Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 286

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 286

4 minuten leestijd

Uit de Hortus

Bittere kmiden 3 Daan Smit ,,Het vlees zullen zij denzelfden nacht eten: zij zullen het eten op het vuur gebraden, met ongezuurde broden, benevens bittere kruiden." Het Brussels \of(Cichoriuni intybus) neemt onder de bittere kruiden één van de meestbekende plaatsen in. In het Middellandse Zeegebied, zo ook in ons land, met namelangsdijklichamenin riviergebieden, waarCichorium intybus inheems is, vormt dit gewas in het tweede levensjaar opvallende rijkbloeiende planten. Gedurende het eerste jaar nate zijn uitgezaaid vormt deze tweejarige plant een fikse penwortel en een compact bladrozet. De moderne cultuurvariëteiten, waarvan dewortelsdienenomerde witgebleekte Brussels-lofstruikjes van te kweken, worden aan het eind van het eerste seizoen, in het najaar dus, geoogst. Alhoewel het groene blad geschikt is voor consumptie, wordt het vrijwel niet genuttigd, om reden dat het erg bitter en stug is. Gebleekt daarentegen verdwijnt het bittere voor het grootste gedeelte en maakt plaats voor een aangename, door velen zo gewaardeerde smaak. Brussels lof behoort — in de vorm die wij nu kennen — tot de nog betrekkelijk jonge groentesoorten. Het was bij toeval dat de tuinman Brézier, van de botanische tuin te Brussel, die de wortels op een donkere plaats had opgeslagen, ontdekte dat ze na enige tijd krachtige witte bladeren ontwikkelden, die goed te eten waren. Naveelkruisings- en selectiewerk, zijn

240

er uiteindelijk die rassen ontstaan zoals we ze nu nuttigen. Nog afgezien van de fijne smaakdatdit van origine bittere kruid had, bevat het zeer weinig calorieën (17 perlOOgt.o.v. ± 27 voor andere groente), zodat het uitstekend geschikt is voor diëten. Daarnaast is het rijk aan insulineen mineralen, zoals o.m. kalk en fosfor en heeft hetde eigenschap zuurbindendtezijn. Ook wekken de bittere stoffen de eetlust op en bevat het een hoog gehalte aan vitamine O (10 mg p e r l 00 g). Cichorium is een Latijnse schrijfwijze van het Griekse kichórion, cicherei, suikerij, terwijl de soortsaanduiding van het Latijnse intybum of intybus komt, eveneens chichorei of andijvie (chichorei- of andijvie-achtig) betekent in dit geval dus dubbelop. Van origine werd hetblad van verschillende Cichorium-soorten, waarvan er

een 9-tal verschillende bekend zijn en die in het Heilige Land voorkomen, met name die van Cichorium pumilum, verzameld om te worden gegeten als salade met andere bladeren van bitter smakende kruidachtige planten. Net als in de tijd van de Bijbel wordt dat vandaag de dag nog steeds op dezelfde manier gedaan door de Arabieren, die heteten samen metb.v. lamsvlees en ongezuurde broden. Aan het bittere melksap, dat overvloedig vrijkomt na beschadiging, werd in vroeger tijden geneeskrachtigewerkingen toegeschreven en hetzou o.m. helpen tegen maag-, gal-, lever- en miltaandoeningen. De wortels werden als gebrand geprodukt verwerkt tot koffiesurrogaat, hetzgn.,,suikerij". Een zelfde bittere smaak treffen we eveneens aan bij de andijvie (Cichorium endivia), de overbekende bladgroente, die zich als bloeiende plant in vrijwel niets van Cichorium intybus onderscheidt.

Cultuur Om in hetnajaaroverdikke wortels te kunnen beschikken, wordtin mei-juniter plaatse gezaaid, op regels meteen onderlinge afstand van ± 30 cm. Staan de

Cichorium intybus

planten na opkomst van het zaaisel te dicht opeen, dan moet er gedund worden tot op ± 12a14cmonderlinge afstand. De dikte van de in oktobernovemberte oogsten wortels is afhankelijk van de grondsoort. Deze moet bij voorkeur aan de schrale kant zijn; op vruchtbare grond vindt er een te sterke bladontwikkeling plaats, die ten koste gaat van de worteldikte. Het mesten van de grond of het toedienen van extra voeddingsstoffen in de vorm van kunstmest kan dus gevoeglijk achterwege gelaten worden. In oktober-november worden de planten met behulp van een vork opgelicht en met de hand gerooid. Het blad wordt daarna op zo'n manier van de wortels afgesneden, datdegroeipunt niet wordt beschadigd. Op de wortel blijft dus een kraag van enkele centimeters blad achter. Zolang de wortels in de grond staan zijn ze volkomen winterhard; gerooid daarentegen niet. Na het rooien kan met het trekken of forceren worden begonnen. Tegenwoordig zijn er rassen die zonder dekgrond getrokken kunnen worden, hetgeen voor de amateur extra mogelijkheid biedt. Het voert hier echter te ver er uitvoeriger op in te gaan. Zij die daarover meer willen ervaren, raadplegen gespecialiseerde literatuur. Watweinigen echterweten is, dat Brussels lof, evenals andijvieplanten in het tweede jaar heel fraai kunnen bloeien. Uit de penwortels schieten in hetvoorjaarde tot 120 cm lange, vrijwel bladloze bloemstengels omhoog, waaruit zich de fraai in trossen zittende blauwe bloemhoofdjes van 3-5 cm ontwikkelen, die opvallen vanwege de vele grote lintbloemetjes. Opvallend is dat de bloemen zich pas in de avond openen en 's morgens vroeg opzijn mooist zijn. Tegen de middag, bij zonneschijn, sluiten zij zich weer.

VU-Magazine13(1984)6juni1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's