VU Magazine 1984 - pagina 133
Beel in Jakarta, die het kabinet-Drees tot de militaire actie had bewogen (zo al niet gemanipuleerd) had de Sultan een rol toegedacht in zijn verdere plannen. Het idee was (althans van het KVP-trio Beel-Sassen-Romme) om te doen alsof de lastige Republiek verder niet bestond. Uit de door Nederland opgerichte deelstaten (in meerdere of mindere mate marionettenstaatjes) zou dan een Voorlopige Federale Regering worden gevormd voor een te vormen onafhankelijke Verenigde Staten van Indonesië. Met dit denkbeeld hoopte men zich de kritiek van het lijf te houden van de wereld, die argwanend — en terecht — vermoedde dat Nederland eigenlijk gewoon de baas wilde blijven in Indonesië. En wie zou dan Java moeten vertegenwoordigen als de Republiek-Yogja was opgeruimd? Juist: dit vazallenklusje was toegedacht aan de Sultan van Yogja. Een paar uur nadat de parachutisten boven het vliegveld Maguwo waren afgeworpen, was echter al duidelijk dat deze vlieger niet opging. Uit protest tegen de militaire operatie trad in Makassar prompt het kabinetAnak Agung af en in Yogja hield de Sultan zich ,,niet te spreken". Voor de Veiligheidsraad gedaagd had Nederland geen been om op te staan. De geplande schijnvertoning ging niet door. Hopeloos hadden de haviken (de KVP-leiders en de Nederlandse militaire top) Nederland in de nesten gewurmd.
Afpoeieren Wanhopig doet Hoge Commissaris Beel vanuit Jakarta pogingen om contact te krijgen met de Sultan in de kraton van Yogja. Prins Prabuningrat krijgt tot taak om alle boodschappenjongens van Beel, die zich aan de poort melden, af te poeieren. ,,lk kreeg opdracht van de Sultan om alle mensen terug te sturen, die hem zouden willen spreken. De manier waarop je dat doet, nou ja, dat is aan jou overgelaten. Nu was er een kleine... ja, hoe zal ik dat zeggen... de Sultan was eigenlijk ziek. Niet ernstig. Hij had namelijk last van zijn aambeien. Dus dat is niet ernstig. Maar daar heb ik gebruik van gemaakt. Dus telkens als er mensen kwamen om hem te spreken zei ik: 't spijt me, de Sultan is ziek en hij is niet bereid om mensen te ontvangen. Ik ving de mensen op in het huis van mijn broer, net buiten de kraton. Daar ontving ik de gasten die erg verlangend waren om de Sultan te spreken." — Wie waren dat?
vu-Magazine 13(1984) 3 maart 1984
Op de troon in Yogja
,,Nederlandse autoriteiten. Kolonel Van Langen, resident Stok, dr. Berkhuis, Sultan Hamid II o.a. en ook nog een bankier met een Italiaanse naam (ik ben zijn naam vergeten). Al deze mensen probeerden om de Sultan te spreken, maar ik zei: 't spijt me wel maar dat gaat niet. Op een gegeven keer kwam resident Stok voor de zoveelste keer bij me en toen zei hij: nou kijk 'es, laten we eerlijk zijn. is de Sultan nou werkelijk ziek? Ja, zei ik hij is ziek, écht ziek. Want aambeien is toch een ziekte nietwaar? Haha. Maar dat heb ik natuurlijk niet gezegd. Ik heb alleen gezegd: ziek. Ja maar, hij is nu al zolang ziek wordt de Sultan al niet wat beter? — Nou iedere dag wordt hij iets beter, maar hij is in ieder geval nog steeds ziek. Toen zei Stok dit: kijk, wij weten aan Nederlandse kant dat de Sultan alleen maar aan de handle hoeft te trekken en de hele machinerie loopt vanzelf. Toen zei ik: ach meneer Stok, laten we eerlijk zijn: toen de parachutisten er nog niet waren was alles rustig. Vredig. En alles liep gesmeerd. Toen kwamen de parachutisten en toen raakte alles hopeloos in de war. En nu eist u van de Sultan dat hij al deze dingen weer in orde brengt. Dat is toch niet sportief? Jullie hebben ons al zoveel last bezorgd en nu moeten wij aan de handle trekken..." — Was de Sultan zich bewust van de rol die men hem aan Nederlandse kant had toegedacht? ,,0 ja, zeker. Wij wisten wel dat de Hollandse regering de Sultan nodig had. De Hollanders hebben natuurlijk gedacht, o de Sultan heeft van z'n vijfde jaar af een Hollandse opvoeding gehad... Ze hebben natuurlijk gedacht dat hij een welwillende houding tegen-
over de Nederlandse regering zou hebben en dat is ook een logische gedachtengang, nietwaar?, maar eeeh... Ook de nationalisten waren toen hij uit Holland kwam eerst bang dat de a.s. Sultan zou samenwerken met de Hollanders. Ze hadden niet zoveel illusies eigenlijk, maar dat viel mee." En hoe! Terwijl op het niveau van de Veiligheidsraad in New York vooral de Amerikanen zich buigen over de vraag hoe Nederland te dwingen de op het eiland Banka gevangen gezette Republikeinse regering weer naar Yogja terug te brengen, broedt achter de kratonmuren de Sultan een plan uit om het vertrek van Nederlandse militaire macht in Indonesië te bespoedigen en het moreel op te vijzelen van de moedeloos rakende Indonesiërs. Het.verhaal wordt me verteld door prins Prabuningrat. Vorig jaar bevestigde de Sultan me dé juistheid ervan en in een tweetal ontmoetingen verstrekte hij nadere bijzonderheden. Dat Beel en andere Nederlandse autoriteiten weigerden te geloven dat de Sultan republikeinsgezind was, was nog een vergissing. Een kapitale blunder evenwel was dat men niet in de gaten had in de Sultan te maken te hebben met een revolutionair leider. De verlegenheid in Nederlandse regeringskringen moet groot geweest zijn, toen stukje bij beetje deze waarheid doordrong. De kraton van Yogja werd na de 19e december 1948 een broeinest van verzetsactiviteiten tegen de Nederlanders. Het meest onschuldige was nog dat de Sultan na het wegvoeren van Sukarno en andere republikeinse regeringsleiders de ambtelijke top van de Republiek financierde. Elke week werden de uitkeringen in Yogja rondgebracht. Alle ambtenaren kregen ƒ 7,50 (,,oude guldens") zegt de Sultan en gehuwden ontvingen ƒ 15,-. Ook mevrouw Hatta ontving ƒ 15,- per week. Het geld werd elke maandag rondgebracht in een andung, zoals de schilderachtige rijtuigjes heten, die ook thans nog het straatbeeld van Yogja verlevendigen. De zitbank van de andung werd opgeklapt en in de kist daaronder werd het geld verborgen. Op de kussens namen twee kratonbedienden in uniform plaats. En zo klepperde elke week de gelddienst van de volgens Beel niet meer bestaande Republiek door de straten van Yogja, op de fiets gevolgd door de niet opgepakte minister van Sociale Zaken. Onuitputtelijk waren de geldbronnen van de Sultan niet. ,,lk zat 'em al te
111
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984
VU-Magazine | 536 Pagina's