific and Cultural Organization) met ingang van 1 januari 1985 te beëindigen. Onvrede met het, naar hun mening, anti-westerse beleid van dezeorganisatie, hetfinanciële beheer en detoenemende politisering binnen de organisatie vormen de voornaamste overwegingen. Unesco — én haar directeur-generaal M'Bow — zitten de Verenigde Staten blijkbaar zo hoog, dat eerder gebruikte pressiemiddelen als boycot en het inhouden van de contributie niet meer toereikend worden gevonden. Dit voornemen wordtdoor een aantal, overwegend westerse landen begrijpelijk geacht maar niet toegejuicht. Het is immers geen sinecure wanneer een democratisch en rijk land als de Verenigde Staten het,,geweten van de wereld" aan zijn lot wil overlaten. Zo immers betitelden de grondleggers van deze organisatie haar bij voorkeur: als het geweten van de wereld(bevolking). door dr. G. W. Noomen Ook Nederland heeft de Unesco laten v\/eten dat een aantal hervormingen noodzakelijk is en dat, mochten deze uitblijven, het zijn positie ten opzichte van de organisatie opnieuw zal bezien. Ferme taal, die de indruk kan wekken dat Nederland het Amerikaanse en wellicht ook Britse voorbeeld zal volgen. Dat blijkt niet de bedoeling te zijn. Onlangs verklaarde minister Deetman dat de Nederlandse boodschap slechts een ,,waarschuwlngsslgnaal" en niet een ,,dreigement" is. Het niet verlaten van de Unesco komt overeen meteen advies van de Nationale Unesco Commissie van mei jl. om een positief en actief beleid te voeren. Daarbij zou overigens de deelname van Nederland in het bijzonder eens moeten worden bekeken op het punt van het effectief tot uitdrukking brengen van de fundamentele waarden die ook in onze Grondwet liggen verankerd, in dit artikel besteed ik enige aandacht aan de relatie Unesco-VS, voorzover het de discussie over informatie en communicatie in onze wereldsamenleving betreft. De activiteiten van Unesco op het gebied van educatie, de toepassing van natuurwetenschappen, het belang van sociale wetenschappen en van uitwisselingen tussen verschillende culturen blijven hier buiten beschouwing. Het hete hangijzer voor de VS is de communicatieproblematiek.
286
Dr.G. W. Noomen
Constitutie Naar de opvatting van de 20 overwegend westerse staten die in 1946 bij de formulering van de constitutie van Unesco waren betrokken, diende vrede gebaseerd te worden op de intellectuele en moreie solidariteit van de mensheid. Tegen die achtergrond werd het doel van de organisatie omschreven a\s,,Hetbijdragen aan vrede en veiligheid door het bevorderen van samenwerking tussen de naties door middel van onderwijs, wetenschap en cultuur, ten einde universele eerbied
voor gerechtigheid, de regels van de wet en voor de mensenrechten en fundamentele vrijheid te bevorderen." Voor de uitvoering van het beleid werd aan de directeur-generaal van de organisatie een belangrijke rol toegekend. Met die positie had het westen geen moeite zolang de directeur-generaal uit het eigen kamp afkomstig was (Huxley, Maheu); mindergelukkig bleek men met deze positie, althans met de invulling die de Senegalees M'Bow er aan ging geven. De directeur-generaal wordt in zijn arbeid bijgestaan door het Secretariaat dat in Parijs gevestigd is, thans 2.550 medewerkers telt en ruim de helft van de begroting (375 miljoen dollar voor 1984-1985) in beslag neemt. Voorts kent deze organisatie een Algemene Conferentie en een Uitvoerende Raad. De Algemene Conferentie bestaat uit delegaties van de deelnemende lidstaten, komt éénmaal in de twee jaar bijeen om over programma en budget te beslissen volgens het beginsel van ,,één lidstaat één stem". De Uitvoerende Raad telt 45 leden en heeft de supervisie over (de uitvoering van) het programma van Unesco. In westerse ogen is Unesco ziek, de organisatie te log — en dus te duur — en de macht van de Directeur-Generaal te groot. Is Unesco echt ziek of moet het westen nog steeds wennen aan de andere
vu-Magazine 13 (1984) 8 september 1984
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's