Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 182

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 182

5 minuten leestijd

ADI's, maar vooral ook bij het tegengaan van een verdere verontreiniging van ons voedsel via het milieu? Jan Feenstra: ,,Erg veel hangt alleen al af van de controle op de naleving van de normen. Ze hebben hier, in het instituut, eens uitgezocht hoe dat met PCB's zit. Voor PCB's in paling bij voorbeeld, geldt een norm. Interessant is dan om na te gaan hoeveel paling boven de norm zit en wordt weggegooid. Ze hebben hier toen alle keuringsdiensten van waren afgebeld, maar er bleek niemand te zijn die dat controleert, 't Effect van zo'n norm is dan natuurlijk volstrekt zoek. Een ander punt is, dat landbouwchemicaliën, zoals aldrin, eldrin en dieldrin, hier verboden zijn, maar door Shell wél naar Derde-Wereldlanden worden geëxporteerd. Die stoffen krijgen we dus weer terug in het geïmporteerde voedsel dat daar verbouwd is." Harrie Govers: „Toch is die controle maar één kant van de zaak. Aan de andere kant is 't zo, dat er honderdduizenden stoffen door toedoen van de mens in het milieu worden gebracht en uiteindelijk in ons voedsel terecht komen. Dan ben je er niet met stelselmatige controle, die overigens steeds moeilijker uitvoerbaar wordt. Maar dan zal het beleid gericht moeten zijn op terudringing van het gebruik van dergelijke stoffen." Jan Feenstra: ,,Je moet daarbij wei onderscheid maken tussen de verschillende stoffen. Cadmium bij voorbeeld, is een element en bestaat dus van nature. En je kunt alleen proberen het gebruik en de verspreiding ervan onder controle te houden. PCB's zijn echter „man-made", komen niet in de natuur voor en daarvan zou je dus in principe kunnen zeggen: die maken we niet meer."

clusie in verband met de onbekendheid met effecten op lange termijn en van het mogelijk op elkaar inwerken en elkaar versterken van chemische stoffen. Die onzekerheid is in de brief van de staatssecretaris alleen maar terug te vinden waar hij stelt, dat absolute veiligheid, ook na het voorgeschreven dierexperimenteel onderzoek, niet valt te garanderen. Ten slotte wordt die indruk gewekt, wanneer de bewindsman in zijn nota een fikse veeg uit de pan uitdeelt aan de onrustzaaiers „die anonieme pamfletten verspreidden waarin — met een schijn van wetenschappelijkheid maar volstrekt ongefundeerd en onjuist — allerlei toegelaten additieven () verdacht werden gemaakt." Gemakshalve veegt hij daarmee alle tegenstanders van overbodige additieven op één hoop. Al met al lijkt het er daarom op, dat de Werkgroep Voeding gelijk krijgt, wanneer zij in het boek ,,Voedsel" noteert, dat het tegengaan van knutselen met voedsel en het weren van voedselvreemde stoffen uitgangspunt zou moeten zijn voor een overheid die het nauw neemt met het consumentenbelang en de volksgezondheid. Zéker zolang er nog zoveel mysterie is rond de werkelijke schadelijkheid van die stoffen. Maar, schrijft de Werkgroep, ,,het huidige overheidsbeleid gaat niet uit van dit standpunt. Het gaat uit van de vrijheid van de producenten en c/aamaasf (cursivering gjp) van bescherming van de volksgezondheid (). Gezondheid heeft geen prijs. Met dit uitgangspunt voorop kom je tot het standpunt dat mogelijk schadelijke componenten in de voeding pas aanvaardbaar zijn, wanneer met die componenenten een ander, groter gezondheidsrisico wordt verkleind en wanneer er geen andere manier is om dit risico te verkleinen. " Maar zover is dit kabinet voorlopig nog niet.

Onrustzaaiers Het is nog maar de vraag of de overheid bereid en in staat is een dergelijk actief beleid te voeren in het weren van voedselvreemde stoffen uit het voedsel. Alleen al de houding die de regering aanneemt ten opzichte van chemische toevoegingen aan voedsel geeft te denken. Al zit er, eerlijk gezegd, ook een enkel positief punt in het voedselbeleid dat de regering zich voorstelt, zoals dat ten aanzien van kleurstoffen. ,,Randvoorv/aarde is dat additievengebruik misleiding niet mogelijk mag maken", stelt de staatssecretaris van WVC, J. P. van der Reijden, in zijn nota inzake het voedingsbeleid die hij, november vorig jaar, de Kamer deed toekomen. Hij wenst paal en perk te stellen aan het gebruik van kleurstoffen in alledaagse levensmiddelen en in artikelen „waarvan de kleur volgens de verwachting van de consument afkomstig is van de gebruikte grondstoffen en niet van toegevoegde kleurstof". Dat zal dus nog een hoop werk opleveren. Ondanks dit prijzenswaardig voornemen kan men zich toch niet geheel aan de indruk onttrekken dat de staatssecretaris voor het overige de kant van de voedselproducent kiest. Het gebruik van additieven verdedigt hij enerzijds door erop te wijzen dat ook in de huishouding van oudsher toevoegingen werden gebruikt, zoals krijten dubbelkoolzure soda (in rabarber en appelmoes), pectine (in jam) en bakpoeder (in beslag); een weinig steekhoudend argument. Daarnaast stelt Van der Reijden, ,,dat additieven behoren tot de best onderzochte bestandelen van onze voeding en daarom (cursivering gjp) als relatief zeer veilig mogen worden beschouwd." En ook dat is een aanvechtbare con-

Schelvisiever Biedt een verhaal over voedsel in Nederland nou niets dan uitsluitend kommeren kwel? En wat eten de deskundigen zelf eigenlijk? Dr. Harrie Govers: ,,Je kunt beter vragen wat we niet eten. Maar dat is eigenlijk niet zo veel. Schelvislever liever niet bij voorbeeld. En niette vaak niertjes, ander orgaanvlees en vette vis achter elkaar." Drs. Jan Feenstra: „Als ik al die chemische toevoegingen niet wil, dan kan ik natuurlijk kiezen voor biologisch-dynamische of reformprodukten. Maar de andere, niet-additieve chemische verontreinigingen heb je als consument toch niet in de hand. En bovendien, ik kan wel zilvervliesrijst, zemelen en wat al niet gaan eten, maar als ik dat nou gewoon niet lekker vind, dan wordt 't een zware afweging. Ik leef misschien wat langer maar met minder plezier. Ja, dan weet ik 't niet. Het leven is toch meer dan proberen 't zolang mogelijk vol te houden. En er zijn bovendien nog zoveel andere, 'ka/qo^^'U ! vaak veel g rotere ^ ^^U-ax I A W* . gezondheidsrisico's. Want men j^xf^ stapt wél in die ^(j^, ^ auto..." (GJP) ^

Het boek,, Voedsel" van de Werkgroep Voeding is uitgegeven door Van Gennep In Amsterdam en kost ƒ 28,50 in de boekhandel

fe 144

vu-Magazine 13 (1984) 4 april 1984

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 182

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's