Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1984 - pagina 309

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1984 - pagina 309

3 minuten leestijd

per dag gemiddeld anderhalf maal het aantal calorieën verteert dan men strikt biologisch gezien nodig heeft? 3.300 in plaats van de benodigde 2.200. Een cijfer, hoe ruw ook geschat, dat nogal schril afsteekt tegen het gemiddelde per dag van 1.650 calorieën of minder waarmee men in minderbedeelde landen moet toekomen. Daar vindt men dan ook de 450 miljoen échte hongerigen, met al hun risico's van groeistoornissen, ziekten en geringe levenskansen, die samen tien procent van de wereldbevolking uitmaken. Nog schrijnender wordt het plaatje, wanneer men daarin betrekt dat het in de „ontwikkelde" landen geconsumeerde voedsel zeer veel ,,iuxe calorieën" telt, die wij via de omweg van ons vee tot ons nemen. Want van alle voedingswaarde die wij als veevoeder in bij voorbeeld runderen, varkens en pluimvee stoppen komt in de regel maar bitter weinig op ons bord terecht. Dit terwijl circa zeventig procent van de bestanddelen waaruit veevoeder wordt samengesteld, zeer wel voor menselijke consumptie geschikt is. Vroeger was dat anders. Een koe graasde in de wei, een kip pikte scharrelend een regenworm en varkens dienden voornamelijk als vuilnisvaten die zich dankbaar ontfermden over de, voor de mens, oneetbare overschotten. Met de enorme expansie van de intensieve veeteelt in ons land is dat beeld ingrijpend veranderd: kistkalveren, legbatterijen, vleesfabrieken. Het menu van de dieren heeft daarmee ook een totaal ander aanzien gekregen: maïs, soja en tapioca vormen nu de hoofdbestanddelen van het zogeheten mengvoeder. En dat zijn landbouwprodukten die in principe ook voor menselijke consumptie geschikt zijn, in tegenstelling totgrasen regenwormen.

De omgekeerde eiwitfabriek Vlees, mevrouw, meneer, u weet wel waarom... Jazeker, maar qua efficiency in de voedsel- en met name in de eiwitproduktie schiet het vee, als vleesleverancier, danig te kort, hetgeen we de dieren zelf overigens niet kwalijk kunnen nemen. Slachtvee zet plantaardige eiwitten om in dierlijke, maar daarbij gaat nogal wat verloren. Zo moet men een kalf bij voorbeeld eerst eenentwintig kilogram (plantaardige) eiwitten voeren vooraleer het beest één kilo (dierlijk) eiwit produceert ten behoeve van de vleesconsumptie. Een „omgekeerde eiwitfabriek" dus. In het boek „Pro mens, pro dier" (Anthos, 1976) rekende auteur Peter Singer eens uit hoe de eiwitproduktie van één hectare landbouwgrond uiteen kan lopen naar gelang de aard van het te verbouwen gewas. Kiest men voor een eiwitrijk gewas dat direct door de mens geconsumeerd kan worden — erwten of bonen bij voorbeeld — dan levert ons dat drie- a vierhonderd kilo eiwitten op. Zaaien we echter een veevoedergewas in, dan levertonze hectare uiteindelijk, en via het osselapje, maar vijftien a vijfentwintig kilo eiwitten. Wat deze cijfers beduiden, illustreert het volgende citaat uit Singer's boek: „Volgens een andere schatting bevatten de voor menselijke consumptie geschikte gewassen, die in 1968 in de Verenigde Staten aan het vee (met uitzondering van melkvee) werden gevoerd, 20 miljoen ton eiwitten. Het vee dat hiermee werd gevoerd leverde slechts 2 miljoen ton eiwitten op. De 18 miljoen ton eiwitten die bij dit proces verloren ging stond gelijk met negentig procent van het jaarlijks tekort aan eiwitten in de wereld. Wanneer we bij dit cijfer de overeenkomstige verspilling in andere rijke landen optellen krijgen we een hoeveelheid eiwitten die iiet totale tekort aan eiwitten in de liele wereld verre overtreft.

Vlees, u weet wel waarom... (AVO/VU)

vu-Magazine 13 (1984) 7 juli/augustus 1984

259

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's

VU Magazine 1984 - pagina 309

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1984

VU-Magazine | 536 Pagina's